De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zekerheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zekerheid

7 minuten leestijd

„Die ons ook heeft verzegeld en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven". 2 Corinthe 1 vs. 22.

Dat woordje , , ook", dat in dit vers voorkomt, laat zien dat er een nauw verband bestaat met het gedeelte, wat voorafgaat. De apostel Pauïus noemt in deze tekst niet één genadeweldaad. Neen, ook in het voorgaande heeft hij er mogen opnoemen.

Vers 21 : , , Maar die ons met u bevestigt in Christus, en die ons gezalfd heeft, is God".

De weldaden welke hij hier beschrijft zijn wel bijzonder groot en heerlijk. Want wat kan heerlijker zijn dan het leven uit en door en met Christus. , , Het leven is mij Christus". Christus is dan de levensbron, de levenskracht en het levensdoel. Bevestigd in Christus, maar dan ook gezalfd, n.l. met de gaven des Heiligen Geestes begaafd.

En dan gaat hij verder: , , Die ons ook heeft verzegeld en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven".

Wat betekent .dit nu : , , die ons ook heeft verzegeld" ? In het werkwoord verzegelen kunnen wij terug vinden het woord , , zegel". En het mag als bekend verondersteld worden, waartoe een zegel gebruikt wordt. Dit wordt onder meer dan gebruikt, wanneer wij n.l. iets willen waarmerken, opdat aan de waarheid van deze zaak niet getwijfeld behoefd te worden. Zo is een notariële acte of een testament voorzien van een zegel. Wanneer dat zegel er op staat, dan is alle twijfel uitgesloten. Wanneer dat ontbreekt, dan is er twijfel.

Gesteld, dat u in uw brievenbus vanmorgen een brief hebt gevonden, waarin u medegedeeld wordt dat u bij de notaris duizend gulden kunt gaan halen. Me dunkt, het zou u ongeloofwaardig zijn, als daar niet een zegel op dit stuk stond. Het zegel geeft dus zekerheid omtrent de zaak, welke verzegeld is.

En nu zegt Paulus: , , die ons ook heeft verzegeld". Paulus mag dus spreken van een zekerheid. En niet alleen hij, maar ook de gemeente van Corinthe. Zekerheid, waarvan ? Wel, van de gemeenschap met Christus. Dan zijn wij het eigendom van Christus in leven en in sterven. Zekerheid ! Daar zijn veel mensen, die beweren dat niemand zekerheid van deze dingen kan hebben. Men verheft de twijfel als het echte. Maar dat verklaart Gods Woord niet. Wie twijfelt, is gelijk de baren der zee.

Wie twijfelt, redeneert vaak : zou er voor mij kans zijn of geen kans zijn om behouden te worden ? Dan is er dus een angstig vragen. Maar wie verze­geld is, wie dus zekerheid heeft, die mag zeggen dat hij het eigendom is van Christus.

Is dat geen grote weldaad?

Zeker van de gemeenschap met Christus ? Zeker van de aanneming tot kinderen ? Zeker van het erfgenaam van God zijn ? Dat geeft een diepe rust en vrede in de ziel. Dat is wat anders, dan de baren, de hooggolvende baren van de zee.

Verzegeld, verzekerd!

Dan geen twijfel.

Maar wanneer de Heere deze genadeweldaad wegschenkt, dan wil dat niet zeggen, dat de begenadigde door niets en door niemand meer benauwd wordt. Als Gods kind in de zonde leeft, dan wijkt de vrede uit het hart. De hemel vertrekt, en de mens wordt beschuldigd door de aanklagende stem van de consciëntie. Neen. Gods kinderen, kunnen niet maar leven, zoals zij willen, denkende : het anker ligt tóch vast. Wie dat denkt, vergist zich. Maar — en dat is en blijft waar — al mogen zij struikelen en vallen, zo laat toch de Heere niet varen de werken Zijner handen. Ja, zelfs de poorten der hel zullen de gemeente Gods niet overweldigen. Niemand zal hen uit des Heeren hand rukken.

Roeping en verkiezing zijn onberouwelijk.

Lieve lezer(es), kent gij deze zekerheid ? Weet gij u zeker van de gemeenschap van Christus ? Is dat uw troost, dat niets u kan scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus ? In Christus alléén is het goed. Veilig in Jezus' armen, veilig aan Jezus' hart! , , Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen".

