De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WILLEM TEELLINCK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WILLEM TEELLINCK

8 minuten leestijd

II.

Teellinck' wil het geestelijk leven bevorderen. En dan niet een geestelijk leven-op-z'n-schraalst, zo voor de Zondag en de binnenkamer en de oude dag, maar een geestelijk leven op-z'nbreedst: voor hart en huis, voor kerk en staat. Hij bedoelt de complete , , volstandige" christen.

En welke middelen dienen daartoe ? Het leeft immers sterk voor Teellinck, dat hij alleen maar heeft te planten en nat te maken, terwijl het leven en de groei alleen van Boven komt.

Grote nadruk legt Teellinck dan ook op het gebed. Met zijn boekje : „Lusthof der christelycker gebeden". begint een reeks gebedenboekjes te verschijnen, die naar ons inzicht zeer weinig opgemerkt zijn. Toch zijn ze uiterst belangrijk voor de Nadere Reformatie. Hier komt wel heel sprekend uit, dat zij zich niet opsluit in geestelijke zelfgenoegzaamheid, maar zich altijd sterk voelde aangetrokken tot het zwakke, en verlegene, tot hen die niet weten te bidden, zoals het betaamt. Ook hier een ideaal samengaan van het pastorale en het apostolaire, zoals we dat tegenwoordig noemen, met andere woorden: een belijdende Kerk weet zich, bij de gratie Gods, Zendingskerk.

Daarnaast heeft de lezing en prediking van het Woord de klemtoon. D.w.z. naar het vertrouwde gereformeerde patroon : Geest en Woord. Maar dan óók weer: Woord en Sacrament. Een drietal werkjes heeft Teellinck gewijd aan het Heilig Avondmaal en zijn gemeentenaren opgewekt, niet te verzaken, wat hij kent als hun , , schuldige plicht".

Die uitdrukking is onder ons wel erg op de achtergrond gekomen en ze wekt daarom licht bedenkingen. Dan zeggen we er bij, dat deze „schuldige plicht" zeer evangelisch en zeker niet wettisch wordt verstaan. Maar als het gereformeerd belijden, terecht, zo'n grote nadruk legt op het recht  Gods, dan mogen wij het geloofsleven in al zijn verwikkelingen daaraan niet onttrekken!

Voor Teellinck is het Heilig Avondmaal , , het geestelijk sieraad van Christus' bruiloftskinderen, (een uitdrukking, die later Lampe gretig zal overnemen). De sacramenten zijn hem geen geestelijke ridderorden, maar tekenen en zegels van het genadeverbond. Hij had in Middelburg het (zeldzame!) voorrecht van volle Avondmaalstafels en zegt daarvan (zinspelende op Matth. 24 : 15 ? ) dat zijn gemeentenaren kwamen als arenden tot de buit.

Met wat jaloerse ogen zien wij dat alles aan. We vrezen, dat het Heilig Avondmaal bij ons veel minder op een zo centrale plaats is blijven staan.

En toch noodt Teellinck niet geestelijke , , kinderen Enaks", maar hij wendde, naar hoog bevel, zijn hand tot het kleine. Is die kleinheid onder ons dan toch in.zo verontrustende mate verdwenen? Roept het dan ook in dezen niet om „nadere Reformatie" ?

Nog iets nieuws en dat bij ons wèl school zal maken, is de grote nadruk, die Teellinck legt op de catechisatie. Als we hier namen als Ridderus, W. a Brakel en de Latoadie noemen, voelen we, hoe Teellinck hier uitdrukking geeft, aan wat veler hart zal hebben. Teellinck is het stellig met , , Vader" Brakel eens, dat een predikant, die niet met alle inspanning zich op dit nodige werk heeft toegelegd, onmogelijk rustig zal kunnen sterven.

Teellinck wil de publieke catechisatie, zoals de kerk die geeft, aanvullen met huiscatechisatie. Daar hebben we dan de kiem (een Levenskiem!) van het conventikel. Teellinck zag in Engeland, bij de Puriteinen, de grote zegen daarvan en wekte daarom op tot navolging. Zeker op dit punt heeft hij niet zo zeer te klagen gehad, hoewel onze tegenwoordige , , bijbellezingen" toch wel een vrij flets beeld vertonen van wat hij eigenlijk met zijn conventikel-bedoelde. Die bedoeling is wel heel duidelijk: Woord, geloof, belijdenis mogen geen luxe artikel zijn, alleen voor de Zondag en de enkeling, maar ze moeten dagelijks brood zijn en familiaar in, de goede, volle zin.

De nadruk op de „middelen" is er bij Teellinck dus volop. Maar helemaal niet in een methodistische zin, alsof zo'n training welhaast automatisch het resultaat zou meebrengen. Heel anders zegt hij in zijn boekje Liefden-dwanck, dat alleen de liefde van Christus ons kan en moet dringen. De zegen komt werkelijk van Boven!

Het verwondert ons zo heel niet, dat we in Teellinck de eerste Zendingsman van de Nadere Reformatie ontmoeten, In zijn Ecce homo („Zie de mens") preekt hij over de lijdende Christus. En zegt van Hem, dat alleen de prediking van deze lijdende, zich offerende en zo om-niet aanbiedende Heiland in staat is het heiden- (mensen-) hart te breken en te helen.

