Spel en Arbeid
IV.
Wie met belangstelling het spel der kinderen gadeslaat, merkt op, dat er in het kinderspel een groot, deel nabootsing van het leven der volwassenen komt. Dit geldt niet zozeer in de eerste levensjaren, als het kind bij voorkeur kruipt en glijdt en ongearticuleerd schreeuwt. Maar de kleine kan nog niet veel anders. Zodra het kind de beheersing van de spieren bezit, gaat het in spelvorm het werk van de „grote mensen" uitbeelden. Zie het meisje met de poppen spelen, , , moedertje spelen", , .schooltje spelen", terwijl de jongen , , soldaatje speelt" of een ander dergelijk spel.
Het is van belang er goed op te letten, welke rol het kind in zulk een spel inneemt, vooral in de gemeenschappelijk beoefende spelen. Hier verraadt zich al heel vroeg de persoonlijkheid van de jonge mens. Het is bekend, dat zij, die later verwijfde mannen zijn geworden, in hun jeugd al voorkeur hadden voor meisjesspeelgoed. Om op verantwoorde en vruchtbare wijze de leiding van het kind ter hand te nemen, zal het van belang zijn de persoonlijke gesteldheid van dat kind te kennen en ge kunt dat nergens beter in waarnemen dah in het spel.
De levensenergie van het meisje en de jongen vindt in het spel een geschikte vorm van ontplooiïng en juist de vrijheid van het spel zal de persoonlijke eigenschappen, deugden en ondeugden spoedig aan het licht laten treden. Het gaat er thans niet om, aan te geven hoe de opvoeder op bepaalde gedragingen moet reageren, het gaat er slechts om er op te wijzen, dat bepaalde gedragingen bij het spel een diepere achtergrond hebben en iets kunnen leren voor de wijze, waarop het kind moet worden behandeld.
Een ogenblik dienen we hierop nog nader in te gaan. Bij het spelen neemt de drang naar bezigheid al ras een andere vorm aan bij de jongen dan bij het meisje. Vindt het meisje er een genoegen in de poppen te verzorgen, soms te verplegen, of in wassen en koken e.d., de jongen werpt zich op de strijd, de onderzoeking en ontdekking van onJbekende zaken. De persoonlijkheid geeft richting aan het spel. Hier zien we iets van de grootheid van de Sohepper in de ontplooiing der persoonlijke eigenschappen.
Voor wie dit beseft ligt er een speciale moeilijkheid in de opvoeding van de jongen, die meisjesachtig is en het meisje, dat zich jongensachtig gedraagt. Een dergelijke ontwikkeling kan de opvoeder met zorg vervullen. Hier moet met liefelijke tact getracht worden iets om te buigen in de richting van het natuurlijk-normale. In onze tijd valt er zeer zeker samenliang te constateren tussen de emancipatie der vrouw en het opgroeiende jongensachtige meisje. Wij hebben hier niet te maken met de drang der natuur, maar met iets onnatuurlijks, dat in onze beschaving een steeds meer voortkomend verschijnsel gaat worden. Het is niet de bedoeling van dit artikel om te zeggen : Hier hebt u nu de oplossing van alle moeilijkheden voor dit onderdeel der opvoeding — dat is onmogelijk. Maar wel wil ik proberen u aan het denken te krijgen over de gedragingen van uw kind en de achtergrond daarvan.
In het gekozen spel ligt soms, lang niet altijd, een aanduiding van de arbeid, die het kind voor het latere leven begeert. Toch zal de opvoeder naar een dergelijke aanwijzing te zoeken hebben, ook al gaat die regel niet altijd op. Er is verband tussen spel en arbeid. Het kinderspel is vrijwillig verrichte arbeid, die met lustgevoelens wordt ondernomen. Het is daarom niet juist om het spel alleen te zien als een ontlading van overtollige levenskracht der jongeren. Het kind speelt vaak nog onvermoeid door, zoals we allen weten. De overtollige energie is verbruikt, maar het spel boeit het kind en dus gaat het door.
Langzamerhand krijgt het spel iets in zich, dat zich tot arbeid neigt. De mens leert de vreugde kennen van het zelf scheppen van vormen en gestalten, de vreugde in hetgeen schoon en sierlijk is. Hier raakt het spel aan de kunst. Ons spraakgebruik duidt reeds aan, dat er tussen beide grootheden verband bestaat, men denke aan de woorden: vioolspel, treurspel. Zo kan ook het gewone spel bevrijden van het alledaagse bestaan met zijn onaangenaamheden en de geest rust geven. Het spel betekent dan een waardevolle vergoeding voor het dagelijks werk. Hoewel het kind dit niet onder woorden kan brengen, beleeft het dit alles wel.