Welk een weldaad: , , Die ons ook verzegeld heeft" ! Maar er is nog méér. De apostel zegt verder : , , en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven". Dit is dus een andere weldaad.

Want dat verklaart 't woordje , , en".

, , En het onderpand onze harten gegeven". des Geestes in

Wat wil dat nu zeggen ?

De kanttekening verklaart, dat onderpand een deel of begin is van het toekomende goed, dat ons beloofd of verzekerd is. Onderpand is dus niet hetzelfde als pand. Onderpand is meer. Toen het volk Israël in de woestijn verkeerde, brachten de verspieders de drui­ventros uit Eskol mee. Deze tros met druiven was een onderpand van wat Kanaan was. Deze tros was dus een deel of begin van het land Kanaan, dat beloofd was.

Zo is er nu ook sprake in de tekst van onderpand. Maar dan van onderpand des Geestes.

, , En het onderpand, des Geestes in onze harten gegeven". Dit onderpand des Geestes is dus het begin van toekomende zaligheid in het hemelse Kanaan, de hemel der hemelen.

Welk is dan dat onderpand des Geestes ? Dat is de Heilige Geest zelf. Deze woont in de harten van Gods kinderen. Dat zegt ook de tekst , , in onze harten". Wat is zulks groot!

Want dat is een waarborg voor de toekomst. En dan niet alleen met het oog op het hemelse Kanaan, maar ook met het oog op de tijd, die men nog heeft door te brengen, voordat gij de hemel zult binnengaan. Want de Heilige Geest is niet ledig in onze harten, maar is er werkzaam. Die Heilige Geest geeft een getrouwheid, om de loopbaan ten einde toe te lopen, totdat de kroon zal worden uitgereikt.

Van deze weldaden mocht de apostel nu getuigen. Tot beschaming van die uit de gemeente van Corinthe, die vanuit de hoogte op hem en anderen neerzagen. Maar wanneer hij dit betuigt dan spreekt hij daarin ook tot roem van Gods genade ! En dat is een zaak, welke niet vreemd is aan allen, die dezelfde weldaden deelachtig zijn geworden.

Want wat is er dan van de mens bij ? Niets ! Wat is de mens, wat is in hem te prijzen? In het buitenland moet er een ziekenhuis geweest zijn of nog zijn, waar boven de ingang in grote letters staat: ', , de Heere en ik", maar boven de uitgang staat er iets anders. Degenen die genezing hebben ontvangen en het ziekenhuis mogen verlaten, lezen als opschrift dezelfde woorden als boven de ingang, maar dan met dit verschil, dat er een streep gehaald is door , , en ik". Daar staat alleen maar: de Heere.

Welnu, zo is het met een ieder, die de genadeweldaden des Heeren mag ontvangen. Daar is de roem alleen in de Heere. Dat is ook het grote onderscheid tussen de mens die genade kent en de mens, die geen genade kent. Toen de Parizeer naar huis ging, had hij roem in zichzelf, maar de tollenaar had roem in God. En van deze roem wordt ook gesproken. Dat doet de apostel Paulus ook. Tot roem van Gods genade getuigt hij van Hem, zeggende : „Die ons heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven".

Het was dus Gods genadewerk in hun harten; En wat uit God is, keert ook tot God terug. Want uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen. In zulk een belijdenis komt dus God aan Zijn eer en de vijanden worden beschaamd.

Ik vraag u! wat moet het niet zijn, als Gods volk straks de volkomen zaligheid mag ontvangen? Hier was het toch nog maar een voorsmaak van de eeuwige vreugde. Maar daar zal hun blijdschap onbepaald, door het licht, dat van Zijn aanzicht straalt, ten hoogsten toppunt stijgen.

Eeuwig zal Gods volk de Heere er de eer van geven. Eén van hart en één van zin zal dan gezongen worden wat de kerk reeds nu mag zingen:

Gij toch, Gij zijt kun roem, de kracht van hunne kracht, Uw vrije gunst alleen wordt d' ere toegebracht. Wij steken 't hoofd omhoog en zullen d' eerkroon dragen Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen. Want God is ons ten schild in 't strijdperk van dit leven En onze Koning is van Isrels God gegeven.

A, J. Timmer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Zekerheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's