DE GEREFORMEERDE BOND EN DE HERVORMDE KERK
Wij waren het er over eens, , , dat de afstand tussen de officiële koers der kerk en die van de Geref. Bond groot is". Dat de midden-orthodoxie zich veelal , , buiten de kring der Drie Formulieren beweegt". (Wij nemen die kring maar op de koop toe, hoewel men toch eigenlijk niet van de kring der Drie Formulieren kan spreken). En in de derde plaats, dat de prediking der Hervormd-gereformeerden onderscheiden is van , , al de anderen".
Deze drie punten staan niet los van elkander, maar hangen ten nauwste met elkander samen en wijzen op een distantie in 'de diepte, waaruit de genoemde verschilpunten opkomen.
Dr. B. spreekt zelf van geloofsleven.
Dit behoorde dr. B. toch 'tot 'n geheel ' andere beoordeling te brengen, naar wij menen, en bij ons rijst de vraag, waarom dit niet het geval is.
Het kan daarom zijn nut hébben zijn artikel nader te bezien op die punten waarin wij het door hem getekende beeld onjuist achten.
Ten eerste wat de geschiedenis betreft: Het is juist, dat de Geref. Bond aanving met de doelstelling: „vrijmaking van de Ned. Herv. Kerken". Dat deze doelstelling gericht was tegen de politiek van Hoedemaker en Gunning en vóór die van de doleantie, laten wij voor rekening van dr. B.
De Geref. Bond heeft niet slechts in de eerste drie jaren van zijn 'bestaan, maar tot vandaag toe bewezen, dat hij een oplossing door doleantie schuwt en steeds de Hervormde kerk als geheel voor ogen houdt.
Dat de Geref. Bond sinds de verandering van doelstelling „geen eigen kerkpolitiek meer" zou hebben, wordt niet alleen door het zo juist genoemde feit, maar ook door de door dr. B. opgesomde afwijzingen weersproken.
Of hij dit ter rechter- of ter linkerhand deed, zoals dr. B. onderscheidt, doet weinig ter zake, maar hij wees 'Modus-vivendi, Convent-voorstel, de voorstellen van Kerkherstel, Kerkopbouw, met name het reorganisatie-voorstel (1938) af en stemde tegen de nieuwe kerkorde. Dat het Convent-voorstel werd afgewezen, vindt zijn verklaring hierin, dat het toenmalig Hoofdbestuur dit voorstel minder goed had bestudeerd als de anderen. Schreef niet prof. Obbink Sr. naar aanleiding daarvan : als het Convent-voorstel wordt aangenomen, is de kerk in 10 jaren gereformeerd ?
Het is waarlijk wat al te vlot, om met dr. B. uit de door hem genoemde feiten te concluderen: „Men wijst de wegen van Hoedemaker en Kuyper af, maar men heeft geen eigen weg". 't Is niet alleen erg vlot, maar ook goedkoop, om op deze wijze de kerkelijke vraagstukken te behandelen.
Immers reeds in die afwijzing tekent zich een eigen weg af, al wil dr. B. die in dit verband alleen als negatief waarderen. Niet de weg van Hoedemaker en niet de weg van Kuyper, zegt dr. B. Goed. Waarom niet de weg van Hoedemaker ?
Daar draait nu eigenlijk heel de kwestie om, welke dr. B. overhoop haalt. En als de , , officiële koers der kerk" de weg van Hoedemaker volgt, op het kompas van Hoedemaker vaart, zoals telkens weer wordt beweerd of voorgewend, en deze weg „veelal buiten de kring der Drie Formulieren" voert, heeft de Geref. Bond toch niet ten onrechte dien weg afgewezen als ondeugdelijk tot sanering van het kerkelijk leven."
En als hij anderszins de weg der doleantie niet op wil, zoals hij tot op vandaag duidelijk heeft bewezen, moet de vraag toch rijzen, op welk kompas vaart de Geref. Bond, dat hij zo beslist weet wat niet tot sanering van het kerkelijk leven kan dienen ?
Maar pas op! Want men mag eigenlijk op het gebied van kerk, geloof en theologie, in de tegenwoordige tijd iets niet beslist weten. Dat is contrabande in de kring der hedendaagse profeten.
, , Men wil weer aanknopen bij de Synode van Dordrecht, maar weet niet hoe dat, gegeven de huidige situatie, zou moeten, zo begint dr. B. een poging om zijn oordeel te rechtvaardigen en op het negativisme, dat hij zelf poneert, wil hij zijn stelling verdedigen, dat , , men" (hier staat niet de Geref. Bond) zich terug trekt op het appèl en de verzuchting, in negativisme, polemiek en intolerantie.
Intolerantie (onverdraagzaamheid), durft n.b. een man schrijven, die het opneemt voor de midden-orthodoxie, welke de Gereformeerde-Bonders wel uit de kerk zou willen kijken en dikwijls niet kan nalaten van deze onverdraagzaamheid te doen blijken, zelfs in kerkelijke handelingen!
