De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Na Pinksteren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Na Pinksteren

9 minuten leestijd

En Petrus zeide: Zilver en goud heb ik ntet; maar hetgeen ik heb, dat geef ik U: In de Naam. van Jezus Christus sta op en wandel. Handelingen 3 : 6

Wat gaat er na Pinksteren gebeuren? De Vader en de Zoon hebben de Geest uitgezonden. Daar hoorden de biddende discipelen een storm razen en vlammende vuurtongen werden gezien.

Daar gaat iets veranderen. De jongeren, die na het sterven van de Heere Jezus doodsbenauwd waren en naar het schijnt alle geloof verloren hadden, zodat ze de kluts totaal kwijt waren, zien we hier moedig en dapper in de aanval. Daar gaan zij getuigen van Jezus Christus. De Pinkster-Geest gaat een groot werk doen. Een werk voor de Heere Jezus, de Middelaar Gods en der mensen. En in dit werk gebruikt Hij mensen, hier de discipelen van Jezus, die als Apostelen, als gezondenen, zich geven aan de dienst van Jezus Christus. Wat heibben zij eigenlijk te doen ? Te getuigen, de Naam van Jezus uit te roepen. De discipelen hebben zelf niets te betekenen, door hen zullen geen grote dingen gebeuren, alleen door Jezus. Hij is de Zaligmaker, de Behouder en de Koning, die Zich een gemeente vergadert uit het gevallen menselijk geslacht. Een gemeente, die Hij uit het zonde-leven overzet in Zijn Koninkrijk en zo het eeuwige leven schenkt. Hiervoor werkt nu ook de Heilige Geest. Deze Geest werkt niet voor Zichzelf, Hij is gekomen om Christus te verheerlijken. Want alleen Christus is de Redder. In Hem alleen is het behoud voor deze wereld, het behoud voor zondaren, die midden in de dood liggen. Hem alleen hebben wij aan te prijzen, opdat zondaren in de Heere Jezus hun redding zullen zoeken en van Hem alleen de zaligheid zullen verwachten. Zonder Jezus, zonder Zijn verzoening en verlossing, zijn wij er zo ellendig aan toe. In de wereld is het heel naar, al maken wij ons maar al te vaak wijs, dat het hier nog wel meevalt. Beleven we niet een mooie tijd. Daar is eten genoeg en werk genoeg, de verdiensten zijn hoog en gelegenheid hebben we te over om pleizier te maken en onze vleselijke verlangens te bevredigen. Is het niet best uit te houden in deze wereld ? Zo lang de grootmachten dezer wereld maar hun best doen om de vrede te bewaren, zodat we niet gestoord worden in ons streven naar vermeerdering van de welvaart, valt het leven hier op aarde best mee. En toch, deze wereld is er ellendig aan toe, want deze wereld ligt in het boze. God is het heel niet eens met ons leven. God ziet ons bezig in de uitleving van onze zondige natuur. Dacht ge nu werkelijk, dat God het nam, dat wij Hem niet erkennen en voor Hem niet leven, dat wij onze eigen gang gaan en naar Hem niet luisteren. Zijn Woord niet gehoorzamen ? God ziet ons in de zonde. Dit leven van zonde bezoekt God met tijdelijke en eeuwige straffen. Daarom liggen wij verloren. Zou er groter ellende denkbaar zijn ? God kan niet met ons zijn, God kan het nimmer goed vinden wat wij doen. Daarom heeft God Zich tegen de mensheid gekeerd, die van Hem is afgevallen en zich overgegeven heeft aan de duivel. Wij verkeren onder de vloek Gods en zullen het ondervinden, dat Hij ons, indien wij onverzoend en onbekeerd sterven, in Zijn straffende gerechtigheid verwerpt.

God is tegen de zonde. Dit laat God de Heere blijken nu al in ons leven. Het is niet zo mooi op aarde, als wij wel eens denken. Kijk eens om u heen, wat een leed en verdriet, wat een smart en zorg.

Hoeveel mensen dragen niet een zwaar kruis. Dit zijn allemaal tekenen van Gods misnoegen over de zonde. Waren er geen zonden, er zouden ook geen wonden zijn. Ook deze man, waar onze tekst van spreekt, is hier een voorbeeld van. Hij zit daar verlamd te bedelen. Dit wijst op de verwordenheid van het schone scheppingsleven, waar de Bijbel in Genesis van spreekt. We zijn er door de zonde ellendig aan toe. We zijn God kwijt, slaven van de dui­vel, terwijl allerhande nood en kruis ons deel is.

***

Wat erg en wat jammer, dat wij van nature hiervoor heel geen oog hebben. Achter alle noden zien wij de nood niet, achter ziekte en ongeval de zonde niet, achter allerhande ellendigheid en kruis de ellende niet, namelijk, dat we van God zijn afgevallen en nu onder toorn en vloek verkeren. Toom en vloek, die God nog dikwijls inhoudt, maar die eenmaal ten volle geopenbaard zal worden in de dag des toorns. Ook deze man heeft hier geen erg in. Hij zit daar als een hoopje ellende, zonder dat hij zijn eigenlijke ellende inleeft. Hij zit te wachten op een aalmoes, op een kleinigheid, terwijl hij niet begeert dat wat hem waarlijk redden en gelukkig maken kan, het behoud door Jezus Christus. Zo blind zijn wij mensen van nature. Zulke domme mensen vindt de Geest hier op aarde. Wat een werk heeft de Pinkster-Geest aan ons om ons te overtuigen van onze nood, zodat we het inleven, dat we er zeer ellendig aan toe zijn, geen rust meer hebben op de aarde en uit 't diepst van onze ellende gaan roepen om Hem, die heil kan zenden, het heil, dat alleen zalig maakt, de verzoening en de verlossing door Jezus Christus, die hiervoor in de wereld gekomen is, inging in onze zonde en nood, voor Zijn rekening nam onze straf en onze vloek en alles gedaan heeft tot behoud van zondaren. Dit is wel het eerste wat wij allemaal nodig hebben, dat de Geest ons leert van onze diepe ellende, van de ellende achter alle ellendigheid en verdriet, waar deze wereld vol van is, al léven wij er vaak aan voorbij. Als de Kerk toch eens met de mensen, die op de eerste Pinksterdag gewond werden onder de prediking van Petrus, gingen vragen met kracht en drang : wat moeten we doen, hoe komen we gered !

