De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Open vensters naar Jeruzalem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Open vensters naar Jeruzalem

10 minuten leestijd

Door Gods lankmoedigheid mogen we schrijven vanuit Gods Woord, dat buiten alle tijd staat, omdat het de taal der eeuwigheid spreekt en juist daarom ons in alle tijden en onder alle omstandigheden wat heeft te zeggen.

Daniël, dat betekent : God is mijn rechter, 17 jaar oud, wordt als balling in 597 vóór Chr. op last van koning Nebukadnezar bij de verwoesting van Jeruzalem, weggevoerd naar Babel. Opgevoed aan het hof, moet hij immers de taal der Babyloniërs leren en de heidense godsdienst van Babel overnemen en zo mogelijk vergeten, dat Israels God zijn rechter is,

Nebukadnezar, dat hield in de wereldmacht, wil immers ten koste van bloed en verwoesting met geweld haar rijk stichten zonder rekening te houden met het feit, dat de God van Daniël eenmaal rechten zal.

Ja, die geestesstroming kennen wij ook in onze zogenaamde beschaving, die wierookt aan de afgoden van geld en techniek en in vele dingen geen plaats laat voor het: God is een rechter. Het is die geestesstroming, welker afgodstempels zijn atoomfabrieken en bankkantoren en voor wie de kerken hoogstens waarde hebben van historisch monument, waarin na de dienst gasten vluchtig een blik werpen, maar zich niet willen stellen onder de bediening van Gods Woord. Nog tracht die geest van Nebukadnezar een greep te doen óok naar onze jeugd, om hen een gevangene te maken van de koning van onze tijd, daarom 's winters maar elke avond een cursus en geen tijd voor catechisatie.

Maar als Nebukadnezar is heengegaan en zijn rijk in handen van Meden en Perzen is overgegaan, wordt ons duidelijk, dat koningen komen en gaan, stelsels der mensen verdwijnen, maar dat God, die u oordelen zal, blijft, en zal vragen : Wat hebt gij met uw leven gedaan?

De nieuwe koning der Perzen, Darius, speurt echter in Daniël een voortreffelijke geest en Daniël krijgt het toezicht over 120 stadhouders. Neen, dat maakt Daniël niet hoogmoedig, integendeel. Driemaal daags smeekt hij voor het open venster, of die God, Die rechter is. Zijn genade wil schenken over hem en zijn volk. Neen, Daniël zocht niet de gunst der heren, de grote heren der wereld, maar de gunst des Heeren. Ja, 't scheelt maar één letter, maar wei­nig, maar voor de eeuwigheid alles. Wee onzer, als we alleen voor ons en onze kinderen zoeken de voorspraak der mensen, en niet zoeken de Voorspreker Gods : Jezus Christus (bij de Vader !

Maar ja, u begrijpt, dat biddende volk krijgt het moeilijk in de wereld. Ze hebben Mij gehaat, zegt Christus, ze zullen ook u haten. En weldra organiseren de 120 stadhouders het bekende complot. Ze kunnen niets op het leven van Daniël vinden. Wel, dan pakken we hem in zijn godsdienst. Het bevel is spoedig gereed : Niemand mag aan enig mens of God in 30 dagen iets vragen, dan alleen aan de koning. Dat vindt die slappe koning Darius wel prachtig. Staatsvergoding, de Staat de hoogste wijsheid, dat wil er immers in. Ja, dat kon men zelfs in onze. oorlog horen : die Daniël had toch wel achter in huis kunnen bidden? Jij, dominee, had toch niet in het openbaar behoeven te bidden voor de Koningin? Amerika heeft toch óok een president Maar pas op ! Dan zou de Kerk erkennen : verbod op gebed door de overheid, en dat mag nooit.

Daniël kent maar één Heere : God, Die Zich in Christus openbaart en in Christus genade schenkt. Neen, zou Daniël ophouden te bidden, dat zou betekenen : verloochening van zijn God. Dat nooit ! Dan liever kwalijk behandeld, het leed tegemoet.

