Het stervenswoord van Paulus
Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden. Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in die dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning hebhen liefgehad. 2 Timotheüs 4 vs. 7 en 8.
De apostel Paulus heeft deze woorden geschreven aan zijn geestelijke zoon Timotheüs. Het is aan het einde van zijn leven, dat Paulus deze woorden, gedreven door de Heilige Geest, heeft neergeschreven. Het was in de gevangenis te Rome.
Zijn dood is zeer nabij. Maar och — daar ziet hij niet tegen op, Paulus mag het weten dat het sterven alleen maar winst voor hem zal zijn, eeuwige winst. Heeft hij er vroeger reeds niet van getuigd, toen hij het beleed: , , Het leven is mij Christus en het sterven gewin"? En daarvan legt hij ook. nu weer getuigenis af, wanneer hij, staande op de drempel der eeuwigheid, nog éénmaal de afgelegde levensweg overziet.
Het staat hier, als een woord vol van Goddelijke genade : Ik heh de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.
Daarop valt allereerst de meest-volle nadruk : De goede strijd !
Want och, ieder mens, nietwaar, heeft een strijd op deze aarde, maar dat wil nog niet zeggen, dat het de goede strijd van Paulus is.
Strijd is er na de zondeval in het leven van ieder mens. Daar is de dagelijkse strijd om het bestaan. Wat een strijden menigmaal met tegenslagen en teleurstellingen. Wie ondervindt 't niet, telkens weer ? We weten allemaal wel, wat dat is. Maar helaas — de mens kent van nature niets van die strijd, waarvan Paulus hier spreekt. Van de strijd des geloofs.
O néén, dan is er een andere strijd in ons leven! Niet de , , goede", maar de „kwade" strijd. Want is dit niet de ontroerende werkelijkheid, dat de mens in zijn Bondshoofd Adam van de Heere afgevallen is, ja, door moed- en vrijwillige ongehoorzaamheid in opstand leeft tegen zijn Schepper?
We doen uit en van onszelf niets anders dan strijden tegen de Heere en Zijn Gezalfde. Wij, die in zonde ontvangen en geboren zijn, doen niets anders dan onze hand en ons hart opheffen tegen de Heere.
Zijt ge er al aan ontdekt ?
Hebt ge er al kennis aan gekregen ?
Wat zal het erg zijn, aan het einde van de loopbaan te moeten zeggen (en dan voor eeuwig te laat) , , Ik heb de kwade strijd gestreden en ik heb niets behouden!"
O, als er geen verandering, geen bekering komt, dan zult ge arm zijn, eeuwig arm! Dan zal de Heere het zeggen : „Ga weg van Mij, gij die altijd als een harde en verharde zondaar tégen Mij gestreden hebt!"
Maar — als de Heere een mens te sterk wordt, als Hij ons komt te overwinnen door Zijn Woord en Zijn Geest, die onwederstandelijk werkt, als een mens door de Heere wordt overwonnen in een zalige nederlaag, dan wordt het zo heel anders.
Zie 't maar in het leven van Paulus !
Wat heeft hij gestreden tegen de discipelen ! Wat heeft hij de gemeente Gods vervolgd en daardoor gestreden tegen de Heere. Totdat de Heere Jezus hem staande hield op de weg naar Damaskus en hem maakte van een vijand tot een discipel, tot een goede strijder, omgord met de wapenrusting Gods.
Daar weten Gods kinderen wel van te spreken! Toen de Heere met Zijn ontdekkende genade kwam in uw leven, ontstond daar zulk een strijd, zulk een worsteling, nietwaar ? De strijd, waarin ge zelf de nederlaag leed, waarin ge met al het uwe zijt omgekomen.
Wat een strijd om bedekking van uw schuld en om een Borg voor uw ziel, opdat ge door het geloof rusten mocht . in het Borgwerk van de Heere Jezus Christus. Ja, 't is en blijft zo ook op de verdere levensweg, want al wie tot God bekeerd wordt, ontvangt in het hart een nieuw en heilig begeren om de oude natuur te doden en in een nieuw Godzalig leven te wandelen. Dan ontstaat daar de strijd met de Boze, wiens hondgenoot ge voordien waart.
Dat kan toch niet anders?
Al wie uit God geboren is, wordt door de Vorst der duisternis belaagd. Hij is de grote tegenstander Gods, die er al maar op uit is om het werk des Heeren teniet te doen, Ja, waar de Heere werkt, daar werkt Satan dubbel hard om Gods kinderen los te maken uit die vastheid, die ze hebben mogen in de Heere, hun God. Dat wordt beleefd en doorleefd, altijd weer. Dan ontstaat daar de strijd met uw eigen vlees, met die oude mens !
