DIE POOLSE JONGEN
Feuilleton
DOOR JAC. OVEREEM
Eindelijk liet z'n moeder hem vrij ademhalen.
Toen zaten ze allebei op de bank bij het vuur.
— Moeder, zing nog eens ! Ik ben nu toch jarig, en vertelt u dan straks van vader ?
Clauda was met haar jongen uitgeraasd. Het werd weer stiller in haar. Zingen ? Ja, dat schone lied, dat bekende : Nader, nader mijn God bij U. Dat wilde ze zingen. En ze zong :
Nader, mijn God bij U, Zij steeds mijn beê, Zij 't lévenspad soms ruw, Gaat Gij maar mee. Dan kent mijn ziele rust, Mij van Uw trouw bewust. Wacht ik aan blijder kust Uw sabbaths vree.
Al zie ik 't licht verdoold. Haast voor mijn schreên, En wacht tot rust mijn hoofd, Straks slechts een steen. Als dan maar in mijn droom. Uw licht mij tegenstroom. Wat dan mij overkoom, 'k Ben niet alleen.
VI.
De blijde reis.
Op een avond, het was al laat, kwam de oude inspectrice door de deur van de eetzaal kijken, waar Clauda nog met enkele vrouwen zat te praten.
— Juffrouw Toimkiewis, ik wil je even spreken.
Clauda sprong overeind en haastte zich naar de deur.
Ze zag de spanning op het gezicht van mevrouw Doewitza.
— Ik ben laat met de berichten, zei de inspectrice. Het is heden 4 Mei en nu pas hoor ik dat op 24 April onze legers bij Torgan aan de Elbe contact hebben gekregen met de Amerikanen. In Italië, waar de Duitsers zich nog steeds verdedigden, braken anti-fascistische opstanden uit. Genua, Milaan en Turijn, behoorlijke steden, zijn al in hun macht. Mussolini is gevangen genomen. Een volksrechtbank heeft hem ter dood veroordeeld.
En je zult zien, dat Hitler 't zover niet laat komen. Hij vecht door tot 't bittere einde en jaagt zich dan een kogel door het hoofd. Zo zijn die mensen, die zich om God, noch Zijn gebod bekommeren.
Clauda liep een eindje met haar op, eer ze wat kon zeggen. Mevrouw Doewitza begreep haar in haar hopen en verlangen.
— Zouden wij ooit, al is straks de oorlog voorbij, naar onze haardsteden mogen terugkeren? U neemt mij niet kwalijk, maar ik ben hierover aan het twijfelen gebracht, zei Clauda met een diepe zucht.
, —• Juffrouw Tomkiewis ! Ik meen zeker te weten, dat het de bedoeling is, in ieder geval een deel van de weggevoerde Polen weer naar hun land terug te laten gaan. Ik zal mijn best doen voor u en de jongen.
No. 23
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's