Welk een genade, als gij dan ook in het lijden bidden blijft en God u schenkt die geest der genade en der gebeden. Neen, de wereld maakt het u niet moeilijk, als ge een weinig aan godsdienst doet, als ge uw liederen zingt. Als ge achter Gods rug om dan maar stilletjes met de stadhoudersgeest meedoet, dan zal het voor u in Staat en Kerk nog wél gaan, tenminste wat uw lichaam betreft, maar uw ziel? Het gaat op de eeuwigheid aan ! Daar komen de mannen reeds, want Daniël, in overtreding van het bevel, moet nu naar de kuil der leeuwen. Maar juist, als hij de bodem bereikt, als die Daniël daar neerzinkt, komt Gods verhoring en geeft dat plaatje, dat ge als kind kreeg, het zo juist weer : een Daniël, in een duistere kuil neergelaten, een lichtbundel daarin stralend en rustig liggende leeuwen, want God was met hem. In de kuil heilige rust, maar een Darius in grote onrust. Daniël's venster was toch open naar Jeruzalem en door 't geloof werd de muil der leeuwen toegestopt.

U zult wel zeggen : die Daniël zal wel nooit geen strijd meer over het geloof gehad hebben. O, lees dan Daniël 9 en 10, waar hij andermaal bidt : O, Heere, hoor ; O, Heere, vergeef ; O, Heere, merk op ! Ja, Daniël is toch later opnieuw treurende, omdat blijkbaar hij niets speurt, dat het volk in vrijheid komt en Jeruzalem wordt herbouwd. Want Daniël is niet tevreden, als hij 't aan het hof maar goed heeft ; neen, de nood van zijn volk wordt zijn eigen nood ; hij ziet de strijd der geesten, waarvan blijkbaar de Kerk het slachtoffer wordt, en het lijkt, dat God geen recht doet. Maar ziet, als Daniël daar treurende terneer ligt, dan laat de Heere hem horen dat machtige woord : Vreest niet, Daniël, want van de eerste dag aan, dat gij uw hart begaaft om te verstaan en om uzelf te verootmoedigen voor het aangezicht uws Gods, zijn deze woorden gehoord en om uwer woorden wil ben Ik gekomen. Vreest niet, Daniël, 't verloop van de strijd moge u ontstellen, maar het ontstelt Mij niet. Want het geschrift der waarheid, namelijk de Raad Gods, zal bestaan en Ik zal Mijzelf tot Mijn gemeente vergaderen, die tot de eeuwige heerlijkheid bestemd is.

Mogen wij, lezers, nu enkele lijnen trekken van Daniël naar uw leven'? Regeert in uw leven de geest der stadhouders, of breidt ook gij uw gebedshanden uit tot die troon der genade, die in Christus Jezus is opgericht ? Want waar God de Heilige Geest u leerde : God is mijn rechter, daar zal die Heilige Geest u schenken : droefheid over schuld, dat gij geen vrede hebt met uw God, omdat de Kerk zo verscheurt ligt, zodat ge naar het recht Gods verloren gaat aan uzelf, maar dan zal ook die Geest het uit Christus nemen en u in de kuil van uw leed Zijn ondersteuning niet onthouden, want juist op die plaats : als alles, waar ik op wou leunen, bezweek, en viel en die bede overbleef : Ai, laat mij op U steunen met heel mijn ziel, daar wordt ervaren : dat in mijn ellende Uw aangezicht mij kende. Nu versta ik : Zijn Naam is als een olie, die uitgestort wordt in mijn hart, daarom hebben U de maagden lief.

O, kreeg u daar niet, gij aan huis gebondene, kristallijnen glasvensteren naar Jeruzalem ; gij ongetrooste, toen gij stamelde : de Heere is bij mij, ik zal niet vrezen, de Heere zal mij getrouw behoên, daar God mijn Schild en Hulp wil wezen, wat zal een nietig mens mij doen?

Neen, op dat moment had u, zieke, die naar de operatiekamer moest in 't ziekenhuis, geen last van uw pijn, en wist gij, eenzame lezer, u niet alleen, en verstond een geliefde vader, die veel leed moest doormaken : ik riep Hem niet vruchteloos aan, Hij wilde mij niet versmaan, in al mijn tegenheên. Hij zag van Sion neer, de woonplaats van Zijn eer, en verhoorde mijn gebeden.

Zou het niet rijk zijn, als Gods genade in Jezus Christus over ons allen zó moge lichten en zieken en bedroefden in het bijzonder het mogen zeggen : Zijn goedheid straalt mij toe. Zijn kracht schraagt mij in 't lijden.