Bij de Synode van Dordt aanknopen ? 'Het is één van de grootste nalatigheden van de nieuwe Generale Synode, dat zij op generlei wijze 'bij de Synode van Dordt, , aangeknoopt" heeft, (hier past 'n waardiger term), indien zij althans in de rij der Synodes van de Nederlandse Gereformeerde Kerken wil staan. En indien het geen verzuim, maar welbewuste negatie is, mag de voorstander van de nieuwe kerkorde zich wel afvragen of de Generale Synode een echte Synode is, dan wel, of de kerk onder de nieuwe kerkorde, althans de kerk, die de midden-orthodoxie op het oog heeft, nog wel één met de kerk der reformatie zal kunnen zijn.
Immers, ook als de midden-orthodoxie een Arminiaanse kerk wil oprichten of inrichten, (we laten de theologische vraag rusten, in hoeverre men terecht of ten onrechte van een Arminiaanse kerk kan spreken), zal men toch niet stilzwijgend over de besluiten van Dordrecht 1618—'19 mogen heenglijden.
Men heeft in de geschiedenis gesproken van een antistadhouderlijk bewind onder de firma Oranje. In dit geval zou men kunnen spreken van een antigereformeerd bewind onder de firma Dordt.
De nieuwe Generale Synode heeft 't niet nodig gevonden de notulen van de Dordtse Synode te lezen, die Arminius' leer veroordeelde. Volgens art. X der kerkorde belijdt zij in gemeenschap met de vaderen. Dit zijn ook de Dordtse vaderen ! 'Hoe staat het nu met die veroordeelde leer van Arminius van toen en de geprezen Arminius van thans ? Welke gemeenschap is er tussen de 'Dordtse leer der verkiezing en de midden-orthodoxe verwerping daarvan?
Men ziet, dat daar iets historisch en theologisch niet in orde is.
Alvorens zoveel drukte te maken over de Geref. Bond, , mocht men met deze dingen bezig zijn en het niet doen voorkomen, alsof het dood gewoon ware, dat men de gemeenschap met de vaderen roemt, terwijl men hun leer, zelfs tegen de letter der kerkorde in, veracht en Arminius op het schild verheft.
Nóg eens, als dat in de weg van Hoedemaker ligt en verdedigbaar is, komt het ons onbegrijpelijk voor, dat Hoedemaker en Kuyper ook nog een periode van samengaan hebben gekend.
Dit in wezen negatieve standpunt tegenover zo fundamentele stukken van de belijdenis der kerk, is een negativisme, dat zich kwalijk laat goed praten door de hoog geroemde belangstelling voor de door dr. B. genoemde vraagstukken, oecumenisch en op het gebied van saecularisatie en apostolaat.
Een belangstelling, welke zich op die vraagstukken werpend, capitale stukken van het reformatorisch geloof moet loslaten, zou mogelijk verder komen door zich eens te bezinnen op dit verschijnsel zelf en de vraag te overwegen, of zij wellicht aan de verkeerde kant staat en van verkeerde veronderstellingen uitgaat.
, , In de discussie rondom Barth, in de oecumenische vragen, in de problemen van secularisatie en apostolaat, levert de G. B. geen eigen 'bijdrage", zegt dr. B.
Wat moet men hier onderstellen? Onbeschaamdheid of misverstand?
Liever dan nog maar het laatste, en dan nemen wij aan, dat dr. B. bedoelt, dat wij over deze onderwerpen niet in zulk een geest denken en schrijven, dat hij het als een bijdrage kan waarderen, omdat wij niet buiten de belijdenis der Drie Formulieren willen gaan.
Wij willen graag vanuit het geloof der vaderen de vragen van vandaag mede onder het oog zien, doch de ervaring leert, dat de discussie met de midden-orthodoxie reeds in de beginne wordt gesmoord.
Waarom ?
Omdat deze laatste, als ware dit een overwonnen zaak, tegenover de grondslag der reformatorische belijdenis, n.l, het Schriftgeloof der reformatoren, zich een vrijheid veroorlooft, welke de Schrift als regel des geloofs verkracht en haar goddelijk gezag onderwerpt aan de maatstaf van menselijk denken en gevoelen.
, , Verantwoordelijk meedenken", betekent klaarblijkelijk voor dr. B.: , , in de weg der midden-orhodoxie denken". Deze weg schijnt voor hem ook de kerkelijke weg te zijn, want hij presenteert de midden-orthodoxie, volgens de titel van zijn stuk ais de Hervormde Kerk.
Hij behandelt deze dingen immers onder het opschrift: De Gereformeerde Bond en de Hervormde Kerk.
Wij geloven en denken daarover anders en menen nog altoos met onze belijdenis en prediking een legitieme plaats in de Hervormde Kerk in te nemen.
Zo geloven en denken wij ook anders over de weg, die onder Gods zegen tot sanering van het kerkelijk leven kan leiden.
Dat er zovelen in de G. B. wel anders willen en lijden onder het negativisme, , dat dr. B. de G. B. wil opleggen, is een bewering, die door zijn eigen woord wordt weersproken, als hij opmerkt, dat de door hem bedoelde , , lijders" , , vaak noch door de buitenstaanders, noch door de binnenwacht worden vertrouwd".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's