Herman Witsius
1636 - 1708
(Slot).
Witsius en de WET.
De tien geboden blijven altijd onverminderd van kracht, want God heeft ze nooit herroepen en Christus niet afgeschaft.
In de staat der rechtheid behelsde de wet de vóórwaarde waaraan voldaan moet worden om zalig te worden.
In de staat der ellende is het een tuchtmeester tot Christus, terwijl de wet in de staat der genade als regel der dankbaarheid moet worden gezien.
Het Sinaïtisch- of Mozaïsch verbond is geen werk- of genade-verbond. Het is een nationaal verbond tussen. God en Israël, dat beide veronderstelt. De tien woorden schrijven slechts een plicht voor met bedreigingen, die aan het werk-verbond zijn ontleend, en met beloften die tot het genade-verbond behoren.
Witsius en de DOOP.
De Heilige Doop is het sacrament van de inplanting in Christus en de wedergeboorte door Zijn Geest. Het Heilig Avondmaal van de voeding des geestelijke levens. De kinderdoop is gegrond op het bevel en de beloite Gods, terwijl ook de kinderen der gelovigen de gave des H. Geestes ontvangen.
Niet alle gedoopten worden zalig, maar de godzalige ouders mogen ze toch beschouwen als uitverkoren, totdat bij het opgroeien het tegendeel blijkt. Eigenlijk hebben alleen de uitverkorenen recht op de doop. Aan de anderen betekent en verzegelt de doop niets.
Maar omdat het niet te zien is welke uitverkoren zijn en welke niet, moet men naar het oordeel der lietde te werk gaan.
Het genade-verbond wordt zo door W. geheel onder de beheersing der uitverkiezing gesteld als een uitvoering van het eeuwige raadsbesluit Gods.
Er zijn twee mogelijkheden ten aanzien van de uitverkorenen. Zij zijn óf in hun prille jeugd wedergeboren, doch het zaad bleef gedurende jaren verborgen — óf God maakt de uitverkorenen de genade van het nieuwe leven deelachtig, wanneer het Hem belieft en laat hen dikwijls vele jaren in de staat der overheersende verdorvenheid, todat zij door de genade Zijns Geestes worden vernieuwd. Dit laatste leert Beza. Het eerste werd verdedigd door Voetius, waarmee Witsius instemt. Hij zegt: Er kan nauwelijks twijfel over bestaan of die stelling van de wedergeboorte der kinderen vóór de doop, althans volgens het oordeel der liefde voor élk van hen 't aangenomen gevoelen der Ned. Hervormde kerk is". Hij grondt dit gezegde op de éérste doopvraag. God is in ons leven de Eerste geweest, terwijl het toch reeds zeer groot is, al zou die kinderdoop verder geen enkel nut hebben dan dat de ouders daardoor verplicht werden om hun kinderen, die ze zo vroeg aan God hebben toegewijd, zowel door onderwijs en vermaan als door een goed voorbeeld zorgvuldig te onderrichten in de verborgenheden van de christelijke religie en in een echt en recht heilig leven!
Witsius en bet Christelijke leven.
Hierop wordt zeer sterk de nadruk gelegd. Het gaat hem om de practijk der godzaligheid. Een godsvruchtige levenswandel — zo zegt W. — is de ziel en het merg van het christendom. Het gaat om de godzaligheid die haar zetel heeft in de verborgen mens des harten. Gods Woord is voor hem de enige en volmaakte regel voor geloot en leven, een testament van onze Hemelse Vader, een vriendelijke brief uit de hemel vol van wijsheid Gods en vol van de H. Geest, Wiens adem er overheen is gegaan.
Daarom: geregelde SchriftlezingI
Het leven van Christus — zo zegt hij verder — is het geheim van het waarachtige christelijke leven. Het heilige en heerlijke leven van Christus is ook het volmaakte vóórbeeld voor ons nieuwe leven.
Door middel van navolging in al Zijn deugden kunnen we Hem gelijkvormig worden. In verband daarmee een kernachtige uitdrukking:
Hij heeft Zich voor mij overgegeven tot een vervloekte dood, en zou ik mij dan niet aan Hem weergeven tot een gezegend leven?
De éérste les die men in de school van Jezus moet leren is : zelfverloochening waaronder te verstaan is dat we de zonde verzaken, het niet van de wereld verwachten en in diepe ootmoed leven.
