DIE POOLSE JONOEN
Feuilleton
DOOR JAC. OVEREEM
De kleine jongen zat overgelukkig naast z'n moeder op de lage bank bij het vuur.
Beiden keken met spanning naar de verrichtingen van de oude dame. Wat zou er wel voor, de dag komen ?
En daar kwam 't.
Een kolossaal prentenboek. — Kijk eens, Mika.
Mika sprong op en liep naar de tafel. Clauda volgde hem.
De oude dame legde glimlachend het prachtige boek op de tafel.
A — B —C. stond er met grote letters voorop, en op elke volgende bladzijde was een letter van het alphabet afgedrukt, met een dier, welke naam met deze letter begon.
Zo stond er een geweldige fiere arend met brede vlerken, op de eerste bladzijde. Op de tweede pagina stond een beer met glinsterende tanden afgebeeld enz.
— Dat is dus voor jou, Mika. Mika stond even verlegen, toen zei hij : — Wat fijn ! Ik dank u, mevrouw.
Een dankbaar gevoel doorstroomde Clauda, dat haar jongen zulk een goed figuur sloeg.
Ze had hem wel zoveel mogelijk geleerd in de schaarse ogenblikken dat zij bij hem was, maar ze wist niet of ze hem dit wel had bijgebracht.
Het was merkbaar dat de oude dame zeer tevreden was over de houding van het ventje.
Beleefdheid kan moeilijk worden gemaakt; het moet er een beetje in zitten. De meeste van haar, zelfs oudere pupillen, waren grof en ongevoelig. Allerminst begaafd en bescheiden.
Ze kwam weer bij het haardvuur zitten en zette het gesprek met Clauda voort.
— Ik wil vandaag met u liever niet spreken over de moraal van onze partij, zei ze. Eerstens, u zult nooit één der onzen worden. U haast zich naar uw vaderland, zodra u maar in de gelegenheid komt.
— Precies wat u zegt. Ik heb het hier reusachtig getroffen, maar thuis voelen zal ik mij hier nimmer.
— Ik neem u dit niet kwalijk. Ik beken ook eerlijk, ik heb van de beginne af, anders tegenover u gestaan, dan tegenover de rest. Het spreekt van zelf, ik ben uw meerdere, maar ik demonstreer het niet, begrijpt u wat ik bedoel.
— Inderdaad, ik meen dat ik u begrijp. Ik heb dit ook nooit gemerkt. Vandaar dan ook dat wij nimmer iets gehad hebben dat ons van elkaar vervreemden kon. Nu we 't er zo over hebben, dan ik wel zeggen dat ik het aan de anderen dikwijls gemerkt heb. Ze konden het moeilijk verdragen.
— Het is ook een teer punt. Men voelt het zo gauw. Uit de aard der zaak heb ik weinig of geen gezellige conversatie. En tot de mensen die hier zogenaamd een leidende positie bekleden voel ik mij weinig of helemaal niet aangetrokken. Ze zijn me veel te hoog van borst. Daarbij veelal erg ongevoelig voor het sociaal lot van hun ondergeschikten.
No. 20 (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's