De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Modern Levensgevoel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Modern Levensgevoel

10 minuten leestijd

VI

Anti-intellectualisme.

In het vorig artikel zetten wij uiteen hoe het huidige levensgevoel beheerst wordt door cultuurpessimisme, thans willen wij onderzoeken hoe dit pessimistisch levensgevoel zich uit in een anti-intellectualistische houding. ,

Voordat wij daartoe overgaan willen wij eerst nog waarschuwen voor overdrijving en generalisering. Wij overdrijven, wanneer wij zeggen, dat de huidige mens totaal anders is dan die van een vorige generatie. Er zijn structuren van het menselijk zijn, die in alle eeuwen gelden. De sprake van de Bijbel over de mens als zondaar en toegesprokene Gods is even toepasselijk voor de tijdgenoten van de bijbelschrijvers als voor onze tijd. Vele „nieuwere" inzichten, die verschillende moderne denkers menen te ontdekken, liggen veelal verscholen in de grondgedachten van de Bijbel. Dat de bijbelse waarheid door velen niet wordt verstaan en erkend ligt niet aan de waarheid van de Bijbel. De Bijbel openbaart diepten van het menselijk hart, die van nog diepere wijsheid getuigen dan de uiteenzettingen van de moderne psychologie. Prof. Jelgersma zegt ergens : „Wanneer ge dieptepsychologie wilt leren kennen, dan kunt ge terecht bij de Psalmen, Paülus, Augustinus, Luther".

Wij maken ons schuldig aan generalisering van het vraagstuk van het moderne levensgevoel, als wij geen oog hebben voor het feit, dat er heden ten dage nog talloos velen zijn, die hun beschouwingen laten bepalen door oudere wijsgerige denkrichtingen als het rationalisme, het idealisme, het materialisme zij het dan ook in gepopulariseerde vorm. Deze oude denkrichtingen oefenen tegenwoordig nog een machtige invloed op de massa uit.

Met de term , , modern levensgevoel" willen wij derhalve niet zeggen, dat ieder modern mens door dit levensgevoel wordt beheerst, maar wel, dat een nieuwere denkrichting, een andere levensbeschouwing en levensstijl aan de poorten van de Westeuropese cultuur klopt en velen in hun diepere levensbehoeften aanspreekt. In filosofie en literatuur, in film en op toneel, zelfs ook in theologische verhandelingen treedt dit levensgevoel min of meer duidelijk aan de dag.

Het moderne levensgevoel is daarin modern, dat gedurende de laatste decennia in het humanisme een ommekeer schijnt plaats te vinden van het rationalisme naar het existentialisme, van het intellectualisme naar het antiintellectualisme. Dit anti-intellectualistische standpunt van het huidige levensgevoel vraagt nu onze aandacht.

Het humanisme doorliep in de laatste vier eeuwen verschillende stadia. Sinds de reformatie Is er steeds een tegenstelling geweest tussen het reformatorische geloof, dat zich wilde buigen voor de autoriteit van het Woord Gods en het humanisme van de renaissance, dat de mens tot centrum van het heelal maakte. De renaissance liep uit op de Aufklärung, waar het verstandelijk denken van de mens op de troon werd geplaatst. Dit geschiedde door Descartes. Vóór de verschijning van zijn , , Discours de la Methode" (1637) is het klassieke en middeleeuwse denken als kosmisch te karakteriseren. Men dacht in samenhang met de totaliteit van de wereld. Met Descartes gaat men zijn denken losmaken van de wereld en sluit men zich in zijn denken op. Het denken distanciëert zich van de wereld, objectiveert de wereld en acht alle zekerheid in het denken zelf te vinden, dat helder en duidelijk wetenschap verschaft. Wat in strijd kwam met de denkbeelden van het verstand werd genegeerd. Zo werd het wonder als zijnde in strijd met de waarheid van het denken geloochend. God werd gerationaliseerd en tenslotte weggerationaliseerd. De rede werd als een godheid vereerd. Het , , denkende deel der natie" verhief zich hautain boven de , , domme massa", die nog geloof hechtte aan allerlei wonderverhalen. En zij, die hun vertrouwen stelden op de gekruisigde en opgestane Christus, werden mensen van de nachtschuit genoemd, zij leefden drie eeuwen te laat.

Deze rationalistische denkrichting had vele dingen mee. Zij kon wijzen op de vooruitgang van de cultuur en de rijkdom van de uitvindingen. De rede bleek een machtig instrument te zijn om de natuur aan zich te onderwerpen, vele geheimen moest de natuur door de arbeid der ratio prijsgeven. Zo werd het leven door allerlei technische middelen vergemakkelijkt en beschermd. Ook dacht men, dat door de hogere ontwikkeling de mens als zedelijk wezen op lager niveau zou komen. Bekend is de stoute uitspraak van prof. Opzomer: , , Bouwt scholen en gij kunt de gevangenissen afbreken". Terwijl in deze rationalistische tijd de religieuze behoeften van de mens werden weggedrongen. Religie is slechts illusie, een droomwereld, een projectie van menselijke gevoelens en verlangens op de wolken des hemels (Feuerbach).

