De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PRACTIJK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PRACTIJK

6 minuten leestijd

Het is nog niet zo heel lang geleden dat wij in aanraking kwamen met de inhoud van een geschriftje, waarvan het de moeite waard is de lezers van De Waarheidsvriend door te geven. De schrijver en de uitgever stonden er niet op vermeld, zoals dat wel meer gebeurt bij dergelijke lectuur. Het voerde de volgende titel : , .Waarschuwing en vermaning aan onibekeerde zondaren".

Wij zulen u iets van de inhoud mededelen. Het vertelt ons van een predikant, een zekere ds. Thomas Chamberlain, Dienaar van Christus Kerk te Lovert (Schotland), een stadje, 13 mijl ten Z.W. van Glocester, die daar reeds 20 jaar arbeidde in de dienst des Heeren, en op zekere dag, 6 Sept. 1748, des morgens bij het wandelen in zijn tuin, een visioen aanschouwde. Hij viel bewusteloos neer en toen hij weer bij kwam, kort daarna, trad een blinkende gestalte op hem toe in een wit gewaad, die hem mededeelde, dat hij op 13 Sept. d.a.v. 's morgens om 9 uur de aarde zou verlaten.

De predikant was over dat gezicht en die boodschap zeer ontsteld ; wij kunnen ons dat volkomen indenken. Hij durfde het echter zijn vrouw niet mede te delen, maar maakte op diezelfde dag de gemeente bekend, dat de volgende week iets zou gebeuren, wat nog nooit was gebeurd. Deze mededeling van ds. Chamb. maakte grote indruk, want op 13 Sept. was de kerk stampvol. Ds. Chamb. beklom op die dag in doodsgewaad de kansel, nadat hij eerst zijn kist voor de preekstoel had laten zetten Als tekst voor deze bijzondere dienst had hij gekozen : Een kleine tijd en ge zult mij niet meer zien Toen hij in Tyerband met deze woorden zijn gezicht en boodschap had medegedeeld, met een vermanend en vertroostend woord had besloten, sloeg de torenklok 9 uur en plotseling kreeg de leraar zo'n lichtglans om zich heen, dat het was alsof er een engel op zijn plaats kwam te staan. Onmerkbaar was ds. Chamb gestorven. Hij bereikte de ouderdom van 55 jaar en 3 maanden.

Tot zover dit griezelige geschriftje. Natuurlijk is het onze bedoeling niet om het bovenstaande alleen maar belachelijk te maken bij onze lezers. Integendeel. Het is onze opzet u tegen dergelijke geschriftjes te waarschuwen, daar zij nog maar al te gretig ingang vinden bij velen onder ons.

Zij worden nog maar al te vaak beschouwd als het summum van bevinding en als het toppunt van godsdienstigheid. We zullen het bovenstaande voor rekening laten van de onbekende schrijver en het niet direct verwerpen, maar het zegt ons in ieder geval, dat wij op zeer gevaarlijk terrein ons bevinden.

Toch zullen wij niet in het negatieve blijven en dit alleen maar afwijzen. Wij kunnen er ons voordeel mee doen en onze houding bepalen. Het is immers zó, dat wij geen engelen behoeven te zien om tot Gods gemeente te behoren, al heeft Abraham die wel gezien en hebben anderen die aanschouwd. Ons behoeft geen lichtglans te omgeven om zalig te worden, al is dit met Paulus wèl gebeurd. Wij hebben geen hoorbare stem nodig om verzekerd te worden van onze zaligheid, en toch heeft God voormaals en op velerlei wijze gesproken. Wat God gedaan heeft, kan Hij nog doen, ook onder ons. Alleen hier komt het op aan, dat wij er geen grond voor onze zaligheid van maken.

Immers, en we nemen weer Gods Woord ter hand. Kaïn heeft ook een stem gehoord, maar hij werd vervloekt; Bileam heeft ook 'n engel gezien, maar hij bleef toch buiten de genade, en Korach zag ook een vuur, maar het was om hem te verteren. Daarom kan zoiets nooit een grond zijn.

Het is best mogelijk dat bovengenoemde ds. C. een visioen heeft gehad en het uur van zijn dood heeft geweten. Het is alleen niet goed te keuren, dat hij zo wonderlijk gekleed de kansel beklom, enz. Maar als hij in de hemel is, zal hij er niet zijn omdat hij een gezicht gehad heeft, of het uur heeft geweten van zijn dood, maar alleen omdat hij zijn zonden gewassen zag door 't bloed van Jezus Christus en zich bekleed met het kleed van Christus' gerechtigheid. Ook hij kon alleen uit genade zalig worden !

Wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen! Zalig zijn zij, die niet zullen gezien en nochtans zullen geloofd hebben !

Wij kunnen elkaar niet genoeg wijzen op het feit, dat alle bevinding moet getoetst worden aan Gods Woord. Ligt het niet op dezelfde lijn van het bovengenoemde, dat er vandaag aan de dag nog mensen zijn, die iets worden medegedeeld uit de toekomst, b.v. dat zij zullen worden genezen van een ziekte, of een ongeval zullen krijgen, enz.

Hoe moet onze houding zijn tegenover zulke mededelingen ?

Laten wij voorop stellen, dat wij niemand iets in de weg zullen leggen, indien hij ons iets vertelt van hetgeen hij in de toekomst zeker meent te zullen ondervinden. Alléén, hij verge ten eerste van ons niet, dat wij het ook geloven. Want het geloof van anderen kan ons niet doen geloven. En in zulke persoonlijke zaken geeft God het geloof aan die het nodig heeft, niet aan hen, die er buiten staan. Deze laatsten hebben dus alleen maar af te wachten en af te zien. Jeremia beriep zich voor de valse profeten, op de uitkomst. Hijzelf wist het wel, dat God tot en door hem sprak, maar aan anderen kon hij dat geloof niet geven. Daarom zeide hij, dat de uitkomst het leren zou, door wiens mond de Heere gesproken had.

In de tweede plaats wordt het vaak als 'n bijzondere vroomheid aangezien, als gelovigen iets vertellen van hetgeen zij tevoren wisten dat geschieden zou. Dit wordt dan wel eens als een bijzondere vroomheid aangezien, als 'n bewijs van de zekerheid van hun geloof. Welnu, dat is het in het geheel niet! Het is niet zó, dat hij bekeerd is, omdat hij dingen profeteert die uitkomen. Want, en we nemen wederom de Heilige Schrift ter hand, wat heeft Bileam een grote waarheid geprofeteerd ! En toch had hij er geen deel aan. Dat zien in de toekomst is dus iets, dat we hebben kunnen zonder de levendmakende genade te bezitten.

Wij hebben het Woord, en dit is voldoende. We moeten niet meer begeren, dan wat God genoegzaam geacht heeft voor onze zaligheid. En dit Woord van God is duidelijk, is volledig en heeft gezag.

, , Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PRACTIJK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's