De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

8 minuten leestijd

Bijbelse bewijzen — Hierover schrijft ds. G. van Duynen in het Hervormd Weekblad , , De Gereformeerde Kerk". Hij toont aan hoe in de loop der tijden veel zaken op grond van de Bijbel ongeoorloofd zijn geacht, maar in later tijden wel geoorloofd. Of omgekeerd.

Zo is het b.v. geweest met het nemen van rente voor uitgeleend geld, in vroeger eeuwen veroordeeld op grond van de Schrift, thans algemeen aanvaard.

Een ander voorbeeld : de slavernij. Zelfs een man als Da Costa achtte de afschaffing ervan in lijnrechte strijd met Gods Woord en met Zijn „aanbiddelijke wijsheid".

Luther en Melanchton verwierpen op grond van de Schrift het Copernicaanse wereldbeeld, waarin de zon stilstaat en de aarde om haar as draait.

, , 0ok nu nog bestaat het gevaar — aldus ds. van Duynen — dat we een zaak menen te moeten bewijzen of verdedigen op grond van Gods Woord, terwijl in werkelijkheid onze eigen menselijke wijsheid aan het woord is. De geschiedenis leert ons, dat wij op dit punt uiterst voorzichtig moeten zijn".

Het komt ons voor dat deze opmerking aandacht verdient. Ook thans worden meningen en opvattingen verdedigd en verworpen op grond van bepaalde Schriftgegevens en teksten.

Een zaak, die in dit verband op het ogenblik veel gemoederen, vooral ten plattelande, in beroering brengt zijn de verplichte veeinjecties. Meerdere boeren hebben geweigerd zich aan de regeringsvoorschriften te onderwerpen. Anderen, die dit wel deden, voelen zich toch bezwaard in hun consciëntie of op zijn minst onzeker. Wij hebben daarover kunnen lezen in de dagbladen, wij horen er telkens over in de gemeenten ; ouderlingen en predikanten worden in de kwesties betrokken. Reeds zijn er landbouwers en instellingen wier veestallen zijn leeggehaald.

De argumenten van hen, die weigeren zich te onderwerpen aan de voorschriften, zijn ons bekend. Ze zijn een voor­ uitlopen op de voorzienigheid Gods, gebrek aan geloofsvertrouwen, een ontlopen van de oordelen en gerichten des Heeren, enz.

Wat hebben wij hiervan te denken ? Vooropgesteld zij natuurlijk, dat het ons smarten moet, dat in een vrij land het geweten van een deel der bevolking geweld wordt aangedaan door de ver doorgevoerde overheidsbemoeiingen en dat er boeren zijn die de bevrijding van het vaderland hebben moeten gedenken bij leeggehaalde veestallen.

Toch is het zeer de vraag of de consciëntie van deze mensen hierin zuiver spreekt en of het niet beter was wanneer zij zich onderwierpen aan de voorschriften van de overheid, die daarvoor de verantwoordelijkheid draagt. , , Alle ziel zij de machten over haar gesteld onderworpen, want er is geen macht dan van God en de machten die er zijn, zijn van God verordineerd, alzo, dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie Gods wederstaat, en die ze wederstaan, zullen over zichzelf een oordeel halen". Dat is duidelijk Schriftuurlijk. Bovendien heeft de apostel dit woord neergeschreven op een ogenblik, dat er geen ander dan een heidens bewind was. En ook onze Heiland heeft zich onder de wereldlijke overheid gesteld, Zijn belasting betaald en de keizer gegeven wat des keizers is. Dit na te volgen kan alleen goed zijn en vrede geven.

Ook in de zaak der verplichte injecties met het oog op de volksgezondheid ! Het is de regering, die hiervoor verantwoordelijk staat en ook alleen kan beoordelen wat daartoe nuttig en nodig is. Dat kan niet iedere individuele boer. Zelden is hij in staat om het hele terrein van het maatschappelijke leven te overzien. Vaak ziet hij niet verder dan de grenzen van zijn eigen hofstee en belangen. Tot oordelen over regeringsbesluiten is hij daarom nauwelijks bevoegd, en het is voor hem veiliger zich te schikken naar de inzichten der overheid, ook al kan zij op bepaalde punten dwalen, want zij is niet onfeilbaar.

Moet men Gode dan niet meer gehoorzaam zijn dan de mensen ? Zeker kan dat in bijzondere omstandigheden noodzakelijk zijn. Maar ook dan zal toch zelden de enkeling daartoe geroepen zijn, maar alleen de Kerk als geheel en dan nog uitsluitend als het volkomen duidelijk is, dat de overheid in lijnrechte strijd is met de eis Gods.

