De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

POLITIEKE BESCHOUWINGEN VAN KARL BARTH

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

POLITIEKE BESCHOUWINGEN VAN KARL BARTH

5 minuten leestijd

III.

De Wederdopers traden in de tijd der hervorming op met deze beschouwing : Zij waren in Christus vrijgemaakt en hadden daarom ook in het burgerlijke leven aanspraak op volledige vrijheid. Zij hadden geen overheid meer nodig, omdat zij vrijgemaakt waren van hun zonden in Jezus Christus. Dat Barth bij zijn analogonredenering de laatste conclusie niet trekt, zal vermoedelijk wel liggen in zijn opvatting (ontkenning? ) van de heiligmaking, en zijn opvatting, dat ieder christen immer blijft een Jacob en Ezau,

Wat zegt Calvijn nu van deze analogonredenering der Wederdopers ? Calvijn onderscheidt zeer scherp tweeërlei regering : de ene geestelijk, waardoor het geweten wordt onderwezen tot vroomheid en de dienst van God, de andere burgerlijk, waardoor de mens wordt onderricht tot de menselijke en burgerlijke plichten, die onder de mensen in acht genomen moeten worden. Laat ons, zo zegt hij, de eerste een geestelijk rijk mogen noemen, de tweede een burgerlijk rijk. En deze twee, zoals wij ze verdeeld hebben, moeten altijd ieder op zichzelf beschouwd worden, en wanneer het ene in ogenschouw wordt genomen, moeten de harten weggeroepen en afgewend worden van de gedachten aan het andere. Want er zijn in de mens als het ware twee werelden, Qver welke verschillende koningen en verschillende wetten kunnen regeren.

Hieruit blijkt wel overduidelijk, dat Calvijn van de analogonredenering van Barth niets wil weten. Hij wijst deze redenering fundamenteel af. Dit blijkt nader uit zijn betoog tegen de Wederdopers.

Wanneer die mensen horen, dat in 't evangelie een vrijheid beloofd wordt die geen enkele koning en overheid onder de mensen erkent, maar alleen ziet op Christus, dan menen ze, dat zij geen vrucht van hun vrijheid kunnen genieten, zolang ze zien dat enige macht boven hen staat. Daar het dus een Joodse ijdelheid is Christus' Rijk onder de elementen dezer wereld te zoeken en daar in te sluiten, zo laat ons liever, bedenken hetgeen de Schrift duidelijk leert, namelijk, dat het een geestelijke vrucht is, die verkregen wordt uit de weldaad van Christus en laat ons er aan gedachtig zijn om deze ganse vrijheid, die ons in Hem beloofd en aangeboden wordt, binnen haar eigen grenzen te houden. Want waarom is het, dat diezelfde apostel, die ons beveelt te staan en ons niet te onderwerpen aan het juk der dienstbaarheid (Gal. 5 VS. 1), elders de dienstknecht aanbeveelt, dat ze niet bekommerd zullen zijn over hun staat (1 Cor. 7 vs. 21), anders dan daarom, dat de geestelijke vrijheid zeer goed kan samengaan met de burgerlijke dienstbaarheid? 't Doet er niet toe, in welke staat ge bij de mensen zijt en onder de wetten van welk volk ge leeft, daar in die dingen Christus' Rijk allerminst gelegen is.

Hieruit blijkt wel, dat Calvijn van deze anologonredeneringen niet wil weten en ze afwijst. Trouwens dat behoeft ook niet te verwonderen, want bij dit soort redeneringen heeft evenals bij een allegorische bijbelverklaring de fantasie vrij spel. Tenslotte bespreekt Barth de vraag, hoe de christelijk-politieke beslissingen practisch verwerkelijkt moeten worden. Hij bespreekt eerst de mogelijkheid van een dhristelijk-politieke partij. Hij vindt de politieke partijen geen constitutief element van het politieke leven, slechts een ziekelijk secundair verschijnsel.

Het is me niet recht duidelijk, wat voor voorstellingen Barth er omtrent het politieke leven op na houdt. Deze beweringen zijn me tenminste een raadsel. Hoe kan men zich 't huidige staatsbestel indenken zonder politieke partijen, dat is m.i. onmogelijk. Zelfs Rusland houdt en Hitler-Duitsland hield er altijd nog een partij op na. Het komt me dan ook voor, dat deze bewering ten enenmale spot met de geschiedenis der laatste honderd jaar. Barth voert als bezwaar aan, dat de oprichting van, een christelijke partij de niet-christenen tot samenbinding zal brengen en tot afweer. Onze geschiedenis bewijst juist het tegendeel. Door de samenspanning der niet-christelijke elementen werden Groen en de zijnen tot afweer en vereniging gedrongen.

Barth meent, dat op politiek terrein de christenen slechts anoniem mogen optreden. Hun politieke denkbeelden mogen niet aanvaard worden, omdat ze christelijk zijn, maar omdat ze beter zijn. Hier wordt een weg gewezen, die niet zonder gevaar is, want men komt zo gemakkelijk bij het rationalisme terecht van de beste christen de beste burger.

Dan vindt Barth het een groot bezwaar, dat een christelijke partij moet streven naar een meerderheid en naar een machtspositie en dan ook propaganda moet maken. Hierin ligt weer een echt Doperse trek. Is macht op zichzelf verkeerd ? Prof. Van Niftrik heeft enige jaren geleden aangetoond, dat het de vraag is, waarvoor de macht gebruikt wordt. Ais deze in dienst staat van het recht en van de waarheid, wat zou er dan tegen te zeggen zijn? Door een christelijke partij, beweert Barth, kan de christelijke gemeente niet het politieke zout zijn, dat zij behoort te zijn. O, neen ? Ik meen, dat onze vaderlandse geschiedenis van de laatste honderd jaar voldoende het tegendeel bewijst. Wat is er op sociaal gebied, op algemeen zedelijk terrein, op het gebied van de Zondagsrust, op schoolgebied, ondanks alle gebrek en tekortkoming, toch, dank zij de christelijke partijen, bereikt ? En zijn ook niet langzaam aan de niet-dhristelijke partijen van 't goed recht van verschillende eisen overtuigd geworden ? Zó zeer, dat ze zelf menen, dat nu de christelijke partijen niet meer nodig zouden zijn ? Voor Barth ligt de oplossing dan voorts in het spreken der kerk. Aangezien dit een zeer uitvoerig onderwerp is, waarover ik reeds vroeger schreef, zal ik dit thans laten rusten. Hiermede meen ik het betoog van Barth in hoofdtrekken besproken te hebben.

Dit staat wel vast, dat op politiek terrein wij Barth niet kunnen volgen. Het zou een ernstige verloochening zijn van onze landshistorie, indien we dat wèl deden. Indien wij in de voetstappen van Groen en zovele andere voortrekkers willen wandelen, kunnen wij dat niet doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

POLITIEKE BESCHOUWINGEN VAN KARL BARTH

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's