De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Dordtse Leerregels

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Dordtse Leerregels

8 minuten leestijd

Hoofdstuk I artikel 2.

Maar hierin is de liefde Gods geopenbaard, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon in de wereld.gezonden heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe.

Dat is een redenering, zegt iemand, doelende op wat in artikel 1 geschreven staat. Ik vrees, dat die iemand de Schrift slecht kent. God had inderdaad het recht om bet menselijk geslacht in de zonde en vervloeking te laten. De Schrift zegt, dat de gehele wereld voor God verdoemelijk is. Daar is immers niemand die goed doet en niet zondigt. En degenen die zulke dingen doen zijn des doods waardig. (Rom. 1:32). Nu had het zo geweest kunnen zijn, dat het met Gods wezen streed om de zonde rechtvaardig te straffen. Sommigen schijnen deze mening te huldigen. Maar de Schrift vraagt: Zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen ? Het wezen Gods is zeker uitgedrukt in Zijn heilige wet. Daarin wordt van God gezegd, dat Hij een heilig God is, die de schuldige geenszins onschuldig houdt. De Heere God had alzo de mens rechtvaardig kunnen laten liggen. Hij heeft dit niet gedaan. Er is een , , maar". Dit , , nochtans" druist in tegen alles wat de mens kon verwachten. Ik geloof dat er een groot gevaar de Kerk beslopen heeft en ingenomen. De genade is al te gewoon geworden. Sommige predikanten stellen het voor alsof het ongehoord zou zijn en in strijd met alle wet en recht van God als hij de mensheid over gaf aan de ondergang. En vele zeer vele gewone doopleden achten zichzelf veel te goed voor straf. Dit is de doodstaat van de Kerk. Gij weet niet, dat gij zijt schuldig en aan Gods rechtvaardige vloek onderworpen. Doch nu is er iets heel wonderlijks. God heeft deze wereld lief. Dat is voor velen niet wonderlijk meer : voor de Parizeen niet, die zo rechtvaardig en vroom leven en voor de Sadduceën niet, die van oordeel zijn, dat het niet zo op die uiterlijke dingen aankomt. De liefde Gods is al te vanzelf sprekend. Daarover verwondert men zich in de Kerk o zo weinig. Doch God heeft een volk, dat Hij bekend maakt met hun diepe val. En deze worden tot de verwondering gebracht over de liefde Gods. Wat is van die liefde de vrucht ? Worden nu alle mensen zalig ? Dat staat er niet. Ook wordt de uitverkiezing niet als vrucht genoemd. Dat is nog niet aan de orde. Het voornaamste moet eerst worden vermeld. De uitverkiezing maakt ons niet zalig. Christus maakt zalig. Nergens heet de uitverkiezing de zaligmaker. Christus Jezus wordt de Zaligmaker genoemd. Als de Leerregels over de verkiezing belijdenis doen, dan doen zij belijdenis van de verkiezing, die in Christus de zaligheid doet vinden. Zonder het lijden en sterven van de Borg blijft de uitverkiezing zonder kracht, maar gaat de verwerping door. De verwerping hangt niet aan de verwerping van Christus, want die de Zoon ongehoorzaam is blijft onder de toorn Gods. Het is een verzonnen verhaaltje als iemand zegt, dat de ongelovigen verloren gaan, omdat zij Christus verwerpen. De toorn Gods wordt dan niet van hen afgewend, dat is de zaak. Dus dat is de vrucht der liefde Gods, dat Jezus Christus in de wereld gezonden is. Ook dat maakt op zichzelf niet zalig, Als er niemand is die tot het geloof in Christus komt, wordt er ook niemand zalig. Dat is volkomen duidelijk. Er staat in ons artikel, dat alleen zij het eeuwige leven hebben, die in Christus geloven. Geloven is een heel ding. Het betekent: alles verlaten, wat men van nature liefheeft. , , Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn". Geloven is zichzelf verloochenen, zijn oude natuur doden, z'n kruis op zich nemen om daaraan te sterven, de zonde haten en vlieden, die men bemint meer dan zijn leven en in een nieuw godzalig leven wandelen. Er staat niet in ons artikel dat diegenen zalig worden, die op de wereld leven of geleefd hebben. Er staat ook niet, dat de uitverkorenen zalig worden. Daar staat niet in ons artikel dat diegenen wordt. Dat is een geweldig ding, want het geloof is niet aller. Het is bovendien een gave Gods. Daar is niemand, die het waarachtige geloof beoefent, tenzij de Heilige Geest het in zijn hart werkt. Maar zo staan de zaken. Christus is de enige Zaligmaker en alleen het geloof in Hem redt. Hoe weten wij dat? Uit de H. Schrift. Daarom haalt dit artikel twee teksten aan, n.l. 1 Joh. 4:9 en Joh. 3:16. Zij worden niet in hun geheel afgedrukt, maar wel genoemd. 1 Joh. 4:9 luidt: Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.

