De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Dordtse Leerregels

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Dordtse Leerregels

9 minuten leestijd

Het eerste artikel.

Aangezien alle mensen in Adam gezondigd hebben, en des vloeks en eeuwigen doods zijn schuldig geworden, zo zou God niemand ongelijk hebben gedaan, indien Hij het ganse menselijk geslacht in de zonde en vervloeking had willen laten en om de zonde verdoemen, volgens deze uitspraken des Apostels : , , De gehele wereld is voor God verdoemelijk. Zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods" (Rom. 3 : 29, 23). En : „De bezoldiging der zonde is de dood" (Rom. 6:23)."

Over dit eerste artikel van de Leerregels heb ik al reeds enkele opmerkingen gemaakt. Laat ik proberen er nu in twee gedeelten de laatste hand aan te leggen. De Leerregels willen in dit eerste hoofdstuk opkomen voor de waarheid, dat de redding, verlossing, zaligheid van de Kerk het werk van God Drie-enig alleen is. Om dit duidelijk te maken, ook voor de eenvoudigste kerkganger, beginnen de opstellers met een korte beschrijving van de toestand, waarin de mens verkeert. Daarin volgen zij de Ned. Geloofsbelijdenis in artikel XVI, dat aanvangt met deze woorden : , , Wij geloven, dat, het gehele geslacht van Adam door de zonde des eersten mensen in verderfenis en ondergang zijnde....

In de grond bedoelen de Dordtse Leerregels niet anders dan de Belijdenis op grond van de uitspraken der Heilige Schrift tegen de wedersprekers te verdedigen en te verduidelijken. Wie is dus in overeenstemming met de belijdenis der Kerk of — men heeft gezegd, dat dit nog dieper gaat —, wie is er in gemeenschap met de belijdenis ? Die met zijn hart gelooft en met de mond belijdt, dat alle mensen in Adam gezondigd hebben. Hoe staat het met deze belijdenis en met de prediking, die in deze waarheid, een richtsnoer heeft? , , Deze belijdenis is in Protestantse kringen zeldzaam geworden. Ze wordt door vele theologen fel en zonder pardon bestreden".

En dan zegt toch de hele Hervormde Kerk van zich zelf, dat zij het eens zijn met de Belijdenis en in gemeenschap met al haar delen prediken. Dit is op zijn minst genomen vreemd. Het zou reeds heel wat tot opklaring van de huidige situatie bijdragen, wanneer alle leidende personen in de Kerk zich rekenschap gaven van en klaar omlijnd uitspraken wat zij nu eigenlijk van Catechismus en andere belijdenisgeschriften nog geloven en prediken en wat zij laten liggen of — zonder het er bij te zeggen, anders prediken of b.v. anders uitleggen. Als men in de Hervormde Kerk het gesprek tussen de richtingen nog eens wil aanvangen dan zal men eerst van elke richting een scherp omlijnd opstel moeten vragen waarin zij eerlijk voor hun overtuiging uitkomen. Tegenwoordig wordt er maar gezegd : wij zijn ook gereformeerd en wij bewegen ons binnen de grenzen van de Belijdenis, terwijl men tegen de hoofdpunten er van fel strijdt. Dat is nog altijd een onware toestand, die nu al tientallen jaren heerst.

Kort geleden kwam op een classicale vergadering het voornemen der Synode om b.v. in gemeenten met een prediking in de geest der Belijdenis de evangelisaties tot kerken te maken. Een lid der vergadering, dat van heel dichtbij de onderhandelingen over deze kwestie had meegemaakt, zei zo langs zijn neus weg, dat de bedoelde evangelisaties heel niet wilden zeggen, dat in de wettige Kerk daar ter plaatse het evangelie niet werd gepredikt. Men was het helemaal met die prediking en met de belijdenisgeschriften der Kerk eens, maar men wilde het op een beetje andere manier horen zeggen. Ik ben er van overtuigd dat dit de waarheid niet is. Men is het met de inhoud van de prediking niet eens, want men is het met de Belijdenis der Kerk niet in haar geheel eens. Maar de Belijdenis is geen baal suiker. Daar kan men een half pond van gebruiken en dan heeft men ten volle suiker. De Belijdenis echter is een organisch geheel. Laat men er iets van los, dan heeft men een verminkte belijdenis en een valse prediking. Zo eenvoudig is het niet, dan men uit de belijdenis een paar zinsneden kan uitlichten en zeggen : daar ben ik het mee eens dus ben ik het met heel de belijdenis eens. Wanneer zal 'men in de Hervormde Kerk van Nederland eens eerlijk worden ?

Dus men is het al direct met de eerste regel van het eerste artikel van het eerste hoofdstuk niet eens, velen niet. Wat heeft men er op tegen ? Wel, Adam heeft nooit geleefd, dus alle mensen kunnen niet in Adam gezondigd hebben. Hier komt het artikel over de Heilige Schrift om de hoek kijken. Als de Synode met haar jongste Leergeschrift over dit punt gelijk heeft, dan heeft de ongereformeerde partij in de Kerk een grondslag om de historiciteit van Adam af te wijzen. Dan verklaart men gewoon Genesis 3 tot sage en dan kan men ook de leer van de erfzonde kwijt. Paulus legt men dan wel Barthiaans uit. Doch zolang artikel X in de Kerkorde , staat en daarmee de binding aan b.v. de artikelen 3—7 van de Geloofsbelijdenis, waarin o.a. staat : Wij geloven zonder enige twijfeling al wat in de Heilige Schrift begrepen is —, dan, ja dan is het mij niet duidelijk hoe men Adam's val naar het rijk der sagen kan doen verdwijnen. Kan men dit niet, en men kan het niet, dan staat het in de Schrift duidelijk te lezen, dat door de zonde van de ene Adam velen, n.l. alle menselijke aardbewoners, tot zon­ daars zijn gesteld geworden. Men hoeft Romeinen 5 vs. 12—21 maar één keer te lezen, om dit te weten.

Ik bedoel niet, dat wij het stuk van de erfschuld dan hebben begrepen. Het is voor ons niet weggelegd om alles van Gods wijsheid en werk te begrijpen. Daarvan zei Augustinus immers : Voor de prediking mag er niets meer bekend zijn dan de erfzonde, voor het begrijpen is er niets meer verborgen. Het scherpste vernuft kan hier niets naspeuren. Alleen de autoriteit van Gods Woord moet ons van stap tot stap leiden. Voor deze autoriteit, die niet bedriegt en niet kan bedriegen, moeten we wijken en haar toestemmen, Wat zegt dan de Schrift?

Ten eerste is daar Genesis 3. Het is hier duidelijk dat de straf op de zonde over alle mensen komt. Doet dan God de mens geen onrecht? Neen, God doet nooit onrecht. De nakomelingen van Adam zijn in een samenhang met Adam geschapen. Zij zijn in hem. Wij vormen met ons aller vader één geheel. Als Adam zondigt, zondigen wij allen met en in hem. Vanwege deze samenhang wordt de zonde van Adam ook ons, zijn nakomelingen, toegerekend. Dat wij allen dezelfde straf krijgen, blijkt, zeide ik, uit Genesis 3. De Apostel schrijft daarover in Rom. 5 vs. 12 : , , Daarom, gelijk door ene mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood, en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welke allen gezondigd hebben". Zoals het ons in Genesis 3 is verteld, wordt het door Paulus herhaald. De zonde is door één mens in de wereld gekomen, door die zonde de dood.

De dood raakt alle mensen, want zij hebben alle gezondigd, n.l. toen Adam zondigde. Het zal vele onzer lezers niet onbekend zijn, dat er reeds veel geschreven is over de vertaling in welke. Wij gaan er heel niet op in. Het is best mogelijk, dat taalkundig de vertaling , , nademaal" of , , omdat" juister is. De zin blijft er dezelfde door. De mensen sterven niet omdat zij allemaal zondigen, doch omdat zij allemaal gezondigd hebben, toen Adam zondigde. Dit is het verband van deze tekst. Romeinen 5 vs. 19 laat zien, dat onze laatste opmerking juist is. Daar staat : , , Want gelijk door de ongehoorzaamheid van die ene mens velen tot zondaars zijn gesteld geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van ene velen tot rechtvaardigen gesteld worden". Het is alles een duidelijke grond voor de Schriftuurlijkheid van de woorden : „Aangezien alle mensen in Adam gezondigd hebben". Voor wie het nog niet geloven wil zegt dan 1 Cor. 15 VS. 21 en 22 het onmiskenbaar duidelijk : , , Want dewijl de dood door één mens is, zo is ook de opstanding der doden door één mens ; want gelijk zij allen door Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden". En als we dit nu weglaten en van geen erfzonde willen weten, hoe komen de dingen dan te liggen? Dan ligt er vóór ons een verloren mensheid. Alle mensen zijn verdorven. Hoe komt dat? Is het toeval of noodlot? Als God het gedaan heeft, is dat niet verschrikkelijk wanneer elke rechtsgrond er aan ontbreekt? Heeft God dan willekeurig het hele mensdom aan dood en verdorvenheid overgegeven? Of gaat sterven en verdorven zijn buiten God om? De verdorvenheid van het ganse menselijk geslacht zal toch wel niemand loochenen. Welnu, voor wie de Schrift gehoorzaamt, is deze verdorvenheid een vrucht van het rechtvaardig oordeel Gods. Maar hehben niet alle mensen in Adam gezondigd, dan handelt de Rechter van hemel en aarde willekeurig. Wat zeggen nu de bestrijders van de erfschuld? Zij zeggen dat Rom. 5 VS. 12—21 zo ontzettend moeilijk is. Waarom? Omdat zij voor de zware taak staan hun natuurlijke theologie op dit punt in de tekst van Gods Woord in te wringen.

Maar wie gehoorzaam, dankbaar voor Gods eigen thora of onderwijzing, naar de Schrift wil luisteren, ziet, dat de zonde van Adam ons allen wordt toegerekend. Alleen door te verklaren, dat Adam nooit bestaan heeft en dergelijke gewelddadige methodes, kan men zich aan de kracht van het Schriftbewijs onttrekken. Het is dus de leer der Schrift dat alle mensen in Adam gezondigd hebben. Daardoor zijn zij , , des vloeks en eeuwigen doods schuldig geworden". Ik stel voor, dat we daar in een volgend artikel op terugkomen. Het is toch wel belangrijk om goed te zien, hoe onze gereformeerde belijdenis de mens verstaat buiten de genade Gods. Voor dit keer wilde ik alleen nog opmerken, dat ook de Reformatoren het , , in welke" van Rom. 5 vs. 12 plachten te vertalen met , , nademaar'. De leer der erfschuld hangt niet aan de ene of andere vertaling van deze tekst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Dordtse Leerregels

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's