Tegen dit intellectualisme ontstond in het humanisme zelf reactie. Men leerde inzien, dat men zich had vergist. Het enthousiasme over de ontdekkingen en de uitvindingen is reeds lang gedoofd. Men moest steeds meer erkennen, dat de techniek het leven van de mens niet alleen kan beveiligen en vergemakkelijken, maar ook bedreigen. Met beving ziet de mens het voortgaande onderzoek in de chemische en physische laboratoria tegemoet en men vrees de krachten van de natuur niet meer te kunnen beheersen.

De profetie van prof. Opzoomer is niet in vervulling gegaan. Scholen zijn gebouwd, de algemene ontwikkeling is op hoger peil gekomen, maar de algemene vervlakking is groter geworden en de verwording neemt bedenkelijke vormen aan. De rationalistische ethiek bleek helemaal niet aan de werkelijkheid te beantwoorden.

Terwijl men ook steeds meer leerde inzien, dat de diskwalificatie van de religie als illusie ten enenmale niet opgaat. Bij de voortgaande ontwikkeling is de nood van de mens als religieus wezen des te meer aan de dag getreden. En allerlei intellectualistische , , verklaringen" van de religie vinden tegenwoordig maar weinig gehoor. De mens is rationeel, is ethisch, is religieus. En de vraag is hoe kan de mens in deze aspecten van zijn mens-zijn tot zijn bestemming komen. Het redevermogen bleek zijn grenzen te hebben. De Christelijke theologie had dit al eeuwen geponeerd, maar het humanisme wenste deze stelling niet te aanvaarden, totdat de situatie van het menselijk leven het zelf tot de erkenning daarvan drong, Het wetenschappelijk onderzoek is niet in staat alle diepten van het zijn en het mens-zijn te doorgronden. Men had dit ook kunnen vermoeden, want een wetenschappelijke verklaring van de zienlijke wereld houdt geen enkel antwoord in op de bange vraag van de zoekende mens naar de Waarheid. Diepere geesten hadden dit in vorige tijden reeds doorzien. De wetenschap is n.l. incompetent een antwoord te geven op de vraag naar de oorsprong, het wezen en de bestemming der dingen. Slechts kan zij iets meedelen aangaande het proces der dingen. De vraag naar de , , zin" van het zijn vermag de wetenschap niet te beantwoorden. Daarbij komt, dat de specialisering der wetenschappen de levensruimte van de mens in talloze stukken en stukjes heeft versplinterd, zodat het totalitaire verband verbroken is.

Maar het allermerkwaardigste is, dat binnen de wetenschap zelf een verandering van denkmethode is aan te wijzen. Werd in vorige eeuwen uitgegaan van de logische syntaxis van het wetenschappelijk denken, thans blijkt in de hogere physica, dat de logica van het menselijk denken niet bij machte is in bepaalde opzichten het experiment te verklaren. De mechanische causaliteitsgedachte is losgelaten, een waarschijnlijkheidsfactor wordt mede in de berekeningen opgenomen en de geslotenheid der natuur is geen wetenschappelijk dogma meer. In het physisch denken wordt mede rekening gehouden met het feit der acousale spontaneïteit en het moment der onbepaaldheid. Het causaliteitsbeginsel is in de psychologie reeds lang losgelaten, daar het principe van spontaneïteit en wilsvrijheid in deze wetenschap een overheersende functie vervult. Aangezien dientengevolge in de experimentele wetenschap de mogelijkheid van het alogische is opengelaten, heeft deze wending van wetenschappelijk denken indirect medegewerkt aan de bevordering van het besef, dat wereld en mens niet louter door rationele factoren zijn te grijpen *).

Ook op het wijde .terrein der wijsbegeerte is verzet ontstaan tegen de overheersing van het intellectualisme. Maar daarover willen wij in een volgend artikel handelen,

Hoe belangrijk en actueel deze zaken alle zijn blijkt, als wij met een grote sprong terugkeren naar onze huidige kerkelijke situatie en de aandacht even vestigen op het pas verschenen „Herderlijk schrijven vanwege de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk" n.l. , , Christen-zijn in de Nederlandse samenleving". Natuurlijk is het niet onze bedoeling dit schrijven in deze artikelen uitvoerig te behandelen, alleen zou ik willen wijzen op enkele typische invloeden, die het moderne levensgevoel op dit schrijven uitoefent.

