De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Onderwijsnota in de Kamer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Onderwijsnota in de Kamer

4 minuten leestijd

De kabinetscrisis is weer achter de rug. Het ministerie is ongewijzigd weer teruggekeerd. Misschien dat enkele dingen veranderen, met name wat de huishuren en de belastingen betreft, maar aangezien het conflict de onderwijspolitiek niet raakte, kan minister Cals rustig doorgaan. Speciaal wat het ontwerp-kleuteronderwijs betreft, lijkt me dit zeer belangrijk.

Dit wil natuurlijk niet zeggen, dat andere zaken, die thans op het Departement van onderwijs aan de orde zijn, niet van betekenis zouden zijn. Integendeel, er is heel wat op komst, ook veel, dat nog wel eens moeilijkheden zou kunnen opleveren. Ik denk b.v. aan het voortgezet lager onderwijs, het ULO, het lager- en middelbaar vakonderwijs, de H.B.S. en het V.H.O.

Enkele weken geleden schreven we over de nota van minister Cals, waarin Z.Exc. zijn onderwijsbeleid uiteenzette. Deze nota is toen het onderwerp geweest van een bespreking in de Tweede Kamer en verschillende leden hebben hun visie er op gegeven. Thans hebben minister Cals en de staatssecretaresse mej. dr. De Waal, op deze bespreking geantwoord.

Laat me er iets van mededelen.

De minister is van oordeel, dat het onderwijs, dus ook de vernieuwing van het onderwijs, allereerst een zaak is van het Nederl. volk, van de ouders en van de onderwijsmensen. Helaas is er geen algemene belangstelling bij de betrokkenen.

't Bleek zelfs al, als men lette op de zeer geringe belangstelling in de Kamer zelf: vele banken waren leeg. Toch is het belangrijk, dat de minister dit vooropstelde. De Kamer is geen college, dat in de eerste plaats geroepen is paedagogische vraagstukken te bespreken en op te lossen, maar wel kennis te nemen van en te beraadslagen over de onderwijspolitiek en de wetgeving.

Als eerste hoofdpool zag de minister de eigen rechten en plichten der ouders en opvoeders. Daarmee wil hij dus in de eerste plaats rekening houden, evenals met de vrijheid van onderwijs. En als tweede hoofdpeiler komt dan de positieve plicht van de Overheid in de zorg voor het algemeen welzijn, waarbij het onderwijs in al zijn geledingen een uiterst belangrijke factor is. Echter moet de overheidsbemoeiing met het onderwijs niet vergroot worden. Wèl ziet de minister het zó, dat zijn beleid er op gericht moet zijn de ouders tot bezinning te brengen omtrent hun eigen verantwoordelijkheid ten opzichte van hun kinderen en het onderwijs aan die kinderen.

Dit is toch wel duidelijke taal. Of is het niet de natuurlijkste zaak van de wereld dat de ouders in de eerste plaats verantwoordelijk zijn? Niet de overheid !

't Doet weldadig aan, van de regeringstafel zulke verklaringen te mogen horen. Dat is wel eens anders geweest. En als de ouders, of liever, als vele ouders zich practisch hiervan weinig aantrekken, dan is het zaak, dat dit hun ernstig onder het oog worde gebracht. Waarbij wij dan ook denken aan de schoolkeuze en dus de vraag van neutraal of Christelijk onderwijs als een zeer belangrijke aan de orde komt.

In een verdere belangrijke verklaring distanciëerde de minister zich van de liberale gedachte, dat het openbaar onderwijs in de grondwet nummer één is. Volgens hem geeft de grondwet, behalve voor het lager onderwijs, ook voor de andere onderwijstakken grote vrijheid voor het uitwerken van het beginsel der financiële gelijkstelling. Dit geeft o.i. gegronde hoop, dat ook voor het nijverheidsonderwijs, voor het middelbaar en V.H.O., geleidelijk aan dit principe zal gevolgd worden.

Dit is o.a. een belangrijk punt ten opzichte van het huidige U.L.Ó. Er zijn geruchten en plannen, dat dit onderwijs bij het middelbaar onderwijs gevoegd zou worden. Dan was de financiële gelijkstelling van nu vervallen.

De minister heeft echter gezegd, dat het wel in zijn bedoeling ligt het U.L.O. los te maken van de lager-onderwijswet. Bij de nieuwe opzet blijft nochtans de gelijkstelling. Dit zal nader worden uitgewerkt. Ook mej. dr. De Waal roerde deze kwestie aan en zij wees er op, dat gezocht wordt naar een andere wijze van effectuering van de financiële gelijkstelling tussen openbaar en bijzonder onderwijs met uitbreiding tot alle takken van onderwijs.

Daarover zal de Kamer dus nader kunnen oordelen en beslissen, wanneer de complete wettelijke voorzieningen zullen worden ingediend. Tot zolang moeten we dus geduld hebben ; maar we zijn werkelijk zeer benieuwd hoe de nieuwe regeling zal zijn.

Nog een paar belangrijke opmerkingen van de Staatssecretaresse stippen we in een volgend nummer even aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Onderwijsnota in de Kamer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's