De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Indrukken van de lezing van dr. H. Berkhof over „De Volkskerk en de Gereformeerde Bond”.

Bekijk het origineel

Indrukken van de lezing van dr. H. Berkhof over „De Volkskerk en de Gereformeerde Bond”.

8 minuten leestijd

II.

In het vorige nummer gaven wij het eerste gedeelte weer van de door dr. H. Berkhof op 8 Juni te Woudschoten gehouden lezing over de Gereformeerde Bond, waarin hij aangaf, wat hij het karakteristieke van de Geref. Bond achtte en in verband hiermede sprak over: de kerkpolitiek, de belijdenis en de bevinding.

In het tweede deel van zijn voordracht zei spr., te willen trachten antwoord te geven op de vraag, hoe te komen uit de impasse ten aanzien van de Gereformeerde Bond. Het eigenlijke wat gedaan moet worden, achtte spr. in het voorgaande al te zijn opgesloten: niet alleen polemiek, vooral zoeken, luisteren, trachten te begrijpen, bruggen bouwen. Voor de practijk wilde dr. B. echter nog enige dingen expleciet noemen:

1. Pak de problemen met de Geref. Bonders niet kerkelijk aan en wel, omdat zij van mening zijn dat ze de enigen zijn die feitelijk in de kerk thuis horen, kerk zijn. Wij moeten de geloofseenheid trachten te vinden en bij elkaar herkennen, aldus spr. Bij dat gesprek moeten wij eenvoudig nemen, dat wij gediskwalificeerd worden. Dat wordt soms vlakweg gezegd : U hoort eigenlijk niet thuis in de kerk. Het is ook niet zo erg om eens te voelen, hoe dat is wanneer ze dat tegen je zeggen. Zelf hebben wij dat immers tegen de vrijzinnigen gezegd. Het eist veel, om door deze manier van optreden heen tot een gesprek en tot begrijpen te komen. Wij moeten echter weten dat het niet op een koopje zal gaan !

2. Probeer de Geref. Bonders in het werk in te schakelen. Dr. B. zeide van mening te zijn dat dit op sommige punten, waar tegenover de houding volkomen negatief is, eenvoudig niet kan. Maar, aldus spr, , het kan vaker dan wij denken. Met name noemde hij de colloquia. Hierbij bracht spr. ook de benoemingen ter sprake. Met het oog op de eerder genoemde stroeve houding achtte hij de passeringen van de laatste tijd begrijpelijk en voor een deel terecht, .maar wilde hierbij direct opmerken : wij kunnen zelf ook beter zoeken, dan wij tot nu toe deden.

Verder noemde spr. de inschakeling van de Geréf. Bonds-mensen in 't werk van de gemeente. Haal ze uit hun isolement. Trek ze b.v. in de 'modder van het bijzonder Kerkewerk. Maar luister daarin naar ze, dus niet volgens onze regels en in ons gareel laten werken. Bij de keus vooral niet in hoofdzaak naar de halven kijken!

3. Neem hun diepste bedoeling over.

Onze prediking, aldus dr. B., is diep in nood. Niet hun innerlijkheid in verkeerde zin overnemen, maar dit probleem breder aanpakken. Hierbij acht hij het werk van Van Ruler waardevol. Wij moeten leren, de prediking in te drijven in de harten. Dit is het belangrijkste van ons werk. Deze prijs zullen wij moeten betalen om met hen in contact te komen.

4. Ten slotte nog een enkel woord over de belijdenis, 't Grootste bezwaar in het gesprek hierover vindt dr. B. dat de Geref. Bond naar zijn mening niet is meegegroeid in de theologische ontwikkeling na 1618. De Geref. Bond zegt eenvoudig: terug naar de drie formulieren. Het voornaamste bezwaar hiertegen vindt dr. B. nog niet eens, dat hij wel bezwaren heeft tegen bepaalde gedeelten (praedestinatie, Dordtse leerregels) dan wel dat hij meer wil dan de drie formulieren: uitbouw van de Belijdenis in verband met de bijdragen van latere tijd, waarbij andere accenten zijn belicht. Hij denkt hierbij aan het Réveil, Gunning, Hoedeimaker, Barth. Spr. zegt, dat het, om in dit opzicht tot toenadering te komen, moet uitgaan van de Geref. Bonders. Deze moeten gaan studeren. Dit klinkt, aldus spr., natuurlijk erg pedant, maar het staat in hun eigen bladen! Het gebeurt echter maar niet! Er moeten onder de Geref. Bondspredikanten meer doctorandi en doctores komen. Gaan ze studeren, dan verandert hun houding ook. De Geref. Bond, aldus spr., lijdt onder een te smalle intellectuele bovenlaag. Het is in vele gevallen moeilijk, soms onmogelijk, de juiste gesprekspartners te vinden.

Aan het slot van zijn voordracht merkt spr. o.a. op : het grootste gevaar, waarin wij ons bevinden, is, dat wij de zaken in onze kerk gaan doordrijven zonder de Geref. Bond. Hij waarschuwt voor ongeduldig forceren. Het meebetrekken in de zaken van de kerk zal van onze kant moeten komen, en wij moeten daartoe bereid zijn en weten dat ons dit huid en haar zal kosten.

De discussie.

1. Gevraagd werd, of de eenheid van belijdenis niet voldoende basis is voor samenwerking. De verschillen in belijdenis tussen confessionelen en Geref. Bond zijn toch niet zo groot, aldus enige sprekers. Beiden hebben toch de drie formulieren. Breng die op tafel en breng de hele kerk daartoe terug. Dr. B. antwoordde, dit rüet voldoende basis te achten voor samenwerking.