Ja, zó waakt nog die God over dat biddende volk, al wordt u van alle zijden benauwd, door leven van twijfel en strijd. Want als gij neerligt, o moede strijders in het eenzame ziekbed en bidt met Hizkia : Heere, ik word onderdrukt, wees Gij mijn Borg, dan zult gij het ervaren : Gij hebt mijn ziel lieflijk omhelsd, in de bitterheid is Uw vrede mij zoet.

Kostelijk, als briesende leeuwen moeten terugdeinzen door het geloof voor de Leeuwenkracht uit Juda's stam, Jezus Christus, dan maakt hij uw glasvensteren kristallijnen.

O, laat uw gebed toch tot die Redder blijvend mogen uitgaan. Maar als ge 't donker hebt, en ge zegt: eertijds was 't mij beter dan nu, weet dan dat de grond van uw zaligheid niet ligt in het genieten van Christus, maar alléén in het werk van Christus, waarvan 't genot voor uw ziel slechts de vrucht is. Het gevoel verblijdt zich alléén in de ontvangen genade ; het geloof verblijdt zich óók in de beloofde genade. Het leven op gevoelige genade is aan afwisseling onderworpen, maar het leven des geloofs rust op Goddelijke getuigenissen door de Heilige Geest.

Kunt u, lezers, als de onrustige wereldling u vraagt : Hoe is het met u gesteld, arme bidder ? ', hem dan iets vertellen van wat liefde Gods is in uw arme zondaarshart? Kunt u zeggen : Hij maakte eerlang mij 't levenspad bekend, waarvan in druk 't vooruitzicht mij verheugde ? Ja, dat Hij het was. Die u ondersteunde ? Ja, zegt ge, maar vroeger was het mij zo beter dan nu. Thans lig ik arm terneer in mijzelf en begrijp Daniël uit het latere van zijn leven, als hij zegt : O, Heere, hoor ! O, Heere vergeef ! Want Christus Zelf moet ik kennen als Borg voor mijn ziel. Ik kan van mijn bevinding niet leven, maar alleen van U, o Levensbron : Christus ! .

Ja, gij moet al maar minder worden, opdat Christus toeneme in uw hart. Maar wete dan óok, o strijdende Daniëlkerke, dat de vredevorst Salomo eens zeide van zijn bruid : Gij zijt een besloten hof, een verzegelde fontein, en dat zo ook de Vredevorst Christus zegt van dat volk, dat het Levende Water reeds ontving : gij zijt een verzegelde fontein en Ik ben voor U gebonden op de galerijen bij Mijn Vader en waar gij straks alles zult verliezen, en in de kuil van uw laatste tijden zult neerliggen, daar zal Ikzelf, Jezus Christus, u tegemoet treden met één woord: Vreest niet, want van de eerste dag aan, dat gij uw hart begaafd om te verstaan en om uzelf te verootmoedigen voor het aangezicht uws Gods, zijn reeds uw woorden gehoord en om uwer wil ben Ik nu Zelf gekomen, om u te tonen, dat Ik Jerualem bouw naar Mijn gemaakt bestek en het zal in eeuwigheid rijzen. Want van de eerste dag af tot de laatste, blijf Ik uw Alpha en Omega, uw begin en uw einde. Die nooit zal laten varen het werk Zijner handen. Dan, als uw oog breekt, zullen de vensteren uwer ziel geheel open zijn naar Jeruzalem, want het vrome volk, in U verheugd, zal dan huppelen van zielevreugd, daar zij hun wens verkrijgen. Hun blijdschap zal dan onbepaald, door het Licht, dat van Zijn Aanzicht straalt, ten hoogste toppunt stijgen. En als dan de mensen staan langs de kuil van uw leed en u vragen : Hoe is het, Daniëlskerke ? , dan zult ge fluisterend stamelen : de Leeuw uw Juda's stam heeft toch voor mij overwonnen, niets uit mij, maar al uit Hem; zo kwam ik toch in Jeruzalem, de eeuwige Godsstad hierboven.

Moge gij daar uw geliefden weerzien, waar God alle tranen, van de ogen zal afwissen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Open vensters naar Jeruzalem

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's