DIE POOLSE JONGEN
Feuilleton
DOOR JAC. OVEREEM
De oude dame ging voort en zei : — Ik heb hier een taak voor mijn lotgenoten. Ik mag hier niet weggaan. Ik weet dat ik voor hen veel kan betekenen.
— Dat geloof ik met u, mevrouw. En dan blijf ik maar bij de ervaring, die ik zelf hier heb opgedaan. U hebt mij van stonde aan in de Geest van Christus bejegend. Dat zie ik heel duidelijk als een vrucht van het gebed.
— Goed. gezegd excuseer me deze uitdrukking ; ik bedoel, u hebt het juist gezien. Ik wil ook gaarne opmerken, dat het gebed niet iets van ons is, maar voortvloeit uit de Geest van God. Als dit niet zo was, zou het gebed niets nalaten. Nu is het een kracht, die ons versterkt, niet het minst door de verhoring.
— Zonder gebed Is een mens geen mens, zou ik haast zeggen, vulde Clauda aan.
— Het dier leeft van het gebed van de mens. Daarmede wil ik onderscheiden, dat een dier geen redelijk, zedelijk schepsel is. Maar de mens is een verheven creatuur. Welk een plaats is hem van God gegeven in de schepping. O wat is het moeilijk om nu juist te bezien, wat het scheppingslied heeft verscheurd. De zonde ...
— Dit feit is moeilijk te erkennen, indien we er door Goddelijk licht niet van worden overtuigd, zei Clauda toen de oude dame zweeg.
— Indien Christus niet gekomen ware, het zou een hel op aarde zijn. Hij heeft de boze overwonnen. Wij zijn overwinnaars in Hem. Ik ben zo blij dat ik dit gesprek met u hebben mag. Als gij straks weggaat en we zien elkaar op aarde nooit meer, dan hoop ik dat wij, in de alles omspannende eeuwigheid, in het Nieuw Jeruzalem samen de Naam van Christus zullen mogen verhogen.
Nu laat ik u alleen met uw kleine Mika.
Even voor de middag kom ik terug. De oude dame pakte haar wandelstok en verliet de kamer. In de garderobe trok ze haar mantel aan en verliet het gebouw.
Clauda zat nog van alle verse belevenissen vervuld stil voor zich uit te staren. Ze zag niet haar jongen, die opgetogen boven zijn dierenboek zat. Ze dankte en loofde God voor deze ontmoeting. Ze begreep hoe een mens zijn noden van zich af wil bidden, maar hoe toch God het leven leidt. De souvereine en eeuwige Majesteit in de hemelen, weet wat goed voor haar is.
Deze diepe belevenis zou ze in haar knusse dorpje wellicht nooit hebben doorleefd. Moet het dan langs zulk een weg ? Als de Heere het zo wil, ja. Wie kan Gods wegen nagaan ?
Langzaam ontwaakte Clauda uit haar gepeinzen en keerde terug tot de vlakke seer der wereld.
Haar hart stroomde boordevol liefde voor de kleine Mika, die zijn moeder maar aan haar zelf over liet.
Ze vloog van de zitbank en holde naar haar jongen.
Ze greep hem vast en droeg door de kamer. hem
— Mika, hoor je 't! Nu ben je met moeder alleen.
Het kleine hoopje mens, dicht opeen gedrukt, liet zich, zonder zich te verroeren, het huis rondsjouwen.
No. 22
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's