2. Op de vraag, welke nuanceringen er in de Geref. Bond vallen op te merken, werd de volgende indeling op grond van de prediking gegeven:

a. een uiterst rechtse groep bij wie het werk van de Heilige Geest geheel naast Christus staat;

b. een kleine groep bij wie het werk van de Heilige Geest nauw gebonden is aan het werk van Christus ;

c. een grote middengroep bij wie dit verband nu eens wel aanwezig is, dan weer ontbreekt. Spr. acht de preken in het algemeen theologisch weinig doordacht en kennelijk te lijden aan een gebrek aan juist inzicht in het genoemde verband.

3. Ten aanzien van de lijdelijkheid in de prediking (ondermijning van het kerugma) merkte dr. B. op, dat dit toch meevalt, vooral als je de predikanten in hun eigen omgeving hoort en met hun eigen mensen hoort optrekken ; dit ook weer niet bij de halven, maar juist bij de echten. Hij noemde hierbij een preek, die hij jaren geleden op de Veluwe hoorde : wie dorst heeft kome en die wil neme. Hierin was één strijd tegen de lijdelijkheid.

Toch zeide dr. B. te moeten erkennen dat vaak het appèl, de oproep tot bekering ontbreekt. Hij meende dit hieraan te moeten wijten, dat men zeer beducht is dat „de mensen met een ingebeelde hemel naar de hel zullen gaan". Men keert zich vaak tegen deze groep die het zich te gemakkelijk zou maken, alsof die groep daar zo groot zou zijn.

Omgekeerd doen de confessionelen in hun prediking vaak, of onder hun, gehoor een grote groep lijdelijke mensen zou zijn. Daar treft men echter juist te weinig bekommerden aan. Het zou gewenst zijn, aldus dr. B., de pastorale interesses juist om te keren. Laten de Geref. Bonders proberen juist de bekommerden uit hun problemen te halen. Als dit met drie of vier per jaar zou gelukken, zou dit al een rijke zegen zijn!

4. Naar aanleiding van de opmerking van een predikant dat de mensen wachten op een teken, merkte dr. B. op, dat er toch zoiets is als een teken. Het is onmogelijk dat wij in ons niets zouden merken. Zelf zeide hij met Pinksteren gepreekt te hebben over de Heilige Geest, die als onderpand in onze harten is gegeven. Wel zullen wij een betere tekenopvatting moeten prediken, dan in sommige Geref. Bondspreken wordt gebracht, aldus dr. B.

5. Op een vraag of de Geref. Bond niet eerder naar de Nadere Reformatie kijkt dan naar de Reformatie (dr. Van der Linde), antwoordt dr. B., dat hij wil bekennen, de laatste tijd veel te lezen in Comrie, Smytegeld, Schortinghuis e.d. en dat hij het een weldaad vindt om dit te lezen en zich aan deze bronnen te laven. Wanneer hij dan daarbij Calvijn's Institutie III leest over het werk van de Heilige Geest, vindt hij daarin wortels, die laten zien dat Nadere Reformatie en Reformatie dichter bij elkaar liggen dan vaak wordt gedacht.

6. Door velen werd de vrees uitgesproken dat als de Geref. Bond een vinger werd gegeven bij het betrekken in het kerkewerk, zij de hele hand zouden nemen. Men vreesde, dat als gevolg van deze onverdraagzaamheid er spoedig geen plaats meer zou zijn voor confessionelen en andere groepen. Dr. B. antwoordde hierop, dat de mens wordt gestempeld door zijn strijdpositie. Naarmate zij meer gehoor vinden, meent hij dat die onverzoenlijke en onverdraagzame zijden eraf zullen gaan. Als dat sommigen onwaarschijnlijk lijkt, wil dr. B. wijzen op de kerkelijk gereformeerden, die toch kort geleden nog onuitstaanbaar waren.

7. Naar aanleiding van de vraag, of bij eventuele kanselruil moet worden toegegeven aan de wens van de kerkeraad geen gezang te laten zingen, resp. te eisen van een Geréf. Bondspredikant dat hij wel een gezang laat zingen, antwoordde dr. B., dat hij zelf af. en toe (tot zijn genoegen) wordt gevraagd in een Bondsgemeente te pre­ken. Hij houdt dan in het algemeen eens preek die hij ook in eigen gemeente heeft gehouden en laat dan, indien dit. wordt gewenst, geen gezang zingen. Hij acht het onjuist om van een Geref. Bondspredikant, die gewetensbezwaar heeft een gezang te laten zingen, te eisen dat hij het wèl doet in een niet- Bondsgemeente.

8. Op de vraag of de Synode nu zelf niet tot een Modus Vivendi is gekomen, door de yoorgestelde regeling betreffende de minderheden (een springen uit. de moeilijkheden eerder dan een overwinnen hiervan), antwoordde dr. B., dat de daarin gekozen weg inderdaad een kromme weg is, maar na lang nadenken kan hij toch geen betere aangeven.

9. Op een vraag betreffende moeilijkheden die kunnen ontstaan in de pastorale bearbeiding door de indeling in wijkgemeenten, antwoordde dr. B., dat hij, weliswaar op een wat andere wijze dan Hoekendijk, denkt aan de mogelijkheid toch op een of andere wijze tot mentale parochies te komen naast de geografische.

(Slot volgt)..

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Indrukken van de lezing van dr. H. Berkhof over „De Volkskerk en de Gereformeerde Bond”.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's