Meditatie
Ik ben een Joods man en te Tarsen in Cilicië geboren, opgevoed in deze stad. Hand. 22 vs. 3a.
De figuur van Paulus is in menig opzicht een zeer aantrekkelijke figuur. Wij zien hem in ons teksthoofdstuk staan op de trappen van de burcht Antonia, en wij horen hem tegenover de Joden, die zoeven een oproer tegen hem verwekt heibben, verantwoording doen van zijn leven en werken. Als Paulus dan terugziet op zijn leven komt hij tot deze mededeling : , , Ik ben een Joods man en te Tarsen in Cilicië geboren, opgevoed in deze stad". Op zich zelf niets bijzonders, zult gij misschien zeggen, en toch, als wij de gehele verdediging van Paulus lezen, dan krijgt dit woord toch wel een rijke betekenis, want Paulus ontdekt in zijn leven een lijn, een vaste lijn van de leiding Gods. Als Paulus terugziet, dan moet hij het belijden dat de Heere reeds vanaf zijn prille jeugd bemoeienis met hem gehad heeft. Neen, het is waarlijk niet pas begonnen op de weg naar Damascus (al is hij het toen zich bewust geworden), maar het is reeds begonnen in zijn jeugd. Toen hebhen allerlei factoren mee moeten werken aan de vorming van Paulus, opdat hij als een uitverkoren vat met het rijke Evangelie der genade de heidenwereld zou kunnen intrekken.
Hij is een Joods man, te Tarsen in Cilicië geboren. Tarsen was in Paulus' dagen een flinke stad. Alles wat de toenmalige wereld te bieden had aan ontspanning en ontwikkeling kon men er vinden. Toch acht zijn vader (een rijke man, levend naar de strenge regels van de Joodse orthodoxie) het nodig, dat de kleine Paulus zijn opleiding niet ontvangt in deze wereldse omgeving, maar dat hij gaat naar het land der Vaderen, naar Palestina. In dit opzicht is zijn vader een beschamend voordbeeld voor menig ouderpaar in onze dagen. Wij weten, er wordt veel gesproken en geschreven over de jeugd, de jeugd van tegenwoordig, altijd maar weer de jeugd. Tooh geloof ik, dat wij hier voorziohtig mee moeten zijn. Vroeger waren de jongeren óok geen engeltjes, ook toen gold van hen : , , in zonden ontvangen en geboren en geneigd tot alle kwaad". Als zodanig ben ik meer geneigd te vragen : „Hoe is 't tegenwoordig met ons als ouders? " Is het er ons vóór alles nog om te doen dat onze kinderen , , Christelijk en godzalig" worden opgevoed, of gaat het er misschien alleen maar om, dat de kindere^ straks een goede betrekking zullen hebben ? Er is immers een jagen naar diploma's van allerlei aard, maar gaat het niet vaak ten koste van het éne nodige ? Trouwens, lijden onze jeugdverenigingen in vele gemeenten niet een noodlijdend bestaan ? En is het met de catechisaties wel zoveel beter gesteld ? En is het erge bij dit alles vaak niet, dat de kinderen hierin gesteund worden door de ouders ? , iAch, de kinderen hebben 't tóch al zo druk met huiswerk, ze kunnen echt dit uur niet missen", maar 't blijkt dat er voor allerlei andere dingen wèl plaats is. Wij hebben hier toe te zien, opdat onze kinderen niet tegen ons zullen getuigen, omdat wij hen alles hebben laten leren, maar juist het éne nodige onthouden hebben. Juist de jeugdjaren zijn van zo'n grote en rijke betekenis.
Paulus, de grote Apostel, ziet met dankbaarheid terug op zijn jeugd en op zijn strenge opvoeding. Wat is hij er dankbaar voor dat hij, in Tarsen geboren, toch opgevoed is in Jeruzalem. Immers zo heeft hij de Griekse gewoonten in Tarsen leren kennen, en de Joodse gebruiken en gewoonten in Jeruzalem, en juist door deze opvoeding is hij geschikt, meer dan enig ander, om met het Evangelie der verlossing de wereld in te trekken. Hij kent de taal en de gewoonten, zoals deze in die wereld in zwang zijn, maar hij kent ook de Joodse taal en gebruiken, en kon als zodanig de Grieken een Griek en de Joden een Jood zijn. En dankbaarheid vervult zijn hart als hij zo terugziende, de leiding Gods ontdekken mag in zijn leven, want het stemt hem tot grote rust. Die God, Die hem toch van zijn jonge jaren af geleid heeft, zal hem nu ook verder leiden en bewaren en alle dingen doen medewerken ten goede.
Wat zijn in Paulus' leven zijn jonge jaren toch beslissend geweest voor zijn later leven ! De jeugdjaren zijn nimmer los te maken van de rest van het leven. Dat was toen zo, en het is nu zo. Hoe nodig dan, de jongeren te leiden met alle voorzichtigheid, en wijsheid, maar ook met vaste en stevige hand, gedenkend aan het woord: , , Indien iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, die mildelijk geeft en niet verwijt". Zo terugziende op zijn leven, onag Paulus de hand des Heeren ontdekken in zijn leven, maar bovenal dankbaar zijn dat de Heere hem gebracht heeft tot de kennis van Jezus Christus. Paulus, de vijand en vervolger van. de gemeente, mag dan zijn de vriend en verkondiger van het Evangelie der genade. Paulus heeft dan zijn verzet op moeten geven en van nu voortaan mag hij zich noemen een dienstknecht (slaaf) van Jezus Christus, in leven en in sterven Zijn eigendom.
Als gij nu, lezer(es), eens terug mag zien in uw leven, kunt gij dan ook die lijn van de leiding Gods ontdekken ? Misschien hebt gij ook wel een strenge opvoeding gehad in uw jeugd, evenals Paulus, maar hebt gij er nu al voor leren danken, dat dit alles heeft moeten medewerken om u te bekwamen voor uw levenstaak ? Hebt gij echter voor alles al leren danken dat de Heere het zaad van het Evangelie, in uw jeugd gestrooid, heeft willen doen ontkiemen ? Daar komt het toch op aan, dat wij rust gevonden hebben bij Christus Jezus, dat wij door de H. Geest God hebben mogen noemen , , Abba, Vader", en dat wij het nu weten mogen dat ons leven in Zijn hand is, dat wij geheel en al voor rekening liggen van de Drieënige God. Rust toch niet, voor gij de Pinkstergeest deelachtig zijt ! Die u ontdekkend aan uzelf, leiden wil in alle waarheid.
En wanneer gij als ouders met dankbaarheid moogt terugzien op uw jonge jaren en in alles Gods hand erkennen 'moogt, die u geleid heeft tot het allergrootste wat een zondaar geschonken kan worden, laat het dan ook zien en horen, opdat uw kinderen vervuld mogen worden met een heilige jaloersheid, en gij, jongeren, die dit leest, besteedt uw jonge krachten toch niet in de dienst der wereld (deze wereld gaat voorbij en haar begeerlijkheden), maar zoekt reeds vroeg de Heere. Smeekt om de ontdekkende werking van de Pinkstergeest, opdat gij door Zijn kracht en genade staan moogt in de verwarring en onzekerheid der tijden, de vaan ontplooid en strijdend de goede strijd en levend uit de belofte van de overwin^ ning :
Wij steken 't hoold omhoog en zullen d' eeikioon dragen, DOOI U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's