De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Hemelse Koopman

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Hemelse Koopman

4 minuten leestijd

Ik raad u, dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden : en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde en zalf uwe ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt. OpeHfe. 3 : 18.

De gemeente van Laodicea was een rijke gemeente. Het ging daar allen naar den vleze. De handel wierp rijke baten af. Ook de gemeente van Jezus Christus had aldaar met geen armoede te kampen. Van vervolgingen was in die gemeente geen sprake. Ook dreigde er geen gevaar van verderf, door middel van allerlei ketterij.

Maar, wat erger was, de geestelijke toestand van de gemeente was zeer beklagenswaardig. De Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige, het begin der schepping Gods laat zich niet verblinden door de schone schijn. De gemeente van Laodicea was lauw. Vele mensen houden van koude, andere mensen weer van hete dranken. Maar wie begeert er lauwe dranken? Wie wenst er lauw water te drinken ? Neen, dat lauwe water zullen we uit onze mond spuwen. Zo was ook de gemeente van Laodicea lauw. Men beefde niet onder de aankondiging van het oordeel en het gericht van God. Men verootmoedigde zich niet onder het aanbod van genade en zaligheid aan arme zondaren. En wat het ergste was, men was o zo voldaan met zichzelf.

Men meende, dat men rijk en verrijkt was. Men had aan geen ding gebrek en men wist niet, dat men ellendig, jammerlijk, arm en blind en naakt was.

En nu treft het ons toch nog weer, dat de Heere komt kloppen aan de deur van deze gemeente, die zo lauw was en zo met zichzelf voldaan.

Hij komt tot die lauwe gemeente, als was Hij een koopman, die Zijne heerlijke schatten te koop aanbiedt.

En nu is dit het bedroevende, dat de mensenkinderen, zoals ze van nature zijn, zich verdringen om de kooplieden der aarde.

Ook in onze dagen betaalt men de hoogste prijzen om een kledingstuk te bemachtigen.

Die hemelse koopman verkoopt beproefd goud, wat pas uit het vuur komt. Hij biedt een schat aan, die nergens elders te koop is.

Met de aardse munten komt ge niet verder dan deze wereld. De schatten, die Hij te koop aanbiedt, gaan mee tot over dood en graf.

De mens is van nature jammerlijk en naakt. De ware kennisse God en gerechtigheid en heiligheid is hij in het paradijs verloren. De mens bedekt zich met het kleed van de vijgeboombladeren, waar de Heere dwars door hen ziet. Neen, met onze deugden en onze plichten kunnen we de schande onzer naaktheid niet bedekken. We hebben, nodig dat lelieblanke kleed van de gerechtigheid, die door de Heere Jezus is verworven aan het kruis van Golgotha. En nu zult ge misschien zeggen, dat er toch in onze tekst sprake is van kopen. Het is waar, dat er staat geschreven, dat wij het bij Hem kopen zouden.

Maar nu denk ik aan de woorden van Jesaja : O alle gij dorstigen, komt tot de wateren en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, wijn en melk, zonder-prijs en zonder geld. Als ik lees van kopen, dan wijst het er stellig op, dat het in uw volkomen bezit komt. Wat ge gekocht hebt, dat wordt immers uw eigendom.

Toch wordt er de vrije genade absoluut in verheerlijkt, want de Heere verkoopt het om niet, zonder prijs en zonder geld.

Dan zullen de mensen zich wel om die hemelse koopman verdringen, als Hij Zijne goddelijke waren te koop aanbiedt om niet, zo hoor ik u zeggen. Helaas, neen lezers ! Dat komt hierdoor, dat de mens van nature blind is. Een zondaar laat zich het oog verblinden door het klatergoud dezer wereld, maar hij heeft geen oog voor de hemelse schatten.

En ook Gods kind kan na ontvangen genade zo in zelfgenoegzaamheid terneder zitten, dat het hart niet uitgaat naar de eeuwige heilsgoederen, maar dat het kleeft aan het stof dezer wereld.

Daarom is het nodig, dat de ogen wierden gezalfd, opdat ze ziende zouden worden. Lezers, wij moeten telkens bij aanvang of bij voortgang weer naar die hemelse heilsapotheek om ogenzalf, om ontdekkend genadelicht, opdat wij ziende zullen worden.

Velen ook in onze dagen zijn lauw. Men gaat wel naar de kerk, men wil nog wel wat geven voor de armen en voor de dienst des woords, men leest nog wel in de bijbel, maar wat baat dat alles als het hart lauw blijft.

Nog komt de Heere aan het hart van de lauwen kloppen en biedt nog Zijne hemelse schatten aan om niet. O wat zal het einde wezen van allen, die de lokstemmen in de wind slaan!

Ze zullen straks aan de hemelpoort kloppen, maar ten antwoord krijgen: Ik ken u niet van waar zijt gij ?

Lezers het is nu nog tijd!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Hemelse Koopman

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's