En dat is ten aanzien van deze zaak toch op zijn minst zeer twijfelachtig. Wat thans de regering doet, is een gebruik maken van in de schepping zelf gegeven middelen tot bestrijding van ziekten, die de gezondheid van dier en mens op ernstige wijze bedreigen. Zeker zijn deze ziekten er. En er is onder ons geen twijfel omtrent haar oorzaak. Maar de middelen er tegen zijn evenzeer geschonken. En het is de roeping van de regering in het algemeen en van elk mens in het bijzonder, die aan te wenden tot wering en bestrijding van alles wat het lichamelijk en geestelijk heil der mensen belaagt. Dit is buiten alle twijfel. En niemand, die dit in de practijk van zijn leven ontkent. Wij gebruiken allen de middelen en wij moeten dat doen. Voor het behoud van ons lichaam en voor het behoud van onze ziel. Van onszelf en van de onzen. Wie het niet doet, is erger dan een goddeloze.

Maar dan ook alle middelen ! Vaak. is het zó, dat ernstige mensen wel van de morgen tot de avond van de middelen gebruik maken, maar voor een enkel middel een uitzondering maken, met het argument, dat we daarbij komen op het terrein van Gods Voorzienigheid. Maar gaat die Voorzienigheid dan niet over alle dingen ? En dus over alle middelen ? En moeten wij dan over het hele terrein van het leven gebruik maken van de middelen en juist dat éne bepaalde stukje reserveren voor Gods Voorzienigheid ? Nee ! Wij hebben alle middelen, die Gods Voorzienigheid op onze weg plaatst te gebruiken. Zonder er intussen op te vertrouwen. Dat mogen we op geen enkel middel, óok niet op die we dagelijks zonder enig bezwaar gebruiken.

Maar alle middelen te gebruiken in de wegen van Gods Voorzienigheid en onder inwachting van Zijn zegen, dat is goed en heilzaam en godverheerlijkend.

Geldt dat ook van de preventieve middelen ? Ja ! In ons gewone alledaagse leven is dat trouwens aan geen enkele twijfel onderhevig. Wij zorgen allen voor een tijd, die wij mogelijk niet beleven zullen en houden daarbij rekening met mogelijkheden, die zich voor kunnen doen en met gevaren die, al dreigen ze op het ogenblik nog niet onmiddellijk, toch ieder ogenblik kunnen opdoemen.

Dan zullen dreigende ziekten bij mens en dier daarop geen uitzondering mogen maken. Want al zijn ze er op een bepaald moment nog niet, de dreiging ervan is even reëel als wanneer ze er al waren. En al zullen wij nooit enig voor ons bestemd oordeel ontlopen kunnen, wij hebben toch de plicht de gevaren die ons en de onzen dreigen, af te helpen weren. Temeer, omdat wij niet kunnen weten wat over ons besloten is en wij in Gods Raad niet hebben gestaan.

Dat het hierbij volstrekt ongeoorloofd is om teksten als : , , Die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet nodig, maar die ziek zijn", en , , De goddelozen hebben veel verzekerdheden" te gebruiken, kón en móést iedere dominee en ouderling weten.

Dat er toch voorganlgers zijn die zich in deze zaak conformeren aan het gevoelen van sommige eenvoudigen, is te betreuren. In plaats van de gemeente voor te gaan en te leiden, zoals hun roeping is, komen ze achteraan en lopen in het gareel. Niet altijd is bewust bedrog daarvan de achtergrond, maar wèl vaak een onbewuste identificatie met de gemeente of een deel ervan, als gevolg van innerlijke onrijpheid en onvolwasseniheid. Voor de eenvoudige vromen, die eerlijk met hun geweten te rade gaan, mogen we respect hebben. De anderen hebben wèl toe te zien. Temeer, daar hun voorbeeld en houding invloed hebben op hun omgeving.

Deze zaak ligt niet zo eenvoudig en ze is niet met enkele woorden opgelost. Ze staat in nauw verband met de geestelijke ligging van de gemeenten, waar de lijdelijke houding zo vaak als de enig ware wordt gezien en kwesties als deze licht tot hoofdpunten van de godsdienst worden verheven. Ook is 't zo, dat telkens nieuwe problemen hier opduiken in verband met de omstandigheden, en die straks weer door anderen verdrongen worden, terwijl dan, wat vroeger afgewezen werd, door ieder als vanzelfsprekend is aanvaard. Ook dat moest ons voorzichtig maken om niet terstond de nieuwe vindingen en inzichten met een beroep op Gods Woord te verwerpen. Temeer, als we zien hoeveel zegen juist de laatst ontdekte middelen hebben afgeworpen : afschuwelijke ziekten als mond- en klauwzeer, t.b.c. en andere, zijn bezig te verminderen en te verdwijnen. Wij kunnen dit toch niet ontkennen én evenmin, dat het de roeping der regering is in deze wegen de volkswelvaart te bevorderen. Dat het daarbij niet eenvoudig is om in deze zaak ieder zijn eigen vrijheid te laten als daarmee de hele samenleving bedreigd wordt, moeten wij eveneens toegeven, zonder aanstonds aan het Beest uit de Openbaring en het getal 666 te denken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's