Zendingsterrein
HOE KWAM DE ORGANISATIE VAN DE KERK OP ONS ZENDINGSTERREIN TOT STAND?
II.
De betrekkelijkheid van de twee andere voorwaarden zou ook makkelijk aangetoond kunnen worden.
Maar zal een kerk zelfstandig genoemd kunnen worden, dan zullen toch zeker de ambten, die voor de instandhouding der kerk nodig zijn, door leden dier eigen kerk gedragen moeten worden. Want het is niet bevorderlijk dat dienaren des Woords en ouderlingen, bij wie de regering en het opzicht der kerk berust, altijd uit een ander volk zouden voortkomen. Deze , , vreemdelingen" zouden nog zulke beste mensen en voortreffelijke ambtsdragers kunnen zijn, een voorbeeld in leer en leven en godsvrucht, toch is het niet goed. De ambtsdragers behoren uit 't eigen volk voort te komen.
Het is echter wel duidelijk, dat mensen, die pas uit het heidendom zijn overgekomen, nog niet direct geschikt zijn om het opzicht over de gemeente te houden. De gemeente moet opgevoed worden bij de waarheid van Gods Woord en in die waarheid bewaard blijven. En daartoe zullen deze pas bekeerde mensen nog niet in staat zijn. Daarom zal de Zending voorlopig de verkondiging van dat Woord moeten verzorgen, althans moet dat onder haar leiding geschieden. En niet het minst zal de Zending moeten helpen bij de opleiding, zodat er mannen uit de jonge gemeente worden opgeleid, die onder de leiding des Geestes kunnen opgroeien tot ambtsdragers. Naar deze volwassenheid moeten de jonge Christen-gemeenten opgevoed en heen geleid worden.
Een gemeente is niet een groep individuen, maar een levend organisme, dat door de verkondiging van het Woord en de werking des Geestes is ontstaan'. Want het nieuwe, door de werking des Geestes ontstane leven, 'bindt de mens aan God en aan Zijn Woord ; dat allereerst, maar daarnaast bindt dat nieuwe leven toch ook aan elkander. Daarom spreken onze 12 Geloofsartikelen ook van , , Ik geloof in de gemeenschap der heiligen". , , De gelovigen allen en een iegelijk, hebben als lidmaten aan de Heere Christus en al Zijn schatten en gaven gemeenschap, maar zij moeten zich ook schuldig weten, die gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewilliglijk en 'met vreugde aan te wenden".
Hier is dus een groot verschil tussen evangelisatiewerk en Zendingswerk. Evangelisatie heeft tot doel, de van de kerk afgedwaalde mensen weer tot de kerk terug te brengen. Maar bij Zendingsarbeid kan het wel niet anders of de nieuwe Christengroepen zullen straks een eigen zelfstandige kerk gaan vormen. In die richting moet de Zending van meet af aan gaan werken.
Zending is dus een planting van een nieuwe kerk van Christus.
Kunnen we dan elke willekeurige groep Christenen dan maar zelfstandig maken? Immers neen. Zonder een betrekkelijk groot aantal Christenen is gemeentevorming niet wel mogelijk.
Maar hoe krijgen we nu zoveel mogelijk Christenen?
Bij het beantwoorden van deze vraag komen Zendingsmiddelen en Zendingsmethoden aan de orde. Hier zou onderwijs, medische Zending, colportage enz enz. besproken kunnen worden. Maar die zullen we hier niet behandelen. We noemen ze alleen maar.
Van niet minder groot gewicht is de methode, die we gebruiken om zoveel mogelijk mensen te winnen voor Christus. En ik stel ook hier maar weer een paar vragen. Moeten de Zendelingen zich allereerst en allermeest wenden tot de vooraanstaanden, tot de hoofden van de stammen en families? Of is het beter eerst tot de grote lage der bevolking te gaan? Of moeten alle klasse en groepen gelijkelijk worden bewerkt ?
Dit zijn vragen van zeer groot belang. Gij weet misschien wel, dat de Roomse missie er vele middelen bij gebruikt, die wij zonder meer moeten verwerpen. Rome zal in vele opzichten niet de totale loslating van het heidendom vragen van iemand, die Christen wil worden. Dat zo'n man het heidendom nog niet ineens loslaten kan, vindt Rome niet zo erg, als hij zijn kinderen maar geeft om door de kerk te laten opvoeden. Zulk een methode kan door een Protestantse Zending niet gebruikt worden. We. zullen altijd middelen en wegen moeten gebruiken, die principieel en moreel verantwoord zijn.