Het anti-intellectualisme komt uit in de volgende zinsnede (blz. 7) : , , De verleiding is namelijk groot, in zulk een uiteenzetting beschouwing naast of tegenover beschouwing te stellen en dan tot conclusies te komen, die eveneens alleen maar theoretische waarde hebben. Daarmede zouden wij echter tekort hebben gedaan aan het meest wezenlijke van het christelijk geloof. De christen onderscheidt zich n.l. niet hierin van zijn medemensen, dat hij met andere christenen een bepaalde, eigensoortige levens- en wereldbeschouwing gemeen heeft". Een antiintelectualistische reactie op de overheersing van de rede is toe te juichen, maar nu moet men van de weeromstuit onder invloed van het existentialisme weer niet vervallen tot het andere uiterste, Barth wijst in Kirchliche Dogmatiek III 2 ook alle wereldbeschouwingen in de christelijke religie van de hand. Maar doet hij dat terecht? Ik erken, dat de Bijbel geen wetenschappelijke wereldbeschouwing heeft en dat de christen geen filosofische wereldbeschouwing mag aanhangen, maar betekent dit nu dat de christen helemaal geen wereldbeschouwing heeft ? Bestaat er geen bijbelse wereldbeschouwing ? Een exitentiefilosoof zei tegen mij, dat hij van mening was, dat de wereld altijd bestaan had en altijd zal blijven bestaan. Dat is een wereldbeschouwing. Wanneer de christen daarentegen poneert, dat de wereld geschapen is en een eindbestemming heeft, is dat dan ineens geen wereldbeschouwing ? Het is evenzeer een wereldbeschouwing een beschouwing van en een visie op de wereld. Wel niet een , , afgeronde" wereldbeschouwing, maar toch een , , bepaalde, eigensoortige wereldbeschouwing". Door het Woord Gods en de Heilige Geest ontvangen  wij wijsheid over de wereld, die zich uit in een bepaalde visie, b.v, dat de wereld gedragen wordt door de kracht van het Woord Gods, dat op de wereld het Kruis heeft gestaan en zo kunnen wij doorgaan.

„Christen-zijn", zo gaat het herderlijk schrijven door, , , is in de eerste .plaats een manier van , , zijn", een wijze van bestaan. Het is niet het hebben van een beschouwing over de zin van leven en wereld". Onzentwege zijn wij van mening, dat christen-zijn een „wijze van zijn" is — n.l. staan onder de heerschappij van Christus —: en tegelijk impliseert een beschouwing of liever een geloofskennis heibben over de zin van leven en wereld, overeenkomstig het Woord, dat God over leven en wereld 'heeft gesproken.

De reden waarom het herderlijk schrijven in de aanvang deze afwijzing van de Bijbelse wereldbeschouwing met zulk een nadruk poneert, wordt duidelijk, als het later aannemelijk wil maken dat , , wij onmogelijk met de klem van een hoger gezag bij de ene partij gehoorzaamheid en bij de andere ongehoorzaamheid kunnen constateren. Wij kunnen hoogstens van nalatigheden en kortzichtigheden spreken, maar dan zó, dat deze gevaren alle partijen gelijkelijk bedreigen" (blz. 23). Zo zijn de visies en beschouwingen weggevallen. Alleen geldt de ethische beslissing van de partijen in de concrete politieke situatie.

Wij hebben tegen deze uitspraken ernstige bezwaren. De ethische beslissing staat niet los van de visie, die men over het geheel der werkelijkheid heeft. „De beslissing", zo zegt het herderlijk schrijven (blz. 15) „is doel". Dat zeggen de existentialisten ook. Ook zij dringen aan op de beslissing vanuit het , , zelf zijn" van de mens in een bepaalde concrete situatie. Echter de vraag blijft: welke beslissing ? Wordt de beslissing al of niet geleid door het gebod Gods ? Hoe kan men nog van een gebod Gods spreken als men zich zo verzet tegen de objectiviteit? Zo zien wij hoe een anti-intellectualistisch verzet tegen wereldbeschouwing, tegen objectiviteit uiteindelijk op existentialistische wijze terecht komt in de ethische beslissing van het concrete ogenblik. Wij vinden deze motieven bij verschillende existentialistische schrijvers, o.a. bij Jaspers, terug. Maar deze typische paralellen hopen wij later wel eens uitvoeriger aan te tonen. Het ging er ons nu alleen maar om, de invloed van een anti-intellectualistische reactie' van het moderne levensgevoel op het gebied van de theologie aan te wijzen.


*) Zie dr. A. E. Loen, „Op vaste grond", A'dam, 1946, bl-z. 255 en dr. E. W. Beth, „Natuurphilosophie", 1948, blz. 204.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Modern Levensgevoel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's