Op welke manieren geschiedt bet belijden?
Aan het voorafgaande moet nog wat worden toegevoegd, volgens prof. Van Ruler, en dat doet hij in zijn beantwoording van de zevende vraag : , , Op welke manier geschiedt het belijden? "
De dialectiek van ja en neen spreekt zich ook hierbij uit. Luister slechts naar het antwoord : dat het belijden der kerk geschiedt in elk woord, dat zij spreekt en in elke daad, die zij doet.
Accoord, zegt gij, maar luister verder : , , Hierop kan nog wat meer nadruk gelegd worden door de opmerking, dat het bepaaldelijk zo is, dat de kerk alleen dan op de rechte wijze met het belijden bezig is en bezig kan zijn, wanneer zij juist niet met het belijden als zodanig bezig is".
Het schijnt, dat prof. Van Rnler zich richt op het spontane leven der kerk, het leven, zoals het door de werking van Woord en Geest geboren wordt en gestalte aanneemt en dat hij in dat spontane het eigenlijke belijden wil zien, en niet in de gestalte, welke het leven der kerk aanneemt, o.a. ook in haar belijdenis. Zulk een gedachte schijnt ook wel enige overeenkomst te vertonen met uitingen van een z.g.n. modern levensgevoel. Maar dat gaat ook alweer niet door, als men wordt getracteerd op , , de héle agenda van een ambtelijke vergadering", die wordt geschilderd als voor Gods aangezicht gewichtig, tot in de meest huishoudelijke zaken toe. (blz. 26).
Hoe prof. Van Ruler dat bedoelt en de ganse kerkelijke of onkerkelijke rompslomp als een bezig zijn van écht belijden wil zien, wordt openbaar, als hij schrijft: , , De kerk moet in haar veelvormige arbeid in de wereld compleet ondergedompeld zijn om op een geestelijk verantwoorde wijze met de zaak van haar belijden te verkeren".
Wat hier van de kerk wordt gezegd, zou derhalve ook van de Christen als levend lid der kerk moeten gelden.
't Wil ons voorkomen dat prof. Van Ruler doordraaft op zijn stokpaardje van het apostolaat.
Trouwens, wat is geestelijk verantwoord ? En moeten wij in dit betoog een voorbeeld van geestelijke verantwoording zien? , b.v. in het licht van Johannes 17 vs. 9, waar Christus, de Middelaar der mensen, zegt: , , Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt. want zij zijn Uwe". Dit wijst op een andere waardering van de wereld dan die welke aan dit geschrift ten grondslag ligt. Het apostolaat, of liever de Zendingsopdracht is niet zo zeer gericht op de wereld, maar op degenen, die de Vader de Zoon gegeven heeft, en die uit de duisternis der wereld geroepen worden tot Zijn licht.
Om nog een ander woord van Christus te noemen: , , Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en al het andere zal u worden toegeworpen". (Matth. 6 VS. 33).
Reeds meerdere malen hebben wij er op gewezen dat prof. Van Ruler van een kerkbegrip uitgaat, hetwelk wil beantwoorden aan een kerk, die zó in de Heilige Schrift niet wordt gevonden en door de belijdenis ook niet wordt geleerd. Het , , apostolaat' is nu eenmaal niet het wezen der kerk, al heeft zij het Zendingsbevel als een heilige roeping op te volgen. Dat het wezen der kerk meer is, dan zij in haar belijdenis vermag uit te drukken, is wel mogelijk, maar nergens staat geschreven, dat de kerk haar ganse wezen in haar confessie moet uitdrukken.
Zij 'belijdt echter krachtens haar wezen als het lichaam van Christus : , , Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij". Dat leven nu, dat met Christus verborgen is bij God, is het wezen der kerk.
En wat de waarheidsvraag aangaat. Op blz. 26 raakt prof. Van Ruler alweer aan de waarheidsvraag. Of eigenlijk doet hij niet anders in deze brochure dan altoos maar rondzweven om de waarheidsvraag, d. w. z. hij tracht steeds maar te ontkomen aan de drang van het geloofsgetuigenis der kerk, zoals dat in de confessie is neergelegd, omdat hij eigenlijk wat anders wil. Hij zou wat nieuws willen en het heeft veel van een alleenspraak, als hij zegt dat de kerk, zodra ze zich opzettelijk en apart met het belijden gaat bezig houden, min of meer los van de realiteit onder de tyrannie van de theologie dreigt te komen. Het komt mij voor, dat de theologie, in ieder geval het theologiseren, prof. Van Ruler parten speelt.