De woorden , , jegens ons" zijn weggelaten. Daarmee wordt de uitspraak van ons artikel breder. De liefde Gods jegens ons beslaat alleen de christenen. Dat is duidelijk. De Dordtse vaderen hebben dus artikel 2 zo breed mogelijk laten spreken van de liefde Gods. Dat is in overeenstemming met hun tweede tekst: , , Alzo lief heeft God de wereld gehad" Wereld is de afgevallen mensenwereld, als éen geheel genomen. Nu leide men hier niet uit af, dat God de zondaren als zondaren buiten Christus liefheeft. Grosheide schrijft: „Wij lezen nergens in de Schrift, dat God de zondaren als zondaren liefheeft, wèl, dat Hij de goddeloze rechtvaardigt, Rom. 4 VS. 5. Dat is in de grond dezelfde gedachte, als Jezus hier uitdrukt. Gods liefde tot de wereld leidt tot „geloof" van sommigen", vgl. Joh. 17 vs. 6, 9, 23 enz. Daarin openbaart zich Gods liefde tot de gehele wereld, vgl. vers 17". Joh. 3 VS. 16 wordt in dit artikel zeer terecht gebruikt m.i. De Dordtse Synode kon moeilijk op Schriftuurlijker wijze belijden, dat God de wereld door Christus had kunnen veroordelen, doch dat niet heeft gewild. Hij wilde de wereld door Christus behouden. Maar dit betekent niet, dat God ieder mens wilde behouden. Als dit de bedoeling zou zijn had er moeten staan: „opdat niemand verderve". Dit staat er zeer nadrukkelijk niet. Joh. 3 vs. 16 is niet, wat velen er van willen maken, n.l. een uitspraak, dat God alle mensen zo liefheeft, dat Hij hen allen 't eeuwige leven schenkt. Men mag het , .liefhebben" niet van het , , alzo" losmaken. Hoe lief heeft God de wereld gehad? Heeft Hij de dood als bezoldiging der zonde opgeheven ? Heeft God ieder de toegang tot het hemels paradijs zonder meer ontsloten ? Heeft God allen de zonde vergeven? Wil de Heere de ongerechtigheid door de vingers zien?

Er staat niets van dit alles.

God heeft Zijn Zoon gegeven. Zijn Enige, die Hij liefhad. Deze heeft Hij aan het kruis doen hechten. Voor wie ? Voor alle mensen? Neen, zeer beslist niet. Alleen voor degenen, die het allerzwaarste en alleronmogelijkste doen wat er bestaat, n.l. zichzelf verloochenen en alles verlaten. Dat willen alleen de armen en ellendigen, die op een bepaalde wijze alles reeds kwijt zijn. Stel ik het geloof te moeilijk voor? Mij dunkt, dat ik niet anders doe dan zeggen, wat Jezus gezegd heeft. Hoe komt het dan dat er door zeer veel predikanten zo licht over het geloof gesproken wordt ? Dat weet ik niet. De Schrift spreekt er niet licht over. De ervaring laat ons zien, dat het bij de mensen onmogelijk is. En toch wordt er maar gepreekt alsof geloven de onnozelste zaak van de wereld is, zoiets als een stelling uit de meetkunde voor waar houden of geloven dat de slag bij Nieuwpoort in 1600 viel.

Wie leert de predikanten van onze tijd in en buiten de Hervormde Kerk wat geloven is? Dan is de Kerk gered. Maar dan zal er wel een beetje anders óver joh. 3 VS. 16 gesproken wórden. Daar ligt een zó grote onmogelijkheid in dat 't nog zeer de vraag is of er wel één zondaar zalig zal kunnen worden. Wie zal in waarheid geloven? Jezus heeft in Joh. 6 vs. 44 gezegd, dat niemand kan geloven. Komen is immers geloven. Heerst er niet een groot misvestand aangaande Joh. 3 vs. 16, alsof de zaligheid van alle mensen daarin voor het grijpen ligt ? Men heeft teveel vergeten, dat er stond: „alzo lief " Men heeft vergeten dat niemand uit en van zichzelf geloven kan. De enige mogelijkheid, die Joh. 3 vs. 16 tot een machtig woord kan maken, is de uitverkiezing tot het geloof. Als het waar is, dat God niet alleen Zijn Zoon heeft gegeven, maar ook een volk heeft uitverkoren aan wie Hij dat geloof zal schenken, dan kunnen er tot dit geloof komen. Dat is m.i. teveel vergeten. Maar Gode zij dank, er is een verkiezing tot het geloof en er is een voornemen Gods om de uitverkorenen tot het geloof te brengen. De uitverkiezing is niet een nuur om de zaligheid heen, om de ellendigen er uit te houden. Maar een poort in de muur om alle ellendigen, want die zijn allen uitverkoren, tot de zaligheid te brengen .

Gi} hebt ellendigen dit land, Bereid door Uwe sterke hand, O, Israels Onttermer!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Dordtse Leerregels

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's