De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAAROP AL DE OFFERS ZAGEN!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAAROP AL DE OFFERS ZAGEN!

10 minuten leestijd

Een mens met een levend, zaligmakend geloof, is rijk begenadigd. Omdat de Heere in de weg van zulk een geloof heerlijke dingen te aanschouwen en te ervaren geeft, ja. Zichzelf mededeelt in Zijn aanbiddelijke deugden en eigenschappen. In die weg wordt Christus dierbaar en wordt de Koning gezien in Zijn schoonheid. En vanuit de dalen der verootmoediging begint de lofzang op te klimmen over Gods aanbiddelijke, vrije, souvereine genade.

In het geloof wordt de heerlijkheid Gods aanschouwd.

God heeft rijke beloften geschonken, waarbij helaas niet altijd geleefd wordt, doch waarop Gods Geest vaak in donkere dagen weer 't licht laat vallen. Dan volgen de worstelingen en de oefeningen des geloofs, met daarna niet zelden een zielsverkwikkend uitzicht over de grenzen van de woestijn van dit leven heen, een uitzicht op het hemels Kanaan, waar de rust Gods volk wacht.

Het was bij een graf van een reeds riekende gestorvene, dat Christus het veelzeggende en beloftevolle woord deed horen tot een diep-bedroefd zusterpaar: , , Heb Ik u niet gezegd dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult? " En de heerlijkheid Gods werd aanschouwd. De gestorven Lazarus kwam op het machtwóord van Christus : , , Lazarus, kom uit!", uit het graf te voorschijn. De vorst der duisternis en de macht des doods moesten wijken en het ledige graf in Bethanië werd een profetie van hetgeen eens zal plaats vinden op de Jongste Dag, wanneer alle graven zullen geopend worden en er de opstanding zal zijn óf tot eeuwige heerlijkheid óf tot eeuwig verderf.

„Heb Ik u niet gezegd dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult? "

Dit woord mocht wel in onze harten gegraveerd staan, opdat we nooit vergeten de noodzakelijkheid van een geopend geloofsoog. Waarbij het tevens tot ons moge doordringen dat ons ongeloof onze grootste zonde is, waarvoor God ons verantwoordelijk stelt. Verantwoordelijk stelt, omdat we van nature niet willen komen tot Hem, Die geestelijk blinden schenkt het lieflijk licht.

Zonder geloofsoog wordt Gods heerlijkheid niet aanschouwd.

Dan kunnen we wel bezig zijn op godsdienstig terrein en alleszins getrouw onze godsdienstplichten vervullen, doch we zijn blind voor onszelf en voor de noodzakelijkheid, dierbaarheid en heerlijkheid van Christus' Persoon en werk. Er kan dan zijn een kennis naar de letter. Een kennis echter, die haar leerlingen niet'vernedert. We kunnen dan b.v. de heilsfeiten kennen, doch smaken en aanschouwen er de vruchten niet van.

Doch wanneer in de weg van gebed en overtuiging des 'Geestes het tot ontsluiting van het geloofsoog mag komen, dan wordt de geestelijke werkelijkheid voor ons levend. De werkelijkheid der zonde, maar óok die der genade. Dan wordt de grote levensvraag geboren: , , Is er nog een weg? ", maar dan worden ook door een heilbegerig hart de blijde klanken van een goddelijk Evangelie beluisterd en vangt het oog iets op van een komend morgengloren.

Dit is het overweldigend grote en rijke, dat God in het midden dezer van Hem afgevallen wereld, de prediking laat uitgaan dat er in de Zoon van Zijn welbehagen een geopende weg is tot de troon der genade. Dat er verzoening is door het Bloed des kruises.

Zou het onze aandacht niet méér dan waard, zijn, warmeer we ons over deze onuitsprekelijke liefdedaad Gods, waarbij Zijn rechtvaardigheid niet werd gekrenkt, wat nader bezinnen ?

We willen daarom in een tweetal artikelen hierbij nader stilstaan. Allereerst in dit inleidend artikel over , , Waarop al de offers zagen", om daarna in een volgend artikel over , , Een volkomen verzoening", kon het zijn iets te mogen aanschouwen van de rijkdom van de bediening der verzoening, waaronder de kerk van het Nieuwe Verbond mag leven.

