De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

CHRISTEN ZIJN IN DE NEDERLANDSE SAMENLEVING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CHRISTEN ZIJN IN DE NEDERLANDSE SAMENLEVING

8 minuten leestijd

(II).

De Synode heeft haar Herderlijk Schrijven aangeboden als leidinggevend woord over de vraag, of wij ons in deze tijd bij Christelijke, dan wel „algemene" organisaties hebben aan te sluiten. Het is de vraag, of het door ons als zodanig kan worden aanvaard. Wij vinden er dezelfde lijn in, die in 1945 werd uitgestippeld en als , , doorbraak" onder ons bekend geworden is. In de inleiding wordt dat ook met zoveel woorden toegegeven. De „nieuwe koers", die ons destijds heeft verontrust, wordt hier allerminst verloochend. Niet, dat de Synode het kerkvolk zonder meer naar de algemene organisaties verwijst (P.v.d.A., N.V.V., Openb. School, enz.) ; ze ziet daar ook wel gevaren, met name het gevaar van het neutralisme. Maar de hele strekking van het betoog is toch wel, , dat er naar links belangrijk vriendelijker gekeken wordt dan naar rechts. Naar rechts moet er voor , , zonde" gewaarschuwd worden, naar links lijkt dat niét zozeer het geval te zijn. En het advies dat gegeven wordt, is toch wel, dat er geen doorslaggevende bezwaren zijn om de Christelijke organisaties te verlaten.

Dat er in de vorige eeuw allerlei Christelijke organisaties ontstonden, acht de Synode te begrijpen en te billijken. Daar zaten geestelijke motieven achter, waar de Synode haar eerbied voor wenst uit te spreken. Dat is een wel wat late hulde aan de voortrekkers van die tijd, maar ze worden dan toch , , posthuum" geridderd. Er was immers in de 19e eeuw een zó lichtvaardig optimisme, dat het christelijk geweten daartegen wel in verzet moest komen. Het was, volgens de Synode, , , een begrijpelijke en noodzakelijke geloofsbeslissing". (pag. 28).

Wij zouden in onze eenvoudigheid menen, dat er nú toch wel alle reden is om op de toen ingeslagen weg voort te gaan en de Christelijke organisaties onbekrompen te steunen. Maar de Synode wil van dit doortrekken van de lijn van de vorige eeuw niet weten. De wereld is intussen anders geworden : de mensen zijn niet zó optimistisch meer, de moderne mens is zijn trots verloren en is bang geworden voor allerlei krachten, die hij niet meer beheersen kan. Zodoende is de 20ste eeuw met de 19e niet te vergelijken. Op dit verschil in het tijdsbeeld is deze houding van de Synode gebaseerd, waarin zij een voorzichtige steun biedt in de richting van de neutrale organisaties.

In allen gemoede willen wij hier toch een vraagteken bij zetten. Ik weet niet of wij een zó diepgaand verschil tussen de 19e en 20e eeuw mogen aannemen, zodat de Christelijke organisatievorm nu niet meer zou nodig zijn. Liever gezegd : ik ontken dit verschil. De Synode geeft trouwens zelf toe, dat in de huidige samenleving anti-christelijke stromingen vrij spel hebben en dat het proces der verwereldlijking hoe langer hoe meer om zich heen grijpt. Ik geloof, dat het voor de Christen nog méér geboden is dan vroeger, om op zijn hoede te zijn. Ik meen toch, onder verwereldlijking te moeten verstaan, dat men God de rug toekeert en in zijn gedragingen en beginselen met Hem en Zijn Woord niet rekent. Wij menen, dat de moderne mens het masker begint af te werpen en meer en meer begint te openbaren wat hij is : een mens zonder God. Wij menen óok, dat dat consequenties heeft voor de keuze van de organisatie. Beginselen staan tegenover beginselen, zeker niet minder dan in de vorige eeuw. Tot deze conclusie zou de Synode zelf gekomen zijn, als zij haar uitgangspunt had vastgehouden.

Het is mij een raadsel, hoe men zich aan kan sluiten bij een organisatie, die officieel met het Woord Gods niet rekent en het voor haar leden hoogstens rangschikt onder de vele meningen, die ze desgewenst kunnen zijn toegedaan. De Synode waarschuwt naar links voor het gevaar van neutralisme, maar is de hele P.v.d.A., N.V.V., enz., niet in het gunstigste geval op dit neutralisme gebouwd, zodat Christendom en humanisme krachten worden van gelijke waarde ? Wij krijgen de indruk dat de Kerk uitverkoop houdt van haar laatste waarden. Wat er daarna overblijft is een verwereldlijkte kerk.

