DIE POOLSE JONGEN
Feuilleton
DOOR JAC. OVEREEM
— Dit strijdt dan wel met de principes van de partij, merkte Clauda glimlachend op.
— Inderdaad! Theorie en practijk kunnen zo heel ver uit elkaar liggen. Wat heeft men aan nog zoveel perfecte sociale voorzieningen, wanneer haat en vijandschap tegen elkaar, om de voorrang strijden. Ik weet dat u er niet over spreken zult, maar ik ben persoonlijk diep teleurgesteld over de uitwerking van Stalinistische beginselen. Ik ben de zestig gepasseerd, maar indien ik jonger werd, instee van ouder, dan ging ik er vandoor. Mijn idealen zijn verzand in deze geweldenarij. De echte levensvreugde, die alleen in vrijheid bloeien kan wordt hier niet gevonden.
Vrijheid is een der meest kostbare dingen in deze wereld. U weet misschien, hoe er duizenden bij duizenden, hebben moeten sneven, omdat ze niet los konden komen van dit vrijheidsideaal.
Waar zijn er meer mensen wreedaardig, alsof het beesten waren, ja, koelbloedig omgebracht. Dit komt voort uit een ontaard beginsel. Dat kan nooit goed zijn. In Rusland zien duizenden en tienduizenden uit naar de dageraad, dat men weer vrij kan ademhalen, vrij kan leven. Om uit te mogen breken uit de kooi der slavernij, die benauwend dicht gesmeed ligt om ons hart.
Clauda zag de ogen van de oude dame flikkeren, niet boosaardig, er lag een hunkering naar de verlossing niet zozeer voor haar zelf, maar voor een millioenenvolk, dat zulk een goed volk is. Waar zijn de mensen die hun eigen bed afstaan voor de onbekende vreemdeling en zelf in een deken kruipen op een vloer ergens in het huis ?
Dat is de Russische mens.
Clauda beseft opeens heel levendig, dat mevrouw Doewitza zulk een mens is.
— Het Tsarendom heeft onwetend deze dingen voorbereid, zei ze na een pauze.
Ze keek in het vuur.
— Wanneer zal de dag komen, dat het volk weer vrij zal zijn onder een zelfgekozen regering ? Wij weten het niet. Ik zal 't niet beleven. Maar ik hoop het en bid er om.
Clauda keek even op. Dat laatste was een woord, waarvan men zou menen dat het in Rusland niet meer genoemd werd en ziedaar, een der voorgangers durft zich zo te uiten.
De oude dame had scherp gelet hoe Clauda er op reageerde. En het was haar niet ontgaan, dat ontroering zich van Clauda's ziel meester maakte.
— Ja, zei ze, ik bid er ook om. Ik weet dat u dit met gemengde gevoelens hebt aangehoord. U zult zeggen, waarom blijft u dan hier. Clauda zweeg.
No. 21
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's