DIE POOLSE JONGEN
Feuilleton
DOOR JAC. OVEREEM
Onder de lindeboom stond ze even stil. Hier zat ze zo graag, met Mika in zijn wieg, in de warme zomerdagen. Hier was het altijd heerlijk koel.
Dit was een moeilijk ogenblik. Ze had 't al begrepen. Er was Russische bezetting. Hier viel niet naar rechtsherstel te vragen. Vanzelfsprekend gaan de emigranten uit Rusland vóór. En waar is er nog wezenlijk recht in de wereld? Heeft de machtige niet altijd gelijk ?
— Hè, wat is dat daar!?
Clauda greep Mika bij de hand.
— Jongen, zei ze, daar héb je vader Broga met Jolchi!
Wat is vader Broga grijs geworden.
Clauda holt met Mika het tweetal tegemoet, dat rustig door het straatje wandelt.
Dan herkent Jolchi de stem van zijn Moeder.
Hij springt vooruit en grijpt met beide armen naar haar.
— Moeder!!
— Jolchi!!
Vader Broga kwam nu ook naderbij.
— Daar heb je mijn Mika! Wat een knaap is het geworden! Waar komen jullie zo ineens vandaan?
— Vader Broga! groet Clauda onstuimig en kust hem op z'n baard.
— Wij zijn van verre gekomen. Dat hoort u straks. De Heere zij geloofd, wij zijn er!
— De Heere zij geprezen, zei vader Broga ernstig.
Jolchi en Mika hebben elkaar ook al luidruchtig goedendag gezegd en zijn al bezig plannen te maken.
— Ha, Clauda, riep een stem.
Het was Michel, die met z'n vrachtje hooi, precies zoals zes jaren geleden, door het dorpje kwam rijden.
Hij was dezelfde gebleven.
— Dag Michel. Hoe gaat 't met jou ?
— Heel goed, lachte hij.
Het paardje liep met vlugge pasjes verder.
Vader Broga met Clauda volgde het voer. hooi en Jolchi en Mika hadden veel pret met elkaar. Mika was nog 'n beetje onwennig. De omgeving was hem nog vreemd en Jolchi deed to dol. Hij' liet zich maar meevoeren. Hij was nu toch overgeleverd aan z'n oudere broer.
In z'n ogen lag een bedachtzame blik. Hij wilde liever eerst de kat eens uit de boom kijken.
O ja, hij had erg naar Jolchi verlangd. Hoe vaak had Moeder van hem verteld.
Toen ineens liet hij alle vooringenomenheid varen. Wat zei Jolchi daar net? — Ginds wonen wij!
Daar zou dus ook zijn toekomstig woonoord zijn. Hij holde lustig met Jolchi mee.
Michel reed zijn vrachtje voor het schuurbergje. Van onderen was het schuur en daarboven onder de kap, bergplaats voor het hooi.
— Zo, zei zij kalm, nu spannen we uit en we doen de hele dag niets meer. Het was hier nog geen kolchoz. Niemand, die hem iets te bestellen had of hem drijven kon.
Hij bracht het bruine paardje in de stal en keek de weg op naar de nieuw aangekomen bezoekers.
— Ons huis staat voor haar open, wagenwijd, dacht hij.
Hij had het warm en wiste zich met een blauwe zakdoek het zweet van het hoofd.
Werktuiglijk ging hij op de oude boomstam zitten. Dat was de , , natuurlijke" zitplaats achter het huis, van jaren her.
Het was een acacia, die in een stormnacht was omver gewaaid.
— Oom Michel, dit is Mika, mijn broertje, zei Jolchi opgetogen.
— Zo, is dat onze Mika. Nou, jij bent een ferme kerel, zei Michel en trok de jongen naar zich toe.
Mika zei niets. Hij rook de geur van zweet en hooi.
Toen zei hij opeens : — Hebt u mijn vader nog gezien?
— Jouw vader? , vroeg Michel verbaasd.
— Ja, mijn vader ! En Jolchi's vader !
— Nee, Mika. Jullie vader is nooit meer in het dorp geweest. Wellicht komt hij ook niet meer terug.
— Niet meer terug, zei Mika en zette grote ogen op.
— Het zal wel een wonder wezen, als hij terug komt. Je vader is in de oorlog gegaan en ik heb na ruim zes jaar, nooit iets van hem gehoord.
— Moeder heeft eens een brief van vader gehad, vertelde Mika. — Vader was toen officier in het leger van Generaal Andersen.
Michel keek verwonderd op.
— Dus tóch wel, zei hij meer tot zichzelf dan tot de jongens.
Hij rees overeind.
Daar kwamen vader en Clauda aan.
— Goeiendag, Clauda! Dat is de grootste verrassing die je ons brengen kon, groette hij.
Clauda stak hem de hand toe.
— Dag Michel, zei ze. — Ik ben blij, dat ik je terug zie. Je bent dezelfde gebleven.
— Jij ook, meende hij. — Maar kom naar binnen. Ik heb het paard maar uitgespannen, want werken doen we vandaag niet meer.
In de ruime - keuken was een jong meisje bezig de boel een beurt te geven.
— Laat maar, Riza. Hier is Clauda Tomkiewis en Mika.
Heli meisje borg de stofdoek op en groette vriendelijk. Toen ging ze vlug voor de koffie zorgen.
Vader Broga vertelde in korte trekken de wederwaardigheden van de laatste jaren. Voor een groot deel bestond het dorp nu uit vreemde mensen. In Clauda's huis woonde een opzichter van een kolchoz.
— Zijn hier dan ook al kolchozen? vroeg Clauda verwonderd.
No. 29 (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's