Wat zijn we in dit opzicht bevoorrecht. Bevoorrecht daarin, dat God ons onder deze prediking der verzoening doet verkeren. Wat onderscheidt ons van de heidenen ? Wat onderscheidt ons ook van die velen onder ons volk, die als heidenen opgroeien?

Maar we zijn óok hierin bevoorrecht, dat we niet in de bedeling der schaduwen leven, doch in die der vervulling. Alles spreekt nu een rijker taal dan toen. Windselen zijn weggenomen. Voor het schaduwbeeld kwam de werkelijkheid. De Beloofde aan de vaderen, de komende Messias, de Middelaar Gods en der mensen, is verschenen in het vlees. En de kerk van de nieuwe dag mag getuigen : „Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van de Vader, vol van genade en waarheid".

En in opdracht van Christus zijn Zijn discipelen de wereld ingegaan met de prediking en bediening der verzoening. Met kracht en met klem en door de liefde van Christus gedrongen, hebben ze het gepredikt: , , Zo zijn wij dan gezanten van Christus' wege alsof God door ons bade : wij bidden u van Christus' wege: laat u met God verzoenen. Want Die, Die geen zonde gekend heeft, heeft God zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem".

Toch mocht ook reeds de gelovige Israëliet in de dienst der ceremoniën in tabernakel en tempel, de gunst Zijns Gods aanschouwen en in dit alles beluisteren de prediking der verzoening.

Vandaar dat de Psalmdichter van de oude dag kon zingen:

Och, mocht ik in die heilige gebouwen, De vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog, Zijn lieflijlilieid en schone dienst aanschouwen, Hier weidt mijn ziel met een verwond'rend oog

Ja, het was voor het ontsloten geloofsoog van de vrome Israëliet schoon in tabernakel en tempel. Verblijd was hij daarom, wanneer men hem godvruchtig opwekte om mee op te gaan tot de tempelberg, tot de voorhoven des Heeren. Driemaal 's jaars trokken daarhenen de pelgrims op. Daar in die voorhoven waren Gods altaren, daar steeg de rook der offeranden op, brandde het altaarvuur van het morgen- en het avondoffer. Priesters en levieten verrichtten daar dagelijks hun dienst en de zangers loofden de Heere.

In deze heilsbegeerte, dit zoeken naar de gemeenschap Gods, die de gelovige Israëliet mocht bezitten, zien we de openbaring van de genade Gods.

Indien God niet een God van genade ware geweest, dan had de geschiedenis der mensheid reeds direct na de val in het paradijs, een einde genomen. Dan had geen tabernakel of tempel, dan had geen priesterschap of offerdienst getuigt van de mogelijkheid en werkelijkheid der verzoening. Dan 'hadden de zilveren trompetten der priesters niet weerklonken, die het volk in de Naam des Heeren opriepen.

Indien God niet een God van genade ware geweest, dan zou de gevallen priester in het paradijs een voor eeuwig verdoemde priester geworden zijn.

Als priester immers had God de mens geschapen. Als profeet, priester en koning. In dit drievoudige ambt was hij gesteld om de naam Gods te verheerlijken, zichzelf met al het zijne Gode te wijden en alles te regeren en te besturen naar Gods wil.

Doch inplaats van in dit heerlijk ambt staande te zijn gebleven, heeft de mens, het kroonjuweel der schepping, gehoor gegeven aan een gevallen engel, de duivel. En deze gevallen engel maakte de mens, die daartoe moed- en vrijwillig medewerkte, tot een gevallen priester. Niet Gode wijdde hij zijn leven, doch aan de vorst der duisternis offerde hij zijn rechtschapenheid op en de breuk tussen God en de mens was werkelijkheid geworden.

Naar het rechtvaardig oordeel Gods kwam over deze gevallen priester het oordeel van een eeuwige dood. Doch — en zie hierin de aanbiddelijke genade Gods — dit oordeel werd nog niet in zijn volheid direct voltrokken. En dit niet alléén. Maar in de eerste belofte, de Moederibelofte, werd reeds heen gewezen naar het grote Offer der verzoening. Genade kwam tussenbeide en de weg ter verlossing werd in het uitzicht gesteld.

