De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Indrukken van de lezing van dr. H. Berkhof over „De Volkskerk en de Gereformeerde Bond”.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Indrukken van de lezing van dr. H. Berkhof over „De Volkskerk en de Gereformeerde Bond”.

11 minuten leestijd

Zoals onze lezers via de pers bekend zal zijn, heeft dr. Berkhof op 8 Juni j.l. te Woudschoten op de Jaarvergadering van de Confessionele Vereniging over bovengenoemd onderwerp gesproken. Hoewel deze voordracht allereerst bestemd was voor de bezoek van deze vergadering, lijkt het ons van belang dat ook in onze kring van de inhoud kennis wordt genomen. Red.

Inleiding.

Daar de lezing van dr. Berkhof moet worden gezien tegen de achtergrond van zijn visie ten aanzien van de oplossing van het kerkelijk vraagstuk in ons land, willen wij vooraf deze visie zoals zij o.a. te vinden is in dr. B.'s , , Crisis der Middenorthodoxie", kort weergeven.

Dr. B. acht het grondprobleem van de Reformatorische kerk — het probleem dat haar sinds haar ontstaan bezighoudt — het verwerkelijken van de eenheid van het protestantisme in ons land met behoud van de verscheidenheid. Hij ziet het als de taak, de historische roeping der Middenorthodoxie — de groep, aan wie de leiding in de Hervormde kerk nu is toegevallen — de oplossing van dit probleem naderbij te brengen. Deze taak zal naar zijn mening hierop neerkomen, dat de Middenorthodoxie de Bijbelse waarheidselementen van de andere richtingen en groeperingen overneemt (assimileert) en aldus deze groeperingen als afzonderlijke blokken tracht op te heffen. In zijn voordracht heeft dr. B., na critiek te hebben geleverd op het standpunt van de Gereformeerde Bond met betrekking tot kerkpolitiek en belijdenis, naar voren gebracht, welke Bijbelse waarheidselementen door de Gereformeerde Bond worden bewaard en naar zijn mening door de Middenorthodoxie moeten worden overgenomen.

Dr. B. gaf in zijn voordracht, die het karakter droeg van een causerie, eerst een karakterisering van de Gereformeerde Bond en behandelde vervolgens de vraag, hoe te komen uit de impasse ten aanzien van de Gereform. Bond. Eerst zal een en ander uit de voordracht en de daarop volgende discussie worden weergegeven, terwijl aan het slot enige opmerkingen en een beoordeling zullen volgen. Bij de beschrijving van de inhoud hebben wij getracht de waarderende en de critische accenten in de voordracht in de juiste verhouding weer te geven.

Het karakteristieke van de Gereformeerde Bond.

Om aan te geven in welk opzicht de Geref. Bond zich van de andere groeperingen onderscheidt, had dr. B. zich voorgesteld over vier punten te spreken : de kerkpolitiek, de belijdenis, de bevinding, de levensstijl. Aan een uitwerking van het laatste punt zei spr. o.a. door tijdsgebrek niet te zijn toegekomen, hoewel hij ook de levensstijl voor de karakterisering zeer belangrijk achtte.

De kerkpolitiek. Spr. begon met op te merken dat bij de oprichting van de Geref. Bond in 1906 de kerkpolitiek primair was: : de Bond was er vanwege een kerkpolitieke visie. Deze visie scheen blijkens de naam (, , Bond tot vrijmaking van de Hervormde Kerk") in hoofdzaak doleantletendenzen binnen de Hervormde Kerk in te houden. Dr. B. wees er echter op dat deze tendenzen gaandeweg minder werden: het Modus Vivendi (1916) en het Convent-voorstel (1923) werden beide afgewezen. Spr. betoogde dat sindsdien een duidelijk kerkpolitiek programma bij de Geref. Bond ontbreekt. Het is alleen duidelijk wat men niet wil: noch Kuyper, noch Hoedemaker. Dat men Kuyper niet volgen wil moet z.i. tot venheuging stemmen. Dr, B. onderstreepte in dit verband, dat de Geref. Bonders als Hervormden serieus willen worden genomen: zij zijn niet sectarisch. Hij merkt telkens weer een diepe liefde tot de Hervormde Kerk. Men wil de kerk der vaderen niet verlaten. Spr. betreurt echter, dat in de uitingen naar buiten- vaak alleen maar een diep klagen over de huidige toestand van de kerk klinkt en een herstel van Dordt wordt bepleit, zonder dat een bepaalde weg wordt gewezen. De vaak alleen maar anti-houding is naar zijn mening de voornaamste oorzaak van de ergernis bij de andere groepen in de kerk. Eerst de belijdenis handhaven; voordien zijn er geen zaken te doen. Het was in dit verband, dat dr. B. ter illustratie (kennelijk niet met de bedoeling om te grieven), de vergelijking met de comimunisten in de Kamer maakte. Spr. zeide als lichtpunt te zien, dat men in de laatste tijd in de eigen kring van de Geref. Bond meer en meer oog krijgt voor het gevaar van negativisme en de noodzaak gaat inzien van het formuleren van een kerkpolitiek, waarin duidelijk de weg wordt gewezen uit de huidige problemen van de Hervormd Kerk.

