De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HOE TE DENKEN OVER....?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOE TE DENKEN OVER....?

7 minuten leestijd

III.

De vrager is nog niet aan het eind. Hij heeft zo ongeveer alle vragen, die op dit terrein liggen, mag dat of mag dat niet, opgezameld.

In zoverre het hier een Christelijke levenshouding geldt, is dat uit de aard der zaak van groot belang. Wij zijn schuldig die te onderhouden in overeenstemming met de eisch van Gods Woord, maar aan deze eis moet dan ook worden vastgehouden. Vermeden moet worden, elkander een juk op te leggen van menselijke inzettingen. Dat gevaar is er ook. Er zijn lieden, die een , , Christelijke vrijheid" prediken, welke generlei verwantschap heeft met de ware Christelijke vrijheid, en er zijn mensen, die zich zelf en anderen een juk opdringen, dat evenzeer in strijd is met de ware Christelijke vrijheid.

Ziedaar weer hetzelfde aspect waarop in de vorige artikelen werd gewezen. Op het gebruik komt het aan. Hoe zal men de Christelijke vrijheid gebruiken of ook misbruiken? Alleen een oprecht geloof en een leven van gebed zal ons daaromtrent kunnen leren en daarin leiden.

Men zij echter voorzichtig met algemene regelen te stellen, indien deze niet klaar en duidelijk Schriftuurlijk gegrond zijn.

De vrager gevoelt dat zelf ook blijkens hetgeen hij zoo aan de vragen als eigen mening toevoegt.

Zo stelt hij ook de vaccinatie en de verplichte injecties van het vee aan de orde en noemt verschillende argumenten pro : De overheid beveelt, dus die is verantwoordelijk en niet de veehouder. God geeft de middelen, waarom die niet gebruikt? Is het niet noodzakelijk tegen te gaan, wanneer de middelen gegeven worden, wat uit de zonde voortvloeit ?

De gehoorzaamheid aan de Overheid is zonder twijfel een argument en ook, dat de overheid de verantwoordelijkheid draagt door haar maatregelen.

Maar zo gemakkelijk komt men er toch niet af. De vraag blijft, of men van de hier bedoelde middelen gebruik mag maken, ja of neen. Want als er gegrond bezwaar is, moet men trachten de overheid tot andere gedachten te bewegen.

En wat de middelen betreft, ook daarover valt nog wel wