EEN „NOODOPLOSSING” III
Waar ligt de oorzaak? Naar ik meen in eenzijdige oplossing van het kerkelijk vraagstuk.
Zie, van tot oordelen bevoegde zijde, is meermalen ons gezegd : , , Wie het kerkelijk vraagstuk oplost, moet het oplossen voor allen". Hier is bedoeld het kerkelijk vraagstuk, niet zoals men het graag zou wilen zien, neen, zoals het is, voorbereid reeds lang vóór 1816, en in zijn wrange voortzetting en doorwerking, bevorderd door het eenheidsideaal, dat het reglement van 1816 het leven deed zien.
Dat kerkelijk vraagstuk is door de tot standkoming van de nieuwe Kerkorde niet opgelost. Men heeft het gehoopt. Over heel de linie, ook in , , Bondskring en". Het is een illusie gebleken. Een , , beminlijke" illusie, het zij zo, maar op de werkelijkheid is ze stuk gebroken.
De Synode gaat daar zelf van uit blijkens haar voorstellen van wijziging der , , overgangsbepalingen 235 en 238". Zij houdt zich nog vast aan een utopie, want ze wil door een tijdelijke , , noodoplossing" de eenheid redden. En mijn bezwaren gaan, kort gezegd, niet tegen het feit, dat ze zo ver ging, maar tegen het feit, dat ze niet ver genoeg ging. Want haar oplossing is tweeslachtig, ze hinkt op twee gedachten. Ze wil de eenheid kerkelijk, dat is naar de drijfkracht der belijdende kerk, zoals zij die ziet, handhaven. Maar met datgene wat ze dan, ook naar de Kerkorde zou moeten doen, blijft ze achterwege. Ze gaat niet de weg op van tuchtoefening (zie vorig artikel).
En daartegenover, wil ze de „groepen" een zekere vrijheid van uitleving geven, waartoe het aanhoudend krakeel haar dringt.
Die tweeslachtigheid zal zich wreken, tenzij dit alles aanleiding worde, dat een situatie geschapen wordt van recht en vrijheid.
Hiermee is bedoeld, dat de , , groepen", ik wil ook spreken van richtingen, het recht krijgen, naar de beginselen, welke haar dringen, kerkelijk te leven en de vrijheid, dat leven kerkelijk in te richten naar de beginselen, waaruit zij opkwamen. Dat zal zeker gaan ten koste van een eenheid, welke diep gezien, geen eenheid is.
Indien men een andere weg op wil. en de eenheid wil handhaven en doorzetten, met kerkelijke tucht tot uitdrijving en afsnijding toe, zal tenslotte de practijk toch ook uitwijzen, dat de eenheid, gelijk men die thans huldigt, verbroken wordt.
In welke weg dit alles zou moeten? Het is niet mijn taak die aan te geven. Het is de taak dergenen, die werden aangewezen de kerk te leiden en te besturen.
Misschien zal deze en gene hier denken aan een , , modus vivendi". Dr. L. zet boven 't deel zijner Kroniek, waaraan ik iets ontleende, , , Modus vivendi ? " en dan denkt hij aan het voorstel in 1915 door de Utrechtse Theol. Faculteit gedaan.
De gedachte, op een bepaalde wijze in dat voorstel belichaamd, is veel ouder dan 1915. In 1827 verscheen anoniem een brochure — ze beleefde de 9e druk — getiteld : , , Adres aan al mijn Hervormde geloofsgenoten". Daarin stelde de schrijver al voor : , , desnoods een vreedzaam-uiteengaan". De schrijver bleek te zijn ds. Dirk Molenaar. Onder pressie van Koning Willem I bood hij zijn ecxuus aan. Maar hij had dan toch maar de stoutigheid begaan.
Groen van Prinsterer sprak in de voorrede van zijn , , Het recht der Hervormde gezindheid" van een „vergelijk". Dr. Ph. Hoedemaker deed tot tweemaal toe een project van , , Modus vivendi" verschijnen. De 1ste maal in de rumoerige dagen der doleantie. De 2de maal ongeveer 1905 of 1906. In diezelfde tijd werd in een brochure, met de ondertekening , , amo nesciri" een dergelijke oplossing aan de hand gedaan. Daarna werd een oplossing in deze weg gegeven, het , , Conventsvoorstel", omstreeks 1922.
Zoals men ziet, van onderscheidene kanten eenzelfde idee. In welke vorm het in deze tijd zou moeten, dat staat ter beoordeling van hen, van wie het gevraagd mag en moet worden. Dat is ook het mindere. Men zou er op kunnen toepassen : , , in wezen vrucht der tijden, in vorm van deze tijd".
Ik ben mij bewust, dat een dergelijke oplossing heilige huisjes zou omver werpen. Zowel bij rechts als links. Maar, als ze zonder fundament blijken te zijn, moeten ze vallen. Een dergelijke oplossing zal wel verzet oproepen over heel de linie. Ook dat ben ik mij bewust. Het zij zo. Eén ding is zeker. De oplossing van het netelige vraagstuk zal toch wel, daar leveren de Synodale voorstellen het bewijs voor, in een dergelijke lijn gaan. Misschien wil men er voorshands niet aan. Het is minder.
Maar indien er nog ooit in ons land een kerkelijk een-worden der „gereformeerde gezindte" en dan een herleving van , , de kerk der vaderen" gezien moge worden, dan zal het, voorzover thans gezien kan worden, niet buiten een dergelijke weg om tot stand komen.
Tenzij, tenzij God Almachtig, door Wiens genade zulks alleen zijn beslag kan krijgen, een betere weg geeft en doet gaan, door Zijn sterke arm. Misschien een weg, die al onze , , wegen" buiten werking zet. Maar indien Zijn weg, de weg hiervoor aangeduid, zou willen gebruiken, dan zal ondanks alles ook hier gelden : , , Tijd rijpt".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's