DE RELIGIE DER BELIJDENIS
Prof Dr. J. Severijn
Prof. Van Ruler brengt deze uitdrukking weer te pas in het stuk, dat wij in het laatste nummer hebben besproken, alsof deze aan zijn nivellerend pogen zou tegemoetkomen.
Daarom willen wij hierin aanleiding vinden om nogmaals op de betekenis, welke zij heeft, te wijzen.
Wij kennen slechts één religie, en dat is de relegie der Schriften, of wilt gij, de religie van Christus, en wij erkennen derhalve slechts deze als de ware religie.
Het behoeft niet gezegd, dat 't woord religie ook gebruikt wordt in meer algemene zin en dan wil omvatten alle vormen van religieus leven, welke onder de mensen gevonden worden. Denk b.v. aan de titel van een bekend leerboek van de hand van wijlen prof. Obbink Sr.: De religie en haar verschijningsvormen. Deze omvatten derhalve vele vormen van valse religie, maar één is de ware, n.l. die, welke ons door de apostelen en profeten geleerd wordt.
Dank zij de genade Gods, wordt op aarde onder allerlei vormen van valse godsdienst en afgoderij ook nog kennis van de ware religie gevonden. En het is alleen de gunst des Heeren, dat er temidden van ons verdorven geslacht nog een gemeenschap der heiligen wordt gevonden, die door de levenwekkende werking van Gods Woord en Geest, tot kennis van de ware religie gebracht, door het geloof in de Christus der Schriften worden verenigd en deel hebben aan al Zijn goederen. Die gemeenschap der heiligen is de vergadering der ware Christgelovigen, waarvan de Ned. Geloofsbelijdenis spreekt, als zij het over de kerk heeft.
Deze kerk kan niet nalaten te getuigen van haar geloof en wat zij in dat geloof bezit. Zij doet dat o. m. in diezelfde belijdenis, waarin zij van zich zelf, van haar wezen en haar openbaring spreekt.
Zo waarlijk er een gemeenschap der heiligen is, gebonden door het geloof in de Christus der Schriften, zo waarlijk deze ook in het gemeenschappelijk geloof ontdekt en openbaar wordt, zo waarlijk is het geloof maar niet een subjectief , , elk wat wils", maar een uit hetzelfde leven, een uit de gemeenschap met Christus opkomende, daaraan beantwoordende, en aan deze gemeenschap eigene geestelijke werkelijkheid, ja, de gemeenschapsoefening met de Christus en Zijn gaven zelf.
Daarom heeft het waarachtig Christelijk geloof niet alleen een objectieve achtergrond, maar ook één in de gemeenschap met Christus gegeven inhoud.
De Schrift spreekt dan ook van het geloof, dat de heiligen is overgeleverd. Men kan reeds daarom de traditie niet straffeloos verachten.
Als wij dan de uitdrukking religie der belijdenis gebruikt hebben, is daarmede dat geloof aangeduid, dat de heiligen is overgeleverd en dat ook tot uitdrukking komt in de reformatorische belijdenis — of om duidelijker te zijn — in de belijdenis der reformatoren. En niet alleen dat geloof, maar vanzelfsprekend ook het geloofsleven. Ja zelfs in de eerste plaats het geloofsleven. Vandaar het woord religie.
Zekerlijk hebben wij daarmede ook uiting gegeven aan het gevoelen, dat dit zekere onderlinge verschilpimten, en wijzen van uitdrukking niet uitsluit, zodat men niet aan letterknechterij moet denken. De reformatorische belijdenisgeschriften en inzonderheid de gereformeerde belijdenisgeschriften — dat zijn de confessies van de kerken, die Calvijn volgden — kunnen onze bedoeling demonstreren.
Beginnen wij met de Drie Formulieren, onze vaderlandse reformatorische belijdenis. Ieder van deze formulieren heeft een eigen geschiedenis, en een eigen wijze van uitdrukking, maar het is één en hetzelfde geloof, dat er in spreekt. Dat gevoelt een iegelijk, die dat geloof deelachtig is.