De belijdenis. Dr. B. merkte hierover allereerst op, dat bij de oprichting van de Geref. Bond de vragen rondom inhoud en hantering van de belijdenis niet zo'n grote rol speelden. De oprichters verschilden van de confessionelen veeleer ten aanzien van de kerkpolitiek. Pas later is de belijdenis meer op de voorgrond geschoven wat, naar werd toegegeven, ook niet te verwonderen is, omdat bij de confessionelen ook wel een en ander is veranderd. De confessionelen — aldus spr. - — hebben zich in het warnet van het kerkelijk leven begeven en zich afgevraagd : inderdaad de belijdenis ; maar wat doen we met de mensen ? Men is zich behalve, met de belijdenis der kerk, ook met andere problemen, cultuurvragen etc. gaan bezighouden, 't Gevolg is dat de confessionelen (evenals trouwens de kerkelijk gereformeerden, bij wie de zelfde verschuiving van de belangstelling zich voltrekt) door de Geref. Bond als verwaterd worden beschouwd.

Op zijn hoogst is er nog een lonk naar rechts-confessionele zijde.

Hiertegenover wil de Geref. Bond dat de Hervormde kerk zich in de eerste plaats conformeert aan de belijdenis en pas daarna naar andere problemen gaat zien. Dr. B. zei, dit standpunt steriel te achten en verweet de Geref. Bond een blokkering van de zaak der kerk. Omdat men naar zijn mening bovendien niet duidelijk zegt, hoe men zich dit handhaven van de belijdenis in de practijk voorstelt, zei spr. de indruk te hebben dat het steeds maar hameren op hetzelfde aambeeld: terug tot de belijdenis der vaderen, in vele gevallen een Vlucht is, een alleen maar lopen achter een vaandel, een blauwdruk.

De bevinding. Na de bespreking van de beide voorgaande punten stelde dr. B. vast, zich tot nu toe vrijwel alleen negatief over de Bond te hebben uitgelaten. Dit derde punt waarin de Gereformeerde Bond zioh van de andere groeperingen onderscheidt, zou hém echter in de gelegenheid stellen positieve zijden naar voren te brengen, en daarin wilde hij het zwaartepunt van zijn betoog leggen.

De nadruk op het bevindelijk element in de prediking achtte spr. in zekere zin het belangrijkste, het meest typerende kenmerk van de Bond te zijn geworden. Naarmate de weg ten aanzien van de belijdenis en de kerkpolitiek minder duidelijk is geworden, is in de loop van het bestaan van de Geref. Bond dit punt meer naar voren gekomen. Bij de oprichting van de Bond speelde het helemaal niet mee. Men richtte zich soms vrij scherp tegen een grote plaats van de bevinding in de prediking. De laatste tijd (o.a. door de publicaties van dr. V. d. Linde) wordt steeds meer duidelijk dat men het programma van de Nadere Reformatie wil uitvoeren. Illustratief voor deze accentsverschuiving achtte spr. de houding van het kerkvolk. Dit schaart zich bij de Bond, niet om kerkpolitieke e.d. redenen, maar vanwege de (bevindelijke) prediking. Het Studiefonds vormt dan ook de brug van de Geref. Bond naar het kerkvolk: men wil geld geven, niet om een goede organisatie te hebben, die iets bewerkt in de kerk, maar om goede dominees te krijgen. Het criterium van het Geref. Bonder zijn van een predikant wordt gezocht in de prediking. Wat men met betrekking tot de prediking wenst, wordt geformuleerd als : een voorwerpelijk-onderwerpelijke prediking. Met het eerste grenst men zich af van de Geref. Gemeenten, met het tweede van de , , wat ze (aldus dr. B !.) dan tegenwoordig middenorthodoxie noemen". Spr. moet zeggen, dat wat de prediking betreft het gesprek met de Geref. Bond nog nauwelijks is begonnen. In hun critiek hanteren de confessionelen bepaalde schabionen: de christen zou in het middelpunt staan en niet Christus, e.d. Op deze wijze, aldus dr. B., zullen wij deze zaak niet af kunnen doen, wij zullen er dieper op in moeten gaan. Van Ruler doet dit eigenlijk alleen tot nu toe, zij het dan dat hij het van een andere kant benadert.

Als dr. B. dan nader op de Geref. Bondsprediking ingaat, merkt hij vooraf op, dat hij het nu van de mooie kant wil gaan voorstellen, d.w.z. dat hij datgene naar voren zal brengen wat in feite wordt bedoeld, en hij meent dat naar deze eigenlijke bedoeling de Geref. Bondsprediking ook moet worden beoordeeld, niet naar de excessen.

Zijdelings merkte hij hierbij op, te hopen dat wanneer op een vergadering van de Geref. Bond de confessionelen eens zullen worden besproken, er evenzeer oog zal zijn voor de positieve zijden. Kort samengevat, wat men ten aanzien van het bevindelijk element in de prediking wenst, kan men zeggen: de preek moet pastoraal zijn, een soort groot-huisbezoek, een stuk zielszorg, vermanend en vertroostend. De predikant moet niet alleen vercondigen, hij moet ook met de hoorders zoeken naar de weg. Hij moet priesterlijk naast de mens gaan staan.