Om zoveel mogelijk mensen met het Woord van God te bereiken, zullen we zeker gebruik moeten maken van de taal van het volk, waaronder we werken. En dat wij bij die verkondiging rekening moeten houden met hun gewoonten (adat), is eveneens duidelijk. En dat we bij het geven van onderwijs uit moeten gaan van de eisen van Gods Woord, is onomstotelijk. Dat de Christelijke barmhartigheid openbaar worde in behandeling van zieken en hulpbehoevenden, be'hoef't niet aangetoond te worden.
De mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de bevolking zijn zeer vele. En dat zich daarbij allerlei vragen voordoen, is eveneens duidelijk.
Zo is het b.v. heel goed merkbaar of een gemeente ontstaan is uit voornamelijk mensen van de slavenstand of van de meer vooraanstaanden uit het volk.
't Is echter niet nodig al deze kwesties en mogelijkheden te bespreken.
Hoe verschillend terrein en volk ook mogen zijn, het doel mag nooit uit het oog verloren worden : de mensen te brengen onder het Woord Gods. En de middelen en methoden, die we gebruiken, zullen niet in strijd mogen zijn met Gods Woord.
Wanneer wij dan in de weg der middelen een aantal mensen door en voor het Evangelie gewonnen hebben, dan zijn wè er nog niet. Dan begint immers juist pas het organiseren van het kerkelijk leven.
Natuurlijk kunnen we geen aantal opgeven. Het is niet mogelijk om te zeggen, zoveel of zoveel moeten er zijn voor we overgaan tot het vormen van een gemeente. Zelfs met een groot aantal zijn we er nog niet altijd.
We hebben daarbij nodig : mensen met goede gaven van verstand en hart. Want uit hun midden moeten immers de voorgangers én de ambtsdragers voort komen. En er zijn onder die natuurvolken ook nog wel mensen met goede eigenschappen, die een sieraad zijn voor hun omgeving.
Zullen we dus tot gemeentevorming overgaan dan moeten we mensen onder hen vinden, die straks mede verantwoordelijkheid voor de gemeente kunnen dragen. En wanneer zulke mensen ontbreken, dan is het heel moeilijk om een gemeente te gaan vormen.
Maar er is nog wat anders, waar ik op moet wijzen.
En dat is : er moet een zekere éénheid onder hen gevonden worden. Want al is er een vrij grote groep Christenen, dan wil dit nog niet zeggen, dat ze een eenheid vormen. Want een vereniging van elk wat wils kan maar moeilijk een gemeente vormen. We kunnen geen maatschappelijke indeling — zoals stamverband en dergelijke — gaan overbrengen in de gemeente. Toch moeten we bij de samenvoeging van gemeenten wel zoveel mogelijk rekening houderi met geografische ligging en adatgemeenschappen.
Toch gezegd. is hiermede nog niet alles gezegd. Een bepaald aantal is nodig, maar niet voldoende. Er moeten begaafde mensen onder zijn, maar ook dat is nog niet voldoende. Ze moeten een zekere eenheid vormen, maar daarmede zijn we er nog niet. Naast aantal, gaven en eenheid, hebben we ook te zien naar het gehalte.
Uit haar midden moeten immers voortkomen de ambtsdragers. Dr. Emmen zegt in de Ned. Hervormde Kerk, no. 46, 22 Nov. 1947 : „Maar deze ambten zullen moeten uitgroeien in de belijdende kerk. Zij zijn er niet om macht uit te oefenen". Inderdaad, maar zij moeten toch uit de kerk voortkomen. De taak van deze opzieners of ambtsdragers is toch de verzorging en de opbouwing der gemeente. Daarvoor is nodig bediening des Woords en de bediening der sacramenten, het toezicht op de handel en wandel der gemeenteleden, het troosten der bedroefden en het helpen der armen.
Hiervoor is nodig : kennis, en niet minder : beleving der waarheid. Zullen er ambtsdragers uit de gemeente voortkomen, dan zullen deze dingen in de gemeente gevonden moeten worden. Er zal dus moeten zijn : kennis der waarheid.
Het is niet voldoende als we zouden zeggen : ze zijn toch bekeerd. Natuurlijk kunnen we niet van een ieder afzonderlijk zeggen zoveel of zoveel kennis moet hij bezitten om bekeerd te kunnen zijn. Een analphabeet, overgekomen uit het heidendom, kan niet altijd veel vertellen van zijn motieven, maar nog minder kunt ge van zo iemand een volledige omschrijving van zijn geloof verwachten. Maar zal een kring zelfstandig worden, dan zullen we toch wat meer mogen verwachten dan dat men weet: God is de Schepper van hemel en van aarde. Dan zal er toch enige kennis moeten zijn van de Heere Jezus Christus, Die gekomen is om Zichzelf te geven tot een rantsoen voor velen. Een gemeente, die geen kennis der waarheid bezit, kan niet staan blijven in de strijd des levens. , , Mijn volk gaat verloren, omdat het geen kennis heeft".
.(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's