Kerknieuws
Kampen.
Na een verblijf van ruim 8 1/2 jaar nam. ds. L Blok Zondag 26 Juni, des avonds 7 uur, in een stampvolle Broederkerk afscheid van de Ned. Herv. gemeente te Kampen, wegens vertrek naar Capella a.d. IJssel. Als tekst voordeze afscheidsdienst was gekozen Hand. 8 vs. 39, ged. : „de Geest des Heeren nam Philippus weg en de kamerling zag hem niet meer; want hij reisde zijn weg met blijdschap".
„Velen" aldus ds. Blok — „heb ben mij de laatste tijd gevraagd hoe het mogelijk was, dat ik het beroep naar Capelle, buurtschap Keeten, heb kunnen aannemen. Naar menselijke maatstaven bezien, geen promotie. Naar goddelijke maatstaf gemeten is dat echter abosluut onbelangrijk. Zie naar Philippus. Hij diende de bloeiende gemeente van Samaria en kreeg van Godswege de opdracht te gaan op de weg van Jeruzalem naar Gaza, welke woest is. Was het, menselijk bezien, verantwoord deze gemeente los te laten ? De Heere gaf hem daartoe opdracht en had op die weg belangrijk werk te doen voor hem. Als God zendt, mogen wij verzekerd zijn dat de uitkomst goed zal zijn". Op de hem zo eigen wijze verklaarde ds. Blok vervolgens de geschiedenis van de kamerling. Hij reisde zijn weg met blijdschap. Waarom ? Hij had Jezus gevonden, en dat was hem genoeg. En Philippus ? Bij Philippus zal de blijdschap de boventoon hebben gevoerd, omdat hij het middel mocht zijn om de kamerling tot Jezus te leiden. Zo nam de Geest hem weg, opdat God in alles de eer toekomt.
Als ik in al de jaren in Kampen het middel mag zijn geweest om tot zegen te zijn, ben ik God daar dankbaar voor ; daarom kan ik mijn weg met blijdschap reizen. Al valt de dienaar weg, dat is niet belangrijk, belangrijker is dat God blijft met Zijn Woord en Geest.
Aan het einde van deze met gloed en overtuiging uitgesproken prediking gewaagde ds. Blok er van dat hij in de eerste jaren met vreugde in Kampen heeft mogen arbeiden; de laatste jaren was het soms erg moeilijk, als gevolg van de langdurige vacature ds. Hiensch, die mij — aldus ds. Biok — met grote zorg heeft vervuld.
Dank werd gebracht aan het College van B. en W., voor hun belangstelling en aan de ringpredikanten ds. Jorissen van Wilsum, Van Kooten van Genemuiden, De Haan van Zalk en ds. Biesbroek van Kamperveen, alsmede aan ds. Hiensch, van Arnhem, als vriend, voor hun aanwezigheid.
Namens classis en ring werd ds. Blok op hartelijke - wijze toegesproken door ds. Jorissen en namens kerkeraad en gemeente door ds. Ewoldt. Op diens verzoek werd ds. Blok toegezongen Psalm. 121 VS. 2 en 4.
Hoewel in de voorafgaande week reeds gelegenheid was geweest van ds. en mevr. Blok afscheid te nemen, gingen velen na afloop van de dienst nog naar de consistorie om ds. en mevrouw de hand te drukken.
Driebergen.
Zondag 26 Juni was voor kerkelijk Driebergen een belangrijke dag, daar ds. J. J. Timmer werd ingeleid als hulpprediker door de plaatselijke predikant, ds. De Vries.
Ds. De Vries sprak naar aanleiding van Hand. II vs. 44, waarin de eenheid van Christus kerk wordt gesymboliseerd. Het tegendeel zien wij vaak in de huidige wereld, in huwelijk, in gezin, in de kerk, ook in de Ned. Hervormde Kerk. De dunne wand van orpganisatie houdt nog bij elkaar de Ethischen, Confessionelen, Geref. Bonders en Vrijzinnigen. In de eerste Christengemeente waren ze bijeen, met elkaar, door Christus, Die God en mens was, in één persoon : daarom is het nog mogelijk door Hem bij God te komen. Spreker hoopte, dat het in Driebergen zou worden als in de eerste Christengemeente.
Na de prediking werd ds. Timmer voorgesteld aan de gemeente door ds. De Vries, niet als een gast, doch als een, die het zaad des Evangelies zal mogen uitdragen op huis- en ziekenbezoek en ook in de Dienst des Woords en de aparte taak in Driebergen, om de nood van de Geref. Bondsgroep te lenigen, twee dagen per week, en om deze groep weer geheel terug te brengen in de kerk. Spreker roept de gemeente op, om ds. Timmer in de moeilijke taak, die hem wacht, met veel liefde en begrip tegemoet te treden en vraagt de Evangelisatie om met liefde en blijdschap het werk van ds. Timmer te begeleiden.
Nadat ds. Timmer toegezongen is Psalm 134 vs. 3, betreedt deze de kansel, waar hij de kerkeraad dankt voor het vertrouwen, dat hij hem schonk. Spreker hoopt niet, dat men hem alleen zal zien als secretaris van de Gereform. Bond, want zijn wens is, dat deze spoedig zal kunnen liquideren. Doch dan zal de kerk eerst moeten terugkeren tot het Woord en de Belijdenis. Spreker wijst op 't belangrijkste, n.l. dat wij mogen bezitten het zaligmakend geloof, dat arme zondaars drijft tot Christus. Daarover hoopt hij te mogen spreken op huis- en ziekenbezoek. Daar valt zaaier en planter weg, doch blijft Hij over. Die de wasdom geeft. Spr. wijst op de verdeeldheid in de kerk : de ware eenheid wordt gevonden daar, waar het ware geloof gekend wordt, en waar zondaarsschuld wordt gekend. Spr. hoopt bij velen in Driebergen, want dit drijft uit tot Christus.
Na het dankgebed en het zingen van Psalm 123 vs. 1 spreekt ds. Timmer de zegenbede uit.
Groot was de belangstelling voor deze dienst. Geve de Heere veel zegen op het werk van ds. Timmer ; dat is de wens van velen in Driebergen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's