Op dat grote Offer der verzoening was het, dat alle offers die sindsdien zouden gebracht worden, heenzagen.

En zo zien we langs de levensweg van de nakomelingen van Adam, voor zover zij de Heere vreesden, de altaren opgericht en de rook en geur der offeranden omhoog stijgen.

Aanvankelijk was er nog geen afzonderlijke stand van priesters. Abel, Kaïn, Noach, Abraham en de andere patriarchen brengen zelf hun offeranden. Israël was aanvankelijk in zijn geheel een priesterlijk volk. Toen Mozes in de woestijn opklom op de berg Sinaï tot God, was het de Heere, Die tot hem zeide: , , Aldus zult gij tot den huize Jacobs spreken en de kinderen Israels verkondigen : gijiieden hebt gezien wat Ik de Egyptenaren gedaan heb. Hoe ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gébracht heb. Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijn stem zult gehoorzamen en Mijn Verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijne ; en gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult". (Ex, 19 : 3—6).

Doch dan, terwijl Israël nog toefde bij de berg Sinaï, dan vindt daar — wat is de mens — beneden aan de voet van de berg die Godtergende Verbondsbreuk plaats en 'brengt Israël zijn offeranden aan het eigengemaakte gouden kalf.

Het was bij deze Verbondsbreuk dat de stam van Levi, waartoe ook Mozes en Aaron behoorden, een brandende ijver voor de zaak des Heeren betoonden. En sindsdien werd door de Heere het priesterwerk aan een afzonderlijke stam, n.l. aan die van Levi, opgedragen.

Zo bevond zich aan de voet van de Sinaï een volk van Verbondsbrekers en dat, terwijl daarboven op de berg de Heere aan Mozes het voor'beeld liet zien in overeenstemming waarmede hij de tabernakel, de dienst der verzoening, moest inrichten.

Als het volk ooit verzoening nodig had, dan toch wel in deze ogenblikken. De toorn des Heeren dreigde het volk te vernietigen. Doch dan zien we, nadat Mozes bij de afdaling het vreselijk gebeuren aanschouwd had, hem weer moeizaam de berg beklimmen. Daar gaat hij, de Middelaar van de Oude Dag. , , Misschien", zo heeft hij tot het volk gezegd, , , zal ik voor uw zonde verzoening bewerken". En hoor, hoe Mozes' ontroerend gebed tot God oprijst : , , 'Maar nu, vergeef toch hun zonde en zo niet, delg mij dan uit het boek, dat Gij geschreven hebt".

Hoe groot blijkt hier Mozes' liefde tot het volk.

Ja, Mozes was een type van Christus. Doch hij was de Middelaar zelf niet. Zijn werk was onvolkomen. Daarom kon zijn voorbede en zijn zelf-overgave niet 'bewerken, wat alleen de Middelaar Jezus Christus door Zijn offerande zou teweeg brengen.

Mozes zwijgt, na zijn ontroerende vooribede voor zijn volk Israël, dat zo zwaar zondigde.

Wat zal het antwoord des Heeren zijn? Het verlossende antwoord bleef echter uit. Er kwam wel een antwoord, doch het was afwijzend. Mozes, de Middelaar van het Oude Verbond, kon de verzoening niet tot stand brengen, hij kon de zonde niet wegdragen, welk offer hij er ook voor zou wilen brengen. Het goddelijk antwoord luidde: , , Die zou Ik uit Mijn boek delgen, die tegen Mij zondigt".

Mozes was mens en als mens kon hij de goddelijke toorn, noch voor zichzelf, noch voor anderen dragen. Daarom wees alles heen naar die enige Middelaar, Die komen zou, in Wie de plaatsvervanging mogelijk werd, omdat Hij niet alleen mens, doch ook tegelijkertijd God was. Hij heeft Zich gegeven tot een losprijs voor al de Zijnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

WAAROP AL DE OFFERS ZAGEN!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's