Van welke kerk gaat hij toch uit, als hij het over een kerk heeft, die eerst de waarheidsvraag aan de orde wil stellen? Een kerk die derhalve twijfelt aangaande de waarheid(!), die geen klaarheid heeft omtrent het functionnneren van haar belijdenis (blz. 28), die volgens anderen in onzekerheid is aangaande het ambt, en toch maar het ambt openstellen wil voor de vrouw, een kerk, die proeven van hernieuwd belijden onderneemt, niettegenstaande deze onmondige onwetendheid ?
Dat is toch zeker niet de kerk, die in onze confessie aan het woord is, want die laat op deze punten een klaar geluid horen.
Het zou daarom beter zijn de kerk tot bekering en zelfontdekking te roepen door haar bij de confessie te bepalen, dan van een kerk in wanorde te eisen, dat zij buiten de belijdenis om, althans in meerdere of mindere mate vrij van de belijdenis, tot nieuw belijden komt. Trouwens de proeven, welke zij daarvan gegeven heeft, kunnen slechts bevestigen, dat zij ver achterblijven bij de belijdenis der reformatorische kerk en dat geldt van al de liturgische nieuwigheden, die in de kerk worden gebracht, in dezelfde mate.
De oude Formulieren doen het nog, omdat de oude belijdenis nog leeft, aangezien de levendmakende Geest dezelfde blijft.
Van de moderne Bijbelwetenschap en het moderne wereld- en levensgevoel (zie blz. 28) moet men geen vernieuwing van het kerkelijk leven verwachten. Dat zou dwaasheid zijn, want het nieuwe leven spruit niet voort uit aardse krachten, maar is uit de hemel.
Men kan in een , , verworden situatie" der kerk , , na een eeuw van richtingsstrijd" toch niet een nieuw belijden verwachten, dat voortreffelijker is dan de belijdenis uit de dkgen van kracht. Een verworden situatie betekent immers dat het eigenlijke leven der kerk is ingezonken.
Dat ziet prof. Van Ruler trouwens ook zelf wel in. Immers hij - vervolgt: , , Als ik echter bedenk, hoe gemakkelijk wij de traditie zouden breken en daarvan edele strengen zouden doorsnijden (ik denk met name aan de leer van de dubbele praedestinatie), hoe weinig de reorganisatie van de kerk nog heeft doorgewerkt, enz. enz., — dan ben ik geneigd te zeggen, dat het maar goed is, dat het met die proeven van belijden niet zo snel gaat in de richting van een nieuw belijdenisgeschrift in optima forma". Hij vindt, dat het voorlopig maar bij proeven moet blijven.
Wij zouden het gaarne wat krasser uitgedrukt zien en de verworden situatie, reorganisatie en wat er verder genoemd wordt, willen wijzen op de confessie, om zich daarnaar te richten.
Prof. Van Ruler gevoelt zeer wel, dat zulk een verwijzing niet zinloos is. Hij wil daarop wel ingaan, maar dan zó, dat men niet moet doen, alsof het belijdenis-vraagstuk alleen in de gestalte van deze historische belijdenisgeschriften aan de orde is", (blz: 28).
Hoe dat bedoeld wordt?
, , Dat er proeven van nieuw belijden zijn, zal toch als werk des Geestes gewaardeerd moeten worden en daarom in de rekening opgenomen", (blz. 28).
Een sterk stuk: die proeven als werk des Geestes ?
Welke waarborg is daarvoor aan te wijzen, als deze proeven zelfs het Schriftgezag weigeren te erkennen, zoals de kerk der vaderen dat belijdt op grond van het getuigenis van de Heilige Geest in hun hart?
Is dat getuigenis van de Heilige Geest vandaag anders dan vroeger en dat op het stuk der Heilige Schrift?
Wij geloven, dat hier meer de moderne Bijbelwetenschap en het moderne wereld- en levensgevoel aan het woord zijn dan de Geest, die de kerk der eeuwen geleid heeft en leidt.
Neen, alleen in het tot zijn recht doen komen van de belijdenis der vaderen, zal de voortgang van het belijden der kerk, gevonden in een nader belijden in sommige stukken en mogelijk ook in nieuw belijden ten aanzien van vragen, die men in de weg van een functionnerende 'belijdenis ontmoet.
Op de bodem van en vanuit de belijdenis der vaderen moet men de reorganisatie der kerk aangrijpen. Mogelijk, dat dit ook tot reformatie mocht leiden.
Doch niet vanuit het modern wereld en levensgevoel, hetwelk ook in de grond der zaak zo modern niet is, als het zich wil voordoen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's