Indien ooit dan is hier leiding in christelijke geest nodig. Onze kinderen nemen in het opgroeien veel in zich op van de geest van onze tijd. En één van de kenmerken van onze tijd is, dat de ontspanning dreigt te ontaarden in levensdoel, terwijl de te verrichten arbeid als noodzakelijk kwaad wordt gezien. Korte werktijden en veel vrije tijd blijkt door allerlei oorzaken de wens van velen te zijn. In deze. wereld groeit uw kind' op en speelt er zijn spel.
Wij zullen er zoveel als in ons vermogen is tegen hebben te waken, dat ons kind straks ook een mens wordt, die de arbeid als een noodzakelijk kwaad gaat beschouwen. Het spel zal dus reeds in de kinderleeftijd geen onbeperkte plaats mogen inneimen. Het schoolkind gaat niet naar school, om na schooltijd te spelen — en hoe eerder de school uit is, hoe liever. De arbeid en de vreugde in die arbeid is het normale en de vreugde van de ontspanning is toegift.
Het belang van opvoeding in christelijke geest springt hierbij in het oog. De arbeid is door God opgedragen taak, zoals de verhouding tot de meerderen, b.v. tot de onderwijzer een door God gewilde gezagsverhouding is. Het spel is een door God genadig gegeven mogelijkheid van ontspanning en ontwikkeling, maar mag niet de hoofdinhoud van het leven blijven van een opgroeiend kind.
De arbeid moet echter een spelkarakter dragen voor de mens. Het spel is immers een vrijwillig met lust verrichte bezigheid. Zo zou ook de arbeid met lust en graagte verricht moeten worden. Dat dit niet geschiedt, is een gevolg van de zonde. De arbeid is moeite geworden. In het zweet des aanschijns zal de mens brood eten. In de paradijstoestand was de toearbeiding der natuur van die aard, dat van een moeitevol werk niet kon worden gesproken. De arbeid droeg toen een „spel"-karakter. Maar de mens, die God verliet en met Gods natuur in botsing kwam, vindt doornen en distek n op de aarde.
Wie voor deze achtergrond oog heeft, kan begrijpen waaron\ Schiller kon zeggen : De mens is slechts volmaakt, waar hij speelt! En hoe de Zwitser Rambert tot de uitspraak kwam: Als 't volmaakte spel voor de mens mogelijk ware, zou de hemel op aarde zijn. Het spel in de ruimste zin is toch juist moeiteloze met lust verrichte arbeid.
Hier nader ik het einde van het spel. Hier kunnen we ten volle verstaan, dat Zacharia spreekt van , , knaapjes en meisjes spelende op de straten der stad, als hij Gods woorden doorgeeft over het komende Godsrijk.
Als we dan afdalen naar de werkelijkheid van het leven van de gevallen mens — hoe bitter is dan die werkelijkheid. Het schone van het spel in zijn verheven zin, is geweken en bevlekt geworden door de donkere hartstochten van de verworden mens. Deze verwording is er ook in onze kinderen, van wie we belijden, dat ze in zonden ontvangen en geboren zijn. Hun spel is het spel van zondige kinderen en de leiding, die wij kunnen geven is de leiding van zondige mensen. Welk een betekenis kan onze leiding' echter hebben als we geleerd hebben uit de geest van Christus te leven. Dan kunnen we niet de hemel op aarde brengen, dan kunnen we het volmaakte spel niet bereiken, maar we zullen wel het spel van onze kinderen trachten te beïnvloeden, opdat het zoveel mogelijk benadere de zuiverheid, welke het bezitten kan. Er valt voor de gelovige niet alleen de glans der genade over het leven van de arbeid, maar ook over het spel. We kunnen er niet meer laatdunkend van spreken, wanneer we de achtergrond hebben gezien, die tweeledig is: ontwikkeling der persoonlijkheid en vreugde. Omdat de persoonlijkheid bevlekt is door de zonde is de vreugde onzuiver. We zullen echter door woord en voorbeeld er op wijzen, dat, wanneer 'onze persoonlijkheid is gereinigd door het bloed van Christus, onze vreugde in arbeid èn vrij e-tij ds'besteding zuiverder wordt; echter niet volkomen zuiver, omdat we het volmaakte nog niet begrepen hebben. Zo vaart er door het vraagstuk van de vrije tijd een heimwee naar de volmaking aan het einde der tijden. Voor de nietgelovige mens brengt dit heimwee de droefheid der wereld mee die de dood werkt voor de gelovige ligt dit heimwee in de droefheid naar God, die een oniberouwelijke bekering werkt tot zaligheid, tot redding van de gehele mens, met zijn arbeid en spel, redding tot de volmaakte vreugde, waarvan we nog zo weinig weten, omdat het nog niet is geopenbaard, wat wij zijn zullen.
J. Goedhart
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's