De Dordtse Leerregels
Hoofdstuk I, artikel 3.En opdat de mensen tot het geloof worden gebracht, zendt God goedertierenlijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap tot wie Hij wil; door wier dienst de mensen geroepen worden tot bekering en het geloof in Christus den gekruisigde. „Want hoe zullen zij in Hem geloven, van welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder die hun predikt ? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? " (Rom. 10 : 14, 15).
De Leerregels willen in het eerste hoofdstuk handelen over de Goddelijke verkiezing en verwerping. Deze maakt scheiding onder de mensen, waar geen onderscheid is. In hoeverre is er geen onderscheid? Ten eerste in de toestand, waarin de mensen van nature liggen. Daarvan belijden de Leerregels, dat alle mensen in Adam gezondigd hebben en des vloeks en eeuwigen doods schuldig zijn geworden. Het tweede dat alle mensen gemeen hebben, is de zending van de Zoon Gods. God heeft Zijn Zoon in de wereld gezonden. Voorlopig staan allen nog gelijk. De wereld wordt nog als één geheel genomen. Dat is heel duidelijk in Johannes 3 vs. 16 : , , Alzo lief heeft God de wereld gehad". Hier wordt niet gezegd: Alzo lief heeft God de uitverkorenen gehad, hoewel het om hen te doen is. Dat staat ook in Johannes 3 VS. 16. Daar staat immers duidelijk, dat de weldaden van Christus alleen voor de gelovigen zijn.
Maar het woord wereld mogen wij m.i. niet vervangen door , , uitverkoren wereld" of zo iets. Het woordje , , kosmos" of wereld heeft in de Schrift meer dan één betekenis. Het kan zoveel betekenen als de wereldruimte met of zonder alles wat er in is. Paulus sprak in Athene van de God, die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is. In Johannes 20 lezen we van de wereld die de geschreven boeken niet zou kunnen bevatten. Hemel en aarde, zegt het Oude Testament daartegen. Maar wereld heeft ook een beperktere betekenis. Er wordt in een gedeelte van de Schriftplaatsen onder verstaan de woonplaats der mensen, de aarde. De Apostelen moeten heengaan in de wereld om het evangelie te verkondigen. Maar het baat de mens niet veel, al wint hij de hele wereld. Met het laatste zal toch wel bedoeld zijn al de heerlijkheden dezer aarde en met , , alle mensen". Doch dat betekent het woord kosmos wel in andere teksten. De Heiland sprak : , , Gij zijt het licht der wereld".
Paulus schreef: de gehele wereld is voor God verdoemelijk. Soms wordt onder wereld verstaan de ongelovige mensen. Weet gij niet vraagt de Apostel in 1 Cor. 6, dat de heiligen de wereld zullen oordelen ? Zo kan het woord , , wereld" de samenvatting en alzo de naam worden voor de schepping Gods, die door de zondeval verwoest is en onder het oordeel staat. In die wereld verscheen de Heere Jezus om allen die geloven, Zijn volk, de uitverkorenen er üit te halen. Dat deel der gevallen mensheid, dat in Christus verlost is, krijgt een andere naam. De wereld, die met God verzoend is, dit deel der oude Wereld, heet nu , /Koninkrijk Gods", „toekomende eeuw" enz.
Doch dat deel der wereld, dat onbekeerd blijft, houdt de naam wereld. De apostel zegt in 1 Tim. 1, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, dus onder en in de afgevallen mensheid, om zondaren zalig te maken. Die zondaren worden uit deze wereld getrokken en overgezet in 't Koninkrijk van de Zoon van Gods liefde. De ware Kerk behoort dus niet tot de wereld. Het woordje wereld nu wordt wel menigmaal gebruikt om het ongelovige deel der mensen aan te duiden, doch bij mijn weten niet om de uitverkorenen te benoemen. Het blijft dus zó, dat in Joh. 3 vs. 16 de wereld betekent alle mensen samen, die van God zijn afgevallen en de duivel toegevallen. Daar is nog geen onderscheid. Zij zijn samen Gods schepping. Aan deze gevallen schepping geeft God Zijn Zoon. In die verdoemelijke wereld zendt God de Zoon. Maar nu komt het onderscheid. Slechts een gedeelte der afgevallen mensheid komt tot het geloof. Doch in dit gedeelte wordt de wereld behouden.
Hoe komt nu het geloof in die afgevallen zondaren? Is het genoeg, dat de Heere Jezus in de wereld onder de mensen is? Neen, want Johannes sprak : , , Hij staat midden onder ulieden, die gij niet kent". God heeft een'bedoeling met het zenden van Zijn Zoon. Hij wil de wereld behouden. De duivel zal niet kunnen zeggen, dat hij de wereld voor goed veroverd heeft. Maar uit zichzelf komt er niemand tot het geloof, ook niet al is Jezus op de aarde en ook niet al doet de Zoon wonderen en tekenen. De Zoon van God is aan de wereld onbekend. Maar om Hem bekend te maken zendt God verkondigers. Deze gaan uit tot alle mensen, zonder onderscheid. Zij zijn dus niet alleen voor de uitverkorenen. Calvijn schrijft daarvan: , , Dit is een heerlijken lof des geloofs, dat wij horen, dat het ons van de eeuwige verdoemenis bevrijdt. Want hij heeft klaarlijk willen uitdrukken (in Joh. 3 VS. 16), hoewel wij tot de dood geboren schijnen te zijn, dat ons nochtans een zekere verlossing in het geloof van Christus voorgesteld wordt Hij heeft er ook een algemeen woord bijgevoegd, n.l. een iegelijk, eensdeels om alle mensen uit te nodigen om deel te willen hebben aan het leven, anderdeels om den ongelovigen alle onschuld te benemen. Tot hetzelve dient ook het woordeke wereld, dat hij te voren gebruikt heeft. Want hoewel in de wereld niet gevonden kan worden, dat de goedgunstigheid Gods waardig is, zo toont de Heere zich toch genadig gezind jegens de ganse wereld, wanneer Hij hen al te samen zonder onderscheid roept tot geloof in Christus, hetwelk niet anders is dan een ingang in het leven. Laat ons echter gedachtig zijn, dat aan al degenen die geloven in 't gemeen het leven op zodanige wijze beloofd wordt, dat daarmee niet is gezegd, dat het geloof aan alle mensen gemeen is. Het is wel waar, dat Christus allen aangeboden is en als in 't gezicht van allen gelegd, , maar desniettemin opent God alleen de ogen van de uitverkorenen, opdat zij Hem door het geloof zouden zoeken".
Dus de verkondigers komen tot uitverkorenen en verworpenen beide.
Wat is verkondigen?
Dat is uitroepen of omroepen. Vroeger had men in vele dorpen omroepers. Zij maakten bekend, dat er vlees beschikbaar was van een noodslachting of dat er een gouden broche verloren was. Zij maakten iets bekend, dat niemand op school of ergens anders geleerd kon hebben en dat ieder toch moest weten. Een tevoren onbekende zaak, iets dat er nooit geweest was, maakten deze omroepers bekend. Zo zijn de predikers, eenvoudig gezegd, omroepers. Buiten de prediking om kan niemand weten, dat God de Heere zo iets heel bijzonders heeft gezonden. De prediking van het evangelie van Jezus Christus is de kostelijkste zaak, die er op aarde is. Wij liggen allen onder de toorn Gods. Dat is nog erger dan een gevangenis. Maar nu brengen de verkondigers langs de cellen de boodschap, dat er een middel is om uit de macht der duisternis vrij te komen. Zeg ik het goed zo ? Ik heb wel eens gehoord, dat er verkondigers zijn, die omroepen, dat de toorn Gods van alle kerkgangers, ja, van alle mensen afgenomen is, en dat zij dit moeten geloven. Dat is een bedriegelijke omroeper. Hij maakt leugens bekend. De dienaars des Woords moeten niet verkondigen, dat alle mensen verlost zijn, gerechtvaardigd zijn, vrijgesproken zijn van de vloek. Zij moeten wél verkondigen, dat er verlossing is in Christus. , , De bevrijding van de verdoemenis hebben wij niet vóór het geloof, maar dóór het geloof". De apostel schreef: , , Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof". En ook: , , Wij besluiten dan dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt". Om tot • dat geloof te helpen brengen, worden de verkondigers uitgezonden.
De Leerregels zeggen, dat 'het een zeer blijde iboodschap is. Daar stemt ieder mee in, die door deze Christus is gezaligd. Het is iets geweldigs, deze boodschap. Het is ook een aangenaam werk om boodschapper van deze tijding te zijn. Alleen moet men er tegen kunnen, dat niemand deze aangeboden Christus wil aannemen. Ieder blijft liever in de gevangenis zitten, dan dat hij er zich door de Zaligmaker uit laat leiden. De Christus mag en moet ieder aangeboden worden, doch niemand wil Hem hebben, tenzij de Geest Gods er aan te pas komt. Krijgt nu ieder mens deze boodschap te horen? Neen, en hier begint al een stukje uitverkiezing. God zendt de verkondigers. Dat is punt één. De Heere Jezus sprak tot Zijn discipelen : , , Bidt dan de Heere des oogtes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote'. Om te gaan prediken, is ereen innerlijke roeping nodig. De Heere Jezus stelde er twaalf en deze zond Hij uit. Geen vier en twintig. Op een andere tijd stelde Hij er zeventig. In de Kerkgeschiedenis kunnen wij het opmerken, dat er op bepaalde tijden predikers opstaan, rechte predikers. Dat is vaak gebeurd op tijden, dat men het heel niet verwachtte. Dat kwam van God. De Heere werkt de lust in het hart en de bekwaamheid om naar verre landen te gaan of om in eigen land het evangelie te prediken. Op deze wijze worden de predikers gezonden, b. v. Luther en Calvijn en zoveel anderen. De duivel roept en zendt ook predikers. Dat weten we uit de gelijkenis van het onkruid in de akker. Niet alle predikers zijn door God gezonden. Dat zal de eeuwigheid duidelijk openbaren. Nochtans blijft het waar, dat de Heere door middel van de predikers goed zaad zaait op de plaatsen, waar Hij wil en wanneer Hij wil. Het is merkwaardig, dat men zo weinig de aangrijpende ernst van de gelijkenis van het onkruid verstaat. De Reformatoren en hun leerlingen hadden daar nog wel oog voor, doch dat is hoe langer hoe meer verduisterd, dat oog. Nog eens : de mens beslist zelf niet, waar en wanneer hij het evangelie zal prediken. Als de apostel Paulus prediken wil, zet God hem in de gevangenis en als hij naar Azië wil, zendt de Heere hem naar Europa. Wel wordt het evangelie in een bepaald land, in een bepaalde gemeente, in een bepaalde classis of ring, in een bepaalde kerk zowel aan uitverkorenen en verworpenen gepredikt, doch wat plaats en tijd betreft, naar Gods eeuwige wil. Soms wordt het evangelie uit een Kerk weer weggenomen. Dan komen er leringen, die geboden van mensen zijn. Soms wordt het evangelie geheel of bijna geheel uit een land of kerk weggenomen : denk aan Noord-Afrika, Klein Azië, Frankrijk, de Roomse kerk, andere kerken. Alles volgens Gods rechtvaardige, heilige, goede wil en niet zonder dat daar tevens een oordeel Gods in begrepen is. Amos 8 vs. 11— 13; Openb. 2 vs. 5 ; Hand. 14 vs. 16.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's