Zo is het ook met de buitenlandse belijdenisgeschriften van gereformeerde origine. De 39 artikelen der Anglicaanse kerk geven een voorbeeld van een gereformeerde belijdenis, zo de Schotse, de Franse, de Hongaarse confessies. Zij verschillen in vorm, maar het is hetzelfde geloof.
Als nu zoveel verschillende belijdenisgeschriften ondanks verscheidenheid getuigen van één geloof, gelijk dat het geval is, kan men verstaan, wat de uitdrukking , , religie der belijdenis" 'bedoelt, n.l. de religie, het geloof, dat in de, belijdenis aan het woord is,
Datzelfde geloof is ook in de andere gereformeerde belijdenisgeschriften aan het woord, zodat van letterknechterij geen sprake behoeft te zijn.
Zelfs ten aanzien van het gereformeerd geloof van coniessionalisme te spreken, is in het licht van deze beschouwing dwaas.
Het vasthouden aan , de belijdenis is geen hangen aan de letter, maar aan de inhoud van het waarachtig geloof. Om dat geloof gaat het.
Uit het bovenstaande kan gebleken zijn, dat de uitdrukking „de religie der belijdenis" in geen geval bedoelt ruimte te maken voor allerlei interpretatie en twijfelzucht. Zij kan ook niet worden aangevoerd om de 'belijdenis naar 'het tweede plan te schuiven, als de religie der belijdenis maar werkt.
Immers het geloof, dat in de belijdenis getuigt, zal blijven getuigen, wat het door Woord en Geest getuigd heeft.
Er zijn in onze dagen theologen aan het woord, die de nauwe samenhang tussen geloof en belijdenis niet blijken te verstaan. Zij schijnen van oordeel, dat men voorname en duidelijke Schriftuurlijke stukken des geloofs kan verwerpen of negeren en toch hetzelfde geloof deelachtig zijn.
Het is waarlijk geen zeldzaamheid, dat men de leer der Heilige Schrift eenvoudig verdraait in een leer van algemene verzoening, en dat men zich verwondert over het feit, dat de mensen, die het geloof der belijdenis aanhangen, daarvan niet gediend zijn.
Deze laatsten worden als halsstarrige, ouderwetse mensen, die niet met hun tijd mee kunnen, aangekeken en zelfs kwalijk bejegend door de paladijnen van de nieuwe richting.
En deze hebben klaarblijkelijk zó weinig kennis aan de religie der belijdenis, dat zij menen het geloof der confessie te kunnen assimileren aan hun eigen geest. , ,
Het komt ook niet zelden voor, dat degenen, die in het zog van de moderne Schriftbèschouwing varen, zelfs daarin geen hinderpaal zien om aanspraak te maken op het geloof der belijdenis, hoewel zij het allervoornaamste beginsel van dat geloof verloochenen en de leer der Heilige Schrift naar hun goeddunken uitleggen en naar believen verkorten.
Zij gevoelen er blijkbaar niets van, dat zich zulk een gedrag niet laat verenigen met het geloof der belijdenis. Zij kunnen ook niet inzien, dat zij geheel ongegronde verwachtingen hebben van een zekere versmelting van het gereformeerd geloof met dat nieuwsoortdge geloof, dat zij prediken. Ongegronde verwachtingen ook van een kerkelijk gesprek, indien dit er althans op gericht wil zijn, dat de man van de belijdenis zijn geloof zou moeten opgeven.
De zodanigen begrijpen de mannen van de belijdenis niet, zoals hun kerkpolitiek duidelijk kan aantonen, omdat zij klaarblijkelijk tegenover het geloof van de belijdenis vreemd staan. En juist, omdat zij de dingen niet beschouwen vanuit het geloof der belijdenis, hebben zij er ook geen kijk op, hoe de Hervormd-Gereformeerden de sanering der kerk zouden aangrijpen, wanneer het van hen gevraagd werd.
S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's