In oprechte zelfverloochening en overgave aan God bestaat de verheerlijking Gods. Wij behoren niet onszelf, maar God toe !
Er is veel aan gelegen dat de gemeenschap met Christus niet wordt verstoord. Geestelijke verlating is van God met wijsheid bedoeld om te beproeven opdat wij ons over onze zonden verootmoedigen, de genade des te naarstiger zouden zoeken en te leren leven door 't geloof en niet door aanschouwen.
Men moet niet toegeven aan hopeloze gedachten, doch zich met ernstige gebeden tot God wenden. Overigens hangt de zaligheid niet af van de verzekerdheid die wij tot onze troost gevoelen, maar van de echtheid van ons geloof.
Zelfonderzoek is daarom steeds nodig ook in dit opzicht.
Hij gebruikt hier een paar mooie voorbeelden: Men ziet de wijzers van de klok niet gaan, en toch zien we dat ze vooruit komen.
Men ziet een boom niet groeien, doch na verloop van tijd blijkt hij toch groter geworden te zijn!
En verder: In de aanvangsperiode van het geestelijke leven is het toenemen doorgaans duidelijker dan in latere tijd.
Evenwel, de werkelijkheid van het godsdienstige en zedelijke leven van die tijd stond zeer vér beneden dit ideaal.
In zijn „Twist" hekelt hij verschillende misstanden op deze terreinen, terwijl de Overheid en de predikanten zeer ernstig worden 'bekapitteld!
Tal van „nieuwigheden" zijn schadelijk voor de zuiverheid der leer en de heiligheid des levens.
Het verval van de kerkelijke tucht is mede een oorzaak van de achteruitgang en de kerkelijke twisten doen er geen goed aan.
Overal hoort men ook van de vrome klachten over: geesteloosheid, lusteloosheid en troosteloosheid. Men vraagt mag dit en mag dat ? en bijna niemand stelt de vraag : Wat moet ik doen om in heiligheid en godzaligheid toe te nemen? De mensen moeten leren om niet zo zeer de dwalingen van een ander, als wel de zonde van eigen leven te 'bestrijden!
Met de Voetsiaanse theologen was W. voor een strenge Zondagsviering daar de rustdag een scheppingsordinantie is en het vierde gebod niet tot de wettische en ceremoniële bedeling van het genade-verbond behoorde, waarvan de zin door Christus was vervuld, gelijk de tegenstanders beweerden. Het vierde gebod moet dienen om ons te sterken in onze geestelijke rust, maar het is een , , stofte van ergerlijke onruste geworden".
De geboden van God volbrengt men niet door hoogmoedig disputeren, maar door ootmoedig practiseren. Zijn standpunt is wel streng maar niet wettisch. Kleinigheden, waardoor lichaam en ziel vaardiger gemaakt worden om God te dienen zijn geoorloofd. De rust is slechts middel, geen doel.
We hebben de rustdag te heiligen door godsdienstige samenkomsten te houden, de plichten der liefde jegens de naaste waar te nemen en alles te richten op de bevordering van de gemeenschap met Christus, Wie de eeuwige rust onzer zielen is.
De betrachting van de ware godzaligheid hangt ten nauwste samen met het gebedsleven. Tegen de gedachte dat het gebed nutteloos en nodeloos is werpt hij tegen: Bidden is geen vragen om verandering van Gods raad en: God wil dat wij ook zelf onze noden kennen en dat in het geloof belijden. Hij is een voorstander van formuliergebeden en ruimhartig wat betreft het aanspraken van God als Vader. Als wij niet weten of God onze Vader is mogen wij er toch, met de hoop en de bede of Hij het wil worden, gebruik van maken.
Voorzover God onze, Schepper is ons 'bewaart en vele weldaden schenkt, kan Hij onze Vader worden genoemd.
Omtrent het uitstellen van de verhoring van ons gebed zegt hij dat God dit doet om ons te meer te vernederen en te doen aanhouden, opdat we ook het eenmaal verkregene des te meer zouden waarderen.
Wij mogen deze bloemlezing uit 't leven en werken van Witsius besluiten met de wens dat velen zich door deze regelen gedrongen voelen om dit boek van prof. v. Genderen zelf ter hand te nemen en bovenal iets van Witsius' geschriften zelf te lezen opdat zijn geest en godzaligheid en zijn ijver voor de leer die naar de godzaligheid is ook de onze moge zijn of worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's