Die Poolse jongen
Feuilleton
Mika zei niets. Er was ook zoveel te zien. Mensen liepen af en aan. De één holde nog harder dan de ander. Er liepen soldaten en politieagenten.
De jongeman wees hen de weg.
Door een aparte ingang bereikten ze het perron.
Daar stond een gewone personentrein. Een vorige maal, nu ruim zes jaar geleden, waren het gesloten wagons.
Dat viel ditmaal geweldig mee.
— Stapt u hier maar in. Over een half uur vertrekt de trein, zei het jongmens.
Toen ging hij weer weg. Volgens zijn papieren moesten er nog een vijftigtal mensen komen.
Clauda, Mika en Pedra zaten samen op een aparte bank. De coupé was verder leeg.
Toch waren er al verscheidene wagens met reizigers gevuld. Het was wel duidelijk aan de uitroepen, dat het allen mensen waren die de vrijheid in zicht hadden. Niemand dacht er aan, dat deze vrijheid zo geheel anders zou zijn dan vóór de oorlog.
Polen, bezet gebied van Rusland, wie stond daarbij stil?
Terug naar het vaderland; de vrije beemden van Polen, dat was 't parool.
Daarom was het voor allen een blijde reis. Ook voor Clauda, Mika en Pedra.
Het laatste transport kwam binnen.
De geuniformde jongeman liep weer aan het hoofd. Papieren gingen van de ene hand in de andere. Begeleiders klommen in de wagens. Maakten afspraken met elkaar. Een spoorbeambte gaf het sein en langzaam zette de trein zich in beweging.
Een wonder gelukkig gevoel doortrilde Clauda. Ze hield de hand van Mika in de hare. Ze dacht aan vader Broga. Zou hij nog in leven zijn? Zou Michel uit de klauwen der speurders zijn gebleven? Zou de Poolse regering weer haar plaats innemen? De grijze president Moscicki en de minister van buitenlandse zaken, Jozeph Beek?
Verschillende gedachten streden in haar om de voorrang. Mika stond voor het raampje.
Steeds sneller joeg de trein door het Russische land.
Telkens klonk er een verbaasde uitroep en eiste de knaap Moeders aandacht op.
De velden lagen schilderachtig tegende glooiingen der heuvels. Overal was men bezig koren te maaien. Het viel Clauda direct op, dat er nu nog veel meer vrouwen dan mannen op de akkers bezig waren dan vroeger. En die de tractoren bestuurden, waren soms knapen. Ja, de mannen waren in het leger. Vooral de bezetting eiste veel soldaten.
Toen ze een paar uur gereisd hadden pakte Clauda haar kleinste tas en haalde er een paar boterhammen uit.
Ze gaf er een aan Pedra en de andere deelde ze met Mika.
— Ik heb nog niet veel trek, zei ze. Nu, Pedra des te meer.
— 's Is net of ik van morgen niet gegeten heb, meende ze.
— Honger op z'n tijd, is een gezond verschijnsel, zei Clauda.
Ze dacht nog steeds aan de oude mevrouw Doewitza. Voorlopig durfde ze er met Pedra nog niet over te praten.
No. 26
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1955
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1955
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's