Dr. B. acht deze opvatting juist, heeft dit trouwens op andere plaatsen al uitvoeriger naar voren gebracht. Deze opvatting betreffende de prediking is :

a. bijbels (zie Psalmen, Brieven etc). b. dogmatisch juist. Het gaat om het werk van de Heilige Geest. Het pneumatlische is een aparte eigen daad van God (reeds hierin te zien, dat zij door een tijdvak van tien dagen van de voorgaande heilsdaad is gescheiden).

c. katholiek en oecumenisch, dus datgene wat de Geref. Bond hierin beweegt, behoort de hele kerk te be­wegen.

d. modern, want het houdt in dat wij in moeten gaan op de vragen van de moderne mens. In dit opzicht, aldus dr. B., is de Geref. Bond ons allemaal voor. De Geref. Bond is moderner dan wij tegenover 'de tendenzen tot massalisering en collectivisme schuilt hierin een priesterlijk-pastoraal element, dat elders node gemist wordt.

Na aldus te hebben betoogd dat naar zijn mening terecht door de Geref. Bond plaats voor de 'bevinding in de prediking wordt gevraagd en dat de preekme/hode van de Geref. Bondspredikanten als vooir'beeld moet worden gesteld, gaat dr. B. in op de wijze, waarop deze in de practijk wordt gerealiseerd.

Hij wijst er hierbij op, dat om de prediking zo te doen zijn als de Geref. Bond bedoelt, een predikant nodig is met een priesterlijk hart, met psychologisch inzicht, met een diepe kennis van de ziel van de mens. Slechts aan enkelen is dit echter gegeven. Dit nu is de reden, aldus dr. B., dat de prediking van de Geref. Bonders óf zeer goed is óf slecht. Analoog aan wat prof. Van der Leeuw eens beeft gezegd over confessionele en ethische preken, zegt spr.: een goede Geref. Bondspreek is veel beter dan een goede confessionele preek, maar een slechte Geref. Bondspreek is veel slechter dan een slechte confessionele preek.

Spr. aarzelt niet te zeggen, dat tot de beste preken, die hij in zijn leven heeft gehoord, preken van Geref. Bonders behoren. En dan niet van half linksen, maar juist van echte Geref. Bonders, preken waarbij je de kerk uitkwam met 't besef: daar is vanochtend iets gebeurd in de kerk! Die keren zijn echter zeldzaam geweest, want wie dit niet kan (voor wie deze greep te hoog is) vervalt in subjectivisme. Spr. zegt, veel preken gehoord te hebben, die niet anders waren dan schabionen; waar­ van je zegt: het is allemaal wel waar, maar wat blijft het dood.

(In de discussie over dit punt citeerde dr. B. nog een woord van ds. I. Kievit, n.l. dat de objectieve onderwerpelijkheid het ergste is wat er zijn kan in de prediking).

In gemeenten waar een confessionele en een Geref. Bondspredikant is, zien wij, aldus spr., dan vaak een pendelbeweging : teleurgesteld door de objectieve confessionele prediking, gaat men naar de subjectieve Geref. Bondsprediking en later weer terug, enz. Spr. betoogde in dit verband hiermede, dat het gewenst zou zijn Gunning weer opnieuw te gaan lezen. Hij meent dat, indien men meer op diens werk zou teruggrijpen en dit door zou laten werken in de prediking, het protest van de Geref. Bond minder sterk zou zijn. Spr. wees er op, hoezeer z.i. het geestelijk peil bij de confessionelen is gedaald. Hieronder moeten wij gaan lijden. Minder draven, meer gebed. Dit stokpaardje, zei spr., nu hier echter niet te willen gaan berijden, omdat zijn opvattingen in deze wel bekend zouden zijn.

Alles overziend, zei spr. te menen, dat de Geref. Bond één van de hangijzers is, die door de Heilige Geest voor de andere groepen van de kerk in het vuur worden gehouden. De Geref. Bond heeft voor het geheel van de kerk vruchtbare zaden bewaard. Met opzet zegt hij bewaard, veel te weinig uitgestrooid. Het manco van de middenorthodoxie in dit opzicht heeft ook gemaakt, dat veel jongere Geref. Bonders (o.a. volgelingen van Woelderink) zich weer hebben teruggetrokken uit de middenorthodoxie en zijn teruggekeerd tot de Geref. Bond, omdat zij zich ten slotte dan toch meer daar thuis voelden. Dr. B. zei dit een bijzonder ernstig punt te achten voor de middenorthodoxie.

Hij wekte de hoorders op (en achtte dit de roeping van de middenorthodoxie) de goede elementen door de GereL Bond bewaard, voor het geheel van de kerk vruchtbaar te maken.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Indrukken van de lezing van dr. H. Berkhof over „De Volkskerk en de Gereformeerde Bond”.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's