De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WILLEM TEELLINCK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WILLEM TEELLINCK

8 minuten leestijd

I.

De naam Teellinck is heel wat bekender dan die van Taffin. Van zijn werken en zijn 'betekenis kan dat naar ons besef helaas niet gezegd worden. Zij die onder ons nog „oude schrijvers" lezen, gaan meestal aan Teellinck voorbij. Dat is begrijpelijk, omdat het merendeel der werken van Teellinck vrij schaars is, maar het is toch wel erg te betreuren.

Tot onze voldoening pakte een aantal der lezers en lezeressen de pen en moedigde de schrijver aan voort te gaan. Dat hoopt hij dan ook te doen, want er is nog voorraad genoeg. Alleen zullen de vragers wel wat geduld moeten hebben. We wilden n.l. eerst de voornaamste figuren uit onze Nederlandse stichtelijke auteurs behandelen, en daarna eens buiten dat gebied rondkijken.

Daarom vervolgen we onze reeks nu met Teellinck.

Als we die naam zo gebruiken, dan weten we erg goed, dat daar wel een nadere aanduiding bijhoort. Want er zijn verscheidene Teellinck's, aan wie we met respect terugdenken. Als we hier zo kortweg van Teellinck spreken en dat ook in het vervolg doen, dan bedoelen we steeds Willem, die zeker de belangrijkste en vruchtbaarste onder zijn naamgenoten is geweest. Maar het zal toch goed zijn met een enkel woord van de andere leden van dit begaafde, thans lang uitgestorven geslacht, te spreken.

De familie stamt uit Zierikzee en behoorde daar tot de eerste kringen. We tekenen dat met opzet even aan, omdat men wel eens meent, dat het , , bevindelijke christendom" alleen een zaak der bekrompen kleine luiden zou zijn geweest. Dat is het later wel al meer geworden. Maar in het begin zien we allerlei figuren uit de aristocratie, die zich voor deze beweging niet schamen. Een zelfde loop van zaken zien we in het z.g. Réveil, de geloofsopwekking van de 19e eeuw, waar ook eerst de aristocratische kringen werden aangegrepen, totdat later de kleine man meer en meer hun plaats Inneemt.

Als stichtelijk schrijfster ontmoeten we allereerst een Cornelia Teellinck, van wie we aannemen dat ze een tante van Willem moet zijn geweest. Ze leefde van 1554 tot 1576, dus nog in de eerste harde tijd der Hervorming. Ze heeft maar kort geleefd. Toch niet tevergeefs. Want ze gaf rekenscliap van de hoop, die in haar was, in een nu zeer zeldzaam boekje, getiteld: Corte belijdenisse des geloofs. Dat is een titel, die voor zichzelf spreekt.

Een oudere broer van Willem is Eewoud (1573—1629), die geen theoloog was van professie, maar dan toch zeker moet aangemerkt worden als man van singuliere gaven. Hij was jarenlang ontvanger-generaal van Zeeland (minister van Financiën in het klein) en we vermoeden, dat het bekleden van dit hoge, publieke ambt hem ertoe gebracht heeft al zijn geschriften onder een schuilnaam uit te geven. Die schuilnaam luidt: Irenius Philaletius, d.w.z. de vredelievende liefhebber der waarheid. Daar hij aan het adres van kerk en staat harde dingen had te zeggen, heeft hij dat op deze verstandige wijze ge­ daan, waarbij persoon en ambt buiten het geding konden 'blijven en de zaak in het middelpunt kon staan. In die schuilnaam ligt de spanning uitgedrukt die heel de Nadere Reformatie betreft: men was inderdaad vredelievend en tot strijd zeer ongeneigd. Maar de roeping tot de strijd was toch nogal eens sterker dan de neiging tot de vrede, en zo zien we, dat toch al de schrijvers, die ons bezig houden, het zwaard hebben moeten hanteren naast de troffel. Een vergelijking met theologen als Maresius en Driessen leert intussen, dat ze , , de lofzangen Israels, waaronder de Heere woont", verre stelden boven het krijgsgeschreeuw.

We schrijven de titels van Eewoud's vele pamfletten maar niet af. Het zij genoeg, te vermelden, dat ze scherp Contraremonstrants zijn, ook belijnd antirooms, maar dat ze vooral volks-, kerke en christenzonden aan de kaak stellen. In de vaak geestig gekozen titels komt toch weer iets van de Zeeuwse rondheid uit. Was Eewoud dus een oudere broer van Willem : de nu volgenden zijn z'n zonen en ambgenoten.

Daar is dan eerst Johannes, later predikant in Utrecht en van daar verbannen door een heerszuchtige overheid. Hij wordt dan predikant in Kampen en is misschien 't meest bekend als schrijver van het 'boek, getiteld: De levendmakende Wijnstok Christus, waarvan verschillende drukken bestaan, zodat het vrij veel voorkomt. Het is typisch piëtistisch : geloof is niet het voor waar houden van enige leer, maar het ingeplant zijn in Christus, wat openbaar wordt in de vruchten van het leven. Intussen vond hij het nodig, zijn lezers te waarschuwden tegen een leven op het gevoel. In zijn preek : De levendmakende kracht van-Gods beloften, een weinig voorkomend boekje, zet hij uiteen dat het leven des geloofs in geen geval een gevoelloos leven kan zijn, maar als leven des geloois en leven op de belofte toch wel iets anders móét zijn, dan leven uit het gevoel. Het is ons daarbij of we W. a Brakel hier al horen spreken en het zou wel kunnen zijn, dat die in dezen bepaaldelijk aan Johannes Teellinck heeft ontleend.

Broer en collega van Johannes is Theodorus, die wel de minst bekende en belangrijke der Teellinck's is geweest. Zijn , , grootheid" ligt in 't kleine : hij heeft met zijn genoemde broer samen een begin gemaakt met de uitgave der complete werken van zijn vader, een veelbelovende onderneming, die echter weldra is blijven steken. Derde zoon is Maximiliaan, die enkele wérken van zijn vader uitgaf en ietwat aanvulde. Maar geen der zoons reikt tot de schouders van hun vader.

Die vader dan, is geboren in 1579, overleden in 1629, dus in het zelfde jaar als zijn broer Eewoud. Als we beider leeftijd overwegen, komt de gedachte wel bij ons op, of beider zwakte niet mede moet zijn veroorzaakt door het zoeken van een echtgenoot(e) in veel te enge kring, dat in de hogere kringen van die tijd zo gewoon was. Dat pleegt geen krachtig nageslacht te verzekeren.

Van Willem mag gezegd worden, dat hij in zijn korte leven veel gewerkt, veel gebeden en veel geschreven heeft. We verwonderen ons wel sterk, als we horen, dat deze tengere, zwakke man niet minder dan 120 grotere en kleinere werken op zijn naam heeft staan. Ongeveer de helft ervan is gedrukt, meest echter vrij schaars, ; de rest is verloren gegaan. Mogelijk alleen Voetius heeft in de kring van de Nadere Reformatie een zo grote schriftelijke nalatenschap op zijn naam staan.

Vergelijken we Teellinck. met Taffin, dan treft ons aanstonds de veel rustiger tijd, waarin hij leeft. Toch heeft hij het zic'h, evenmin als zijn voorloper, gemakkelijk gemaakt, want hij zag een zelfde onruststoker levend gebleven en viel hem aan met de zelfde wapenen.

't Liep daarin echter wel anders dan hij gedacht had. Zoals dat voor een zoon van goeden huize voor de hand lag (denk even aan Calvijn), was de rechtsstudie door hem aangevat. Die bracht hem naar vermaarde academie's in Frankrijk en Schotland; in 't jaar 1603 promoveerde hij tot doctor in de rechten. Van die studie en de licht er mee verbonden vaktaal vinden we in Teellinck's werken weinig of niets terug en in alle geval is hij, evenmin als Calvijn, die eenzelfde loopbaan volgde, wettisch van aard. Dan 'brengt een reis naar Engeland hem in aanraking met een kring van piëtisten, daar gewoonlijk puriteinen genoemd. De betekenis van beide namen is een zelfde ; beide kunnen niet vergeten, dat heiligheid een sieraad van Gods huis (en kinderen) is, vgl. Psalm 93 vers 5. Die aanraking was levenwekkend : hij besloot predikant te worden. Zijn eerste gemeente, die hij na een vrij korte studie kreeg te dienen, was Haemstede en Burgh op Schouwen. Vandaar ging hij naar Middelburg, waar hij tot zijn vroege dood het ambt vervulde. Hij was bij zijn dood leeggebrand als een kaars. Maar dan toch wel een kaars, die veel licht had mogen geven.

We duidden al aan, dat Teellinck niets anders wil, dan wat Taffin bezighield. Ook hij wil aangeven de , , merktekenen der kinderen Gods" en daarbij staat dan evenzeer voorop: de boetvaardigheid des levens.

Hij zegt ergens, dat wie zich christen noemt, het dan ook behoort te zijn. In verband daarmee klinkt ook bij hem de boeteprediking: Bekeert u, eenmaal en gedurig! Het waarschuwende element is daardoor bij Teellinck sterk, maar 't gebeurt niet hard en koud, maar met warmte en bewogenheid. En het komt niet maar tot „de wereld", maar tot kerk èn wereld, tot vroom en onvroom. Het treft ons hierbij, dat zijn evangelieprediking even ruim is als de boeteprediking breed is : heel het mensenleven, ook naar de politieke, nationale kant, wordt erin bedoeld. Gepaard met deze boeteprediking, die de klankbodem van zijn evangeliedienst is, gaat de opbouw en uitbouw van het persoonlijk geestelijk leven. Maar dat kent Teellinck, goed-gereformeerd, nog als kerkelijk leven, als leven in de gemeenschap. Dat spant bij hem al: 'geestelijk leven en kerkelijk leven; het zal in de natijd nog veel moeilijker zijn te verenigen. Maar we merken eruit, wat Teellinck bedoelt: een theologie, een prediking, die de hele mens, voor tijd en eeuwigheid, omvangt en draagt, overschaduwd door de genade en de majesteit, ja, de inwoning van de drieëne God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WILLEM TEELLINCK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's