De Synode zegt, dat de tijden veranderd zijn. In dit stuk bespeur ik iets, wat veel érger is. Het blijkt, dat de verandering niet in de wereld ligt, maar in de kerk. Het begrip, waar alles in dit Herderlijk Schrijven om draait, is : solidariteit. Dat betekent, dat wij ons niet boven de moderne mens moeten verheffen, alsof wij beter waren en 't beter wisten, maar dat wij naast hem moeten gaan staan om hem te dienen. Daartegenover weet de Synode ook wel van het , , anders-zijn" van de Kerk, omdat zij buigt onder de heerschappij van Christus, maar de solidariteit krijgt zozeer de volle nadruk, dat het anderszijn van de Kerk daaraan dreigt te worden opgeofferd. Men versta mij goed : ik neem het de Synode niet kwalijk, dat zij de solidariteit grote klemtoon geeft. Wij hebben zeker een roeping in deze wereld en een verantwoordelijkheid voor onze naaste. En het is zeker niet christelijk om zich in een hoogmoedig isolement van de wereld af te sluiten. Maar dat is solidariteit met de moderne mens, niet met de moderne beginselen.

Daar hoeft het anders-zijn nog niet door bedreigd te worden. Er is tegenwoordig een andere solidariteit aan de orde en die zie ik als achtergrond van dit Herderlijk Schrijven. Dat is deze, dat Kerk en wereld, gelovigen en ongelovigen op gelijke wijze deel hebben aan het heil in Christus. Wij zijn in Christus allemaal verlost: het enige verschil is, dat de één dat weet en de ander (helaas) nog niet. De ongelovige behoeft dan ook niet meer opgeroepen te worden tot bekering, maar hem moet worden aangezegd, dat Christus voor hem gestorven is. Wie theologisch ter zake kundig is, ontdekt hier de doorwerking van de Barthiaanse verkiezings- en scheppingsleer. Door deze visie is dit Herderlijk Schrijven geïnfecteerd en dat is de diepste oorzaak, waarom de Synode zo weifelachtig staat tegenover de Chr. organisaties. Ons bezwaar gaat dus niet tegen de solidariteit, maar tegenover dit onzuivere solidariteitsbegrip.

Vandaar dat wij ons ook niet kunnen vinden in wat de Synode over de antithese ten beste geeft. Zij spreekt over degenen, „die de antithese als algemeen geldend beginsel zouden willen doorvoeren" (p. 10). Mij dunkt, het kan toch duidelijk zijn, dat de antithese geen programmapunt is, dat wij zelf hebben uitgevonden. Wij constateren alleen (tot ons leedwezen) dat die bestaat en dat niet alleen in de innerlijke verhouding tot God, maar ook in de concrete beslissingen in het maatschappelijk leven. Het maakt nogal verschil, of men wenst te buigen voor het Koningschap van Christus, of voor dat van de goden dezer eeuw. De antithese is er, zo zeker als er kinderen der duisternis zijn en kinderen des lichts. Daarom zijn er ook beginselen in deze wereld, die wij om Christus' wil niet kunnen onderschrijven. Zoals er ook beginselen zijn, die ons om dezelfde reden hoog liggen, b.v. op het gebied van de Zondagsrust, echtscheiding, de verhouding Kerk en Staat. Zeker weten wij net zo goed als ieder ander, dat die antithese niet samenvalt met de Chr. partijen, enz., dat die ook door de Kerk heen loopt en zelfs door het eigen hart. En dat Christenen sommige dingen beslist verkeerd zien en ongelovigen een rechte visie kunnen heibben. Maar dat heft de antithese niet op. Dat roept ons op, met des te meer aandacht ons te stellen onder het gezag van Gods Woord en te vragen naar de wil des Heeren. Er zijn bepaalde dingen, waar een Christen om des geloofs wille naar heeft te staan en het is onjuist om daar min of meer geringschattend over te spreken, zoals de Synode doet, als over , , maar beschouwingen".

De Synode waarschuwt ons voor het , , euvel der vereenzelviging", dat is, dat wij zouden zeggen : wat ik zeg, zegt God ook. Zeker is er het gevaar, dat er niet meer open geluisterd wordt naar wat door anderen wordt gezegd. Dat wij in een christelijke hoogmoed gaan denken : wij hebben altijd gelijk.

Maar het is m.i. eenzijdig, alléén te wijzen op het , , euvel der vereenzelviging". Wij achten het noodzakelijk er óok op te wijzen, dat er een diepe samenhang is, althans behoort te zijn, tussen onze geloofskeus en ons openbare optreden in de samenleving. Ik zie in dit Herderlijk Schrijven het gevaar, dat de tweespalt tussen geloof en leven, tussen de belijdenis in de Kerk en die in het dagelijkse leven, wordt in de hand gewerkt. Prof. Brillenburg Wurth heeft terecht gezegd dat de Christelijke organisaties voor ons geen geloofsartikel zijn, maar wél een geloofszaak: . En wij hadden graag gezien, dat de Synode ons daarin onbekrompen had gesteund. Wij zijn daarin teleurgesteld: zij heeft ons alleen gewaarschuwd voor de zonde tegen het derde gebod.

Op alle slakken héb ik geen zout gelegd i dan zou ik een behoorlijk groot zoutvat tot mijn beschikking moeten hebben gehad ! Ik meen, dat ik de voornaamste bezwaren heb toegelicht en dat het duidelijk geworden is, waar het hier om gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

CHRISTEN ZIJN IN DE NEDERLANDSE SAMENLEVING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's