Want een ieder die als Paulus gegrepen werd ten leven en een krijgsknecht van Jezus Christus, de Koning der Kerk geworden is, ervaart de wet der zonde, die nog in z'n leven heerst.
Moet uw hart daarop geen , , ja" en , , amen" zeggen, o, moede strijder in 't strijdperk van het leven des geloofs? Dan ontstaat ook de strijd niet de wereld, naar het woord van Jezus tot Zijn discipelen : , , Omdat gij van de wereld niet zijt, daarom haat u de wereld!"
O, wanneer ge dan aan uzelf wordt overgelaten, lijdt ge de nederlaag, telkens weer. Ge moet het belijden met schaamte, en moge het zijn ook met smart, als een droefheid naar God, naar Hem, die instaat voor Zijn eigen werk.
Hij laat ze niet verloren gaan in der eeuwigheid, want rechte strijders zijn uit God geboren. En daarom is het zulk een , , goede" strijd, omdat de Heere Zijn volk de overwinning geeft. Zodat ge ook in Hem moogt roemen: , , Ik heb het geloof behouden !"
Dat vermogen des geloofs, waardoor de heilsweldaden van Christus u worden meegedeeld.
O, moede strijder in 't strijdperk van dit leven, dat ge maar veel zien moogt op Hem, die het eenmaal gezegd heeft en telkens waar maakt: , , Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude".
Dat hemoedige u in de verdrukking. Dat doe u voorwaarts gaan over het meest doornige levenspad, als ziende de Onzienlijke, de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs. Want een rijke erfenis wordt bij Hem en dóór Hem in de hemel voor u bewaard. Paulus spreekt ervan, als hij zegt: , , Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij in die dag zal geven en niet alleen mij, maar allen die Zijn verschijning hebben liefgehad".
Dat is voor Paulus en gans de levende Kerk weggelegd : „De kroon der rechtvaardigheid" !
Wat een zalige vrucht : een kroon der rechtvaardigheid! Een kroon, door Christus verworven. Verworven in een weg van lijden en sterven. Verworven in een weg van volkomen gehoorzaamheid en voldoen aan Gods recht voor de zonde. En nu geschonken aan allen, die Zijn verschijning hebiben liefgehad.
Is die kroon weggelegd ook voor u ?
O, wij weten niet wat voor dit aardse leven voor ons is weggelegd. Het is voor ons allemaal verborgen. Het ligt alles in de hand des Heeren. Maar — al is het onbekend, wat voor de aardse toekomst is weggelegd, Gods Woord zegt met grote nadruk wat voor ons voor de eeuwigheid is weggelegd.
De kroon des verderfs voor de onbekeerden of de kroon der rechtvaardigheid voor hen, die Christus' verschijning hebben liefgehad.
O, gerusten te Zion en verzekerden op de berg van Samaria, dat ge mocht opwaken uit uw valse rust en ontgrondt aan uw eigen gronden!
De Rechter staat voor de deur.
En — als ge 't belijden moet: „'t Is recht, Heere, als voor mij weggelegd is de kroon der rampzaligheid, ik heb 't verdiend!" Waar ge hebt leren worstelen om , , genade" en geen „recht", weet het, dat de Heere'deze werkzaamheden deed geboren worden om u als een onrechtvaardige in uzelf door het geloof in , te leiden in de Heere Jezus Christusi, die de kroon der rechtvaardigheid voor Zijn volk verwierf.
Wanhoop dan niet, zondaar voor God! Dat ge maar véél af leert zien van uzelf, want de mens wil het altijd zelf weer doen, óók de aanvankelijk ontdekte mens, en 't geloofsoog richten op Hem, Wiens werk volkomen is en Wiens gerechtigheid volmaakt!
Zó zult ge rust vinden voor uw hart en vrede Voor uw ziel. En — de Kerk van alle eeuw^en, zij wete het, Gods volk zal niet gekroond worden, tenzij het door de strijd is heengegaan. Maar — in die strijd geldt het en wordt het ervaren:
't Is Israels God, die krachten Van Wien het volk zijn sterkte geeft, heeft.
Zalig, als ge door het geloof uit Hem moogt putten, telkens opnieuw. Bij Hem is een overvloed van genade! De Heere wordt er niet armer van.
Waar dat leven gekend wordt, is voor u weggelegd, o, niet de gerechte straf voor uw zonde, maar de kroon der rechtvaardigheid. En — 't zal geschieden, ondanks het woeden van Satan ! Daar is de Heere Borg voor!
Die kroon is weggelegd!
In de hemelen bewaard bij de Heere! Daar ligt hij vast in Gods handen. Dat is een zaligheid, niet af te meten. 't Is een dubbele bewaring!
Gods kinderen worden op aarde door de Heere bewaard voor de kroon! En — de kroon wordt in de hemelen bewaard voor Gods kinderen!
Uw God, o Sion, is Koning!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's