Deze lamme heeft er geen weet van, hoe groot zijn zonde en ellende is. Hij kent niet de nood achter de nood van zijn lam-zijn. Simon Petrus verstaat deze nood wel en leeft het voor deze lamme in. Hij is bewogen over de ongelukkige stakkerd. Opgaande naar de tempel voor het gebed, loopt hij aan deze nood niet voorbij. Het is een heilig werk om op te gaan naar het gebed, maar we mogen de nood en ellendigheid van deze wereld niet voorbij zien. Integendeel, we zullen deze nood meenemen naar het gebed. Maar dan niet letten op de noden van ziekte en ramp, van misstanden in de maatschappij en rouw in menig gezin, alleen, maar op de nood, die achter dit alles ligt, de zonde en verlorenheid van ons mensen. Simon Petrus begrijpt het héél goed, dat deze man niet geholpen is met een aalmoes, evenmin als wij mensen geholpen zijn met allerlei verbeteringen op sociaal en maatschappelijk terrein, hoe goed die ook zijn op zichzelf en in onze verworden samenleving noodzakelijk. Want ondanks alle verbeteringen blijven we zitten in onze ellende van verlorenheid en vloek en oordeel. Deze ongelukkige man was alléén geholpen met Jezus, met het geloof in Jezus, met de schatten des heils van Jezus. Zo zijn wij mensen vandaag aan de dag in al onze noden alléén geholpen met de Heiland en Zaligmaker, met de verzoening en verlossing in Hem, met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont, die de Heere Jezus door Zijn lijden en sterven verworven heeft. Waarachtig geluk wordt alleen gevonden in het land van Immanuël, waar de Zaligmaker Koning is, die alles door de vrede doet bloeien, waar geen duivel meer stoort en geen zonde meer kwaad kan stichten. Daar zal Gods volk zaligheid proeven en smaken.

Petrus spreekt deze man dan ook van Jezus, die gekomen is om zondaren te verlossen van zonden en wonden, die zalig maakt. Dit is de boodschap, die gebracht moet worden, waartoe de Heere Jezus Zelf opdracht heeft gegeven. En deze boodschap gebruikt de Pinkster-Geest om zondaren levend te maken. De Geest werkt immers voor Jezus, maakt plaats voor Hem en wekt behoefte aan Hem. De Geest brengt de boodschap van Jezus Christus in het hart, zodat we horen en geloven. Wat een kracht gaat er van de Geest uit! Doden worden levend, afkerige harten worden ingewonnen, lammen gaan lopen op de weg des Heer en Christus geeft een nieuw leven. Het geloof in de Heere Jezus maakt ons dit nieuwe leven deelachtig, zodat we verlost worden van zonden en wonden. In Hem alleen ligt het behoud van zondaren. Daarom roept Petrus de Naam van Jezus uit en wekt hij deze man op in Hem te geloven, ja, zijn spreken is een bevel. Hij getuigt in de kracht van Jezus Christus, die het wonder van de genezing werkt. Deze lamme hoort, anders dan wij meestal naar een preek luisteren. Hij hoort door de Geest, waardoor hij het woord, dat tot hem gesproken wordt, voor waarachtig houdt en gelooft, en zo lopen kan en een nieuw leven begint.

Wat gebeurt er in een mens, die gelooft ? Hij laat zijn eigen leven los, zijn verlamde leven, zijn zonde en ongerechtigheid, zijn opgaan in wat deze wereld geeft. We zien er de nood van in, we kennen het als , een zijn in de dood. Geloven is een zich toekeren tot Christus, zich volkomen aan Hem gewonnen geven om uit Hem een nieuw leven te ontvangen, een leven van lopen op de weg ten leven. Christus is de weg, de waarheid en het leven. Wat een rijkdom voor het geloof zich in de Zaligmaker te verblijden. In Hem hebben we deel aan al de schatten des heils. Hij heeft alles volbracht, waardoor zondaren met God verzoend worden en vrede genieten, waardoor al de zonden vergeven worden en God Zijn liefde en gunst doet ondervinden. Dit is de verlossing uit alle-nood. De zonde weg en een zalige toekomst wacht dit volk. En dit alles door de Middelaar Jezus Christus, toegepast door de Geest op Pinksteren uitgestort. Van liefde en lof is dit leven vervuld. Zouden we Hem niet danken, die dit alles gewrocht heeft? Ons in Hem niet verblijden, uit Wiens volheid dit alles geschonken wordt ? Dan is ons hart voor de Heere en onze wandel in de weg van Zijn geboden, dan zullen we ons in Hem verblijden en Zijn Naam prijzen, vol verlangen naar Zijn toekomst, waarin de verlossing volkomen zal zijn. Want 't is Zijn komst, die het heil volmaakt!

De Heer is mij tot hulp, en sterkte, Hij is mijn lied, mijn psalmgezang, Hij was het, die mijn heil bewerkte, Dies loof ik Hem mijn leven lang !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Na Pinksteren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's