Herman Witsius
1636-1708
II
Jeugd en studie-tijd.
Witsius werd geboren te Enkhuizen, uit een zeer aanzienlijke familie, vooral op kerkelijk gebied, Zijn moeder, Johanna Hermanni, een predikantsdochter, was een zeer vrome en verstandige vrouw. Zijn vader, Claes Jacobsz. Wits, heeft behalve het ambt van ouderling, ook dat van Schepen en zelfs van burgemeester bekleed.
Herman ontving met zijn jongere broer en twee zusters, in het ouderlijk huis een christelijke opvoeding in de beste zin des woords.
In de opdracht van het boekje , , Practijk des Christendoms", dat hij als jong predikant reeds uitgaf, heeft hij willen uitspreken hoeveel hij wel aan zijn Weerde Vader" en , , Hartslieve Moeder" te danken had voor alle moeiten en zorgen aan hem besteed. Vooral was hij hen dank verschuldigd voor de opvoeding, lering en vermaning des Heeren. Hij heeft zijn Godzalige ouders mogen behouden tot zijn 39ste jaar. In 1669 zijn ze beiden kort na elkaar in de Heere ontslapen (6 Oct. en 18 Oct.) Zijn oom, Petrus Hermanni, prorector van de Latijnse School, heeft veel aan zijn vorming, ook buiten de schooluren om, kunnen bijdragen. Mede onder diens leiding heeft hij dan ook buitengewone vorderingen gemaakt. Vooral in de classieke talen was hij bijzonder goed thuis. Hij sprak en schreef b.v. zijn Latijn al vrij goed voor zijn 15de jaar ! De grondtalen van de Bijbel, Hebreeuws en Grieks, beheerste hij toen al heel goed. Geen wonder dat dit een pracht opleiding was voor zijn universitaire studie, die hij op die jeugdige leeftijd te Utrecht begon (1651).
Aldaar doceerden de grote Gisb. Voetius, de Maets en Hoornbeek theologie. Onder leiding van Prof. Leusden bestudeerde hij de Oosterse talen en verdiepte hij zich in enkele Talmud-tractaten. Hij maakte zich ook de beginselen van het Syrisch en het Arabysch zelfs eigen !
Vooral Voetius, de Calvinist in hart en nieren, heeft enorme invloed op de jonge W. gehad. W. kwam diep onder de indruk van zijn universele geleerdheid en ongebroken kracht, ondanks dat Voetius reeds de zestig was gepasseerd ! Het kan dan ook niet anders of we vinden later in het leven en de werken van W. iets van diens ijver voor de rechtzinnigheidsbelijdenis en de waardering van de praktijk der Godzaligheid terug.
Voetius was voor hem kortom een theoloog van onsterfelijke vermaardheid. Ook prof. Hoornbeek, een ster van de eerste grootte aan het theologisch firmament in die tijd, is een leidende en invloedrijke figuur voor W. geweest.
Hij nam van hem iets mee wat betreft zijn historische belangstelling en practische zin. Aan de Groninger universiteit was het Prof. Maresius, die hem vormde, vooral wat de Franse taal betreft, waarin hij heeft gepreekt. Later mocht W. in zijn Leeuwarder periode als predikant nog een werkzaam aandeel hebben in de verzoening tussen beide , , kampioenen der orthodoxie" : Voetsius en Maresius.
Van Groningen wilde W. zijn studie te Leiden voortzetten, doch aangezien hier in 't najaar van 1665 de pest woedde, keerde hij naar Utrecht terug.
Daar heeft toen een zekere ds. Van den Bogaard een bijzonder stempel op zijn leven gezet, zodat deze, wat de geestelijke vorming betreft, meer voor W. heeft betekend dan één van de genoemde professoren.
Ds. van den Bogaard was een man van strenge levensopvatting en bijzondere vroomheid, een boezemvriend van Jodocus van Lodenstein.
W. achtte hem hoog om zijn inzicht en gaven, en meende in zijn jeugdig enthousiasme, dat zijns gelijke onder de predikers niet werd gevonden !
Door de preken en de gesprekken van Van den Bogaard leerde W. het onderscheid duidelijk tussen de theologische kennis, die in de weg van ijverige studie ook verkregen kan worden door hen, die van de genade der ware heiligmaking verstoken zijn en de hemelse wijsheid, die door meditatie, gebed, liefde en gemeenschap met God wordt verkregen en door - de Heilige Geest, Die innerlijk verlicht en vernieuwt, wordt geschonken.
Overzien we dit eerste gedeelte van W.'s levensgeschiedenis, dan moeten we tot de conclusie komen dat hij zich buitengewoon voorspoedig heeft ontwikkeld. Op 29 Mei 1656 onderwierp hij zich aan het praeperatoir examen in zijn geboortestad en werd met algemene stemmen door de Classis toegelaten.
Witsius als predikant.
Van een reis naar Frankrijk om zich verder in die taal te bekwamen en kennis te maken met de beroemde theologen aldaar is niets gekomen door een beroep uit Westwoud, een plaatsje in Noord-Holland niet ver van zijn geboortestad. De 8ste Juli 1657 deed hij aldaar zijn intrede als 8ste predikant (na de Hervorming) van die plaats, zeer tot vreugde van zijn ouders, die hij vanaf de kansel bijzonder hartelijk bedankte. Jaren later spreekt W. nog over dit onvergetelijke ogenlblik. Drie jaar daarna is W. in het huwelijk getreden met Aletta van Borchorn, een dochter van een ouderling uit Utrecht.
Het is een gelukkig huwelijk geworden, maar het éérste kind, dat hij van zichzelf heeft mogen dopen op 3 Juli '61 hebben zij al vroeg moeten missen.
Niet zonder vrucht heeft W. in West- Friesland mogen arbeiden. Hij is onder meer tot zegen geweest voor een catechisante, die op 17-jarige leeftijd met een heerlijk getuigenis aangaande de hemelse dingen is gestorven.
Het christelijke leven liet in Westwoud echter veel te wensen over. Daar ernstige vermaningen van de kansel niet hielpen, wendde hij zich met een schriftelijk protest tot de plaatselijke Overheid, maar de predikant en ouderlingen kregen nul op het request.
De grieven waren o.a. ontheiliging van de rustdag door kermissen, lichtzinnig vermaak in de herberg onder kerktijd en het begraven op Zondag. Gevraagd werd om maatregelen tegen de , , exorbante stoutigheden des Pausdoms". De kerkeraad ging intussen door met het censureren van lidmaten wegens openbare dronkenschap of andere ongerechtigheden.
In zijn prediking stond hij bijzonder stil hij de sabbatsheiliging en het lezen én onderzoeken van Gods Woord. Het bleek hem, dat hierin schrikbarende misstanden heersten. Sommigen hadden niet eens een Bijbel in huis, anderen alleen om er mee te pronken ! Onwetendheid, onbesuisdheid en vrijheidszin waren hen in die tijd nog eigen en de overgang naar het protestantisme kreeg onder de West-Friezen maar ten dele haar beslag.
Witsius nam na 4 jaar een beroep uit Wormer aan, waar hij 20 Oct. 1661 zijn intrede deed, Al spoedig werd hij in een tuchtzaak gemengd tegen zijn collega Ds. Berh. Cleur, aan wie het werd aangeraden , , zich uit eigen motieven van het Avondmaal te onthouden". Toen hij dit weigerde, werd het hem eenvoudig geboden. Een deel der gemeente koos natuurlijk de kant van de , , verdrukte onschuld", waardoor de zaak een dreigend aanzien kreeg voor Witsius,
De Classis Haarlem stuurde één en andermaal op een schikking aan, toen de kerkeraad, na andere ingekomen klachten tegen ds. Cleur, meende hem niet te kunnen handhaven met als resultaat: Wisseling van standplaats met ds. P. Coddaes van Wilsveen. Uit deze tijd stamt de uitgave van een 7-tal leerredenen getiteld: , , Geestelyke printen van een Onwedergeboorne op syn beste, en een Wedergeboorne op syn slechtste".
Eveneens zijn genoemde tractaat de , , Practyke des Christendoms" opgedragen aan zijn ouders. Een soort catechismus in 141 vragen over: de Heilige Schrift, de ware religie, de zelfverloochening, het geloof, aanneming tot kinderen, de heiligmaking en het gebed.
Het geschrift is herhaaldelijk herdrukt en bewijst, dat de praktijk der Godzaligheid W. als jong predikant ter harte ging,
Witsius stond in de volgende 2 jaren van 1666—1668 te Goes, waar hij een gezegende periode heeft doorgemaakt. Hij was erg aan deze gemeente, ook aan de Zeeuwen in 't algemeen, gehecht. Meermalen heeft hij getuigd, dat hij nooit een rustiger en aangenamer tijd gekend heeft dan daar in Goes. Met zijn 3 andere collega's aldaar kon hij ook heel goed opschieten, , , Geen strijd kenden wy- als van liefde onder malkander van yver voor het goede en haet tegen de sonde". Omgekeerd hield ook Goes veel van W. , , dewyle syn E.persoon seer aangenaam en syne dienst seer vruchtbaar is in dese gemeijnte".
Daar hij ongeveer gelijk met Jean de Labadie in Zeeland is gekomen, is het geen wonder dat, onder invloed van het religieuze leven in Zeeland, W. aanvankelijk met interesse en sympathie zijn streven heeft gevolgd. Als hij later het Labadisme als sectarisme verwerpt, is er toch een grote mildheid in zijn oordeel vanwege zijn contact met de eerste beginselen ervan.
Een veel langere en belangrijke periode heeft W. als predikant van Leeuwarden doorgemaakt (1668—1675).
Maar daarover een volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's