Deze bewogen blik op de heidenwereld, toen zeldzaam en ook nog nu, omvangt vanzelfsprekend evenzeer heel Gods kerk, waar ze lijdt en strijdt. Zo is Teellinck wel de meest , , oecumenische" van de mannen der Nadere Reformatie. Wat veelzeggend is reeds de titel van zijn boekje: Treurschrift over het ongeluck ende de versmaetheyt daeriin Gods volck in vele quaitieren des weerelts (sic!) ghecomen is. De inhoud ervan zegt nog aanzienlijk meer!

Als we dat alles samenvatten dan voelen we, dat de strijd, en vooral die naar buiten, Teellinck's eerste liefde niet gehad heeft. En toch moest ze wel worden gestreden! Merkwaardig is, dat Willem Teellinck zeker even scherp contra-remonstrants is als zijn broer Eewoud, maar dat hij aan deze strijd zo weinig deel neemt. Vond hij, dat Eewoud er genoeg van gezegd had? Intussen is hij dan weer scherper antirooms.

Tijdens het Twaalfjarig Bestand gingen vele nieuwsgierige mensen uit Noord-Nederland naar het Zuiden, om de roomse kerken en gebruiken eens te bezien. Dat vond Teellinck leeg en boos en zo richt hij scherpe pijlen op , , het verdrietelijk begapen der afgoderije", waarin hij niet anders kan zien dan een , , vermomde Bileam".

Het grenst daaraan , als hij evenmin de volkszonden, die ook de kerkmens nog zo lokten, heeft kunnen sparen. Of daar dan zoveel kwaads in zat, vroeg men. In alle geval geen goeds, antwoordt Teellinck. Zo keert hij zich scherp tegen dansen, kermishouden, luxe in kleding en levenspractijk, op een zelfde wijze als we dat bij Taffin reeds ontmoetten. Dat is hem niet de levensstijl van mensen, die deze wereld alleen kunnen gebruiken, , , als niet hebbende"; die zich erfgenamen weten van het eeuwige leven. Een modeltractaatje schreef hij er tegen in zijn Gesonde bitteiheyt voor den weelderighen Christen, die geerne kermisse houdt. We merken daarin weer op een taalgebruik, kies en toch zeer pakkend, zonder gezochtheden en toch zeer beeldend. De Zondag- (Sabbath) viering past in ditzelfde bestek. Teellinck bedoelt daar niets wettisch of joods mee, maar wel het rusten van boze werken, op grond van de grote rustdag van Pasen (en Pinksteren).

Dat alles samen betekent stellig een greep naar de christelijke volmaaktheid. Die wordt intussen hier nooit bereikt. Daarmee is het gevaar van overgeestelijkheid en van zelfoverschatting overwonnen. Tot de aangrijpendste werken, die Teellinck schreef, behoort zijn Clachte Pauli over sijne natuerlijckë verdorvenheyt, waarbij aansluit zijn Worstelinghe eenes bekeerden sondaers. Daar leidt hij ons het grote hoofdstuk Romeinen 7 binnen, een schriftdeel, bij heel de Nadere Reformatie zeer geliefd. We verstaan zo wel, dat daardoor bij Teellinck de blijdschap des geloofs onmogelijk die onbezorgde breedte en zorgeloze ondiepte kan krijgen, als die de moderne kerkmens juist zo zegt te missen in de gereformeerde prediking.

Teellinck kent de blijdschap in Christus, te allen tijde, wel degelijk. Maar ze is blijdschap in de Geest. Ze wordt gedrukt door wat hij in zijn Soliloquium noemt: alleensprake eens zondaers in den angst zijner wedergeboorte. De vreze Gods blijft, ook bij het kinderlijk vertrouwen. De Wet Gods houdt het christenleven in heel bepaalde, bescheiden en ootmoedige grenzen. De blijvende zonde heeft Teellinck, de man van dat ruime politieke, oecumenische uitzicht, toch weer zeer onder druk gezet. Zo verstaan we, hoe hij schrijven kon Het Nieuw Jeruzalem, vol heimwee naar het volkomene en ongebrokene.

Dat is het meest mystieke boekje, dat Teellinck ons heeft nagelaten. Het verschilt in toon van de meeste andere, maar moet daarvan dan ook niet worden losgemaakt. De christenmens moet en mag leven in heel de grote kerkelijke, burgerlijke, nationale en politieke wereld, waarin God hem zette. Maar als de laatste levenswerkelijkheid, de harde critiek der eeuwigheid tot ons komt, dan wordt die grote wereld erg klein, meer diep dan breed, meer persoonlijk dan collectief. Dan vindt de christenmens met de stervende Luther als saldo van zijn levensrekening, (tóch een batig saldo, door het grootste nadeel heen) : Wij zijn bedelaars, dat is waar.

Over die mystiek zal in het vervolg nog het een en ander moeten worden gezegd. Voor ditmaal genoeg. Over de invloed van Teellinck valt niet veel te zeggen. Blijkbaar is hij veel gelezen. Ridderus las hem erg goed en vatte heel zijn werk samen in het boek De mensche Godts, dat als saamvatting erg makkelijk is, maar toch van het lezen van Teellinck-zelf liever niet moet vrijstellen.

Voetius heeft Teellinck zeer gewaardeerd en zijn Verzamelde Werken met een voorwoord ingeleid. Het merendeel van Teellinks werken is vrij schaars, al is een klein aantal ervan wel herdrukt.

We hopen in een derde en laatste artikel een van de hoofdwerken van Teellinck wat uitvoeriger weer te geven. We nemen daartoe beter niet het Huysboeck, waarin we een verklaring van de Heidelberger Catechismus vinden, maar de voor Teellinck stellig typische Sleutel der Devotie ons openende de deure des hemels.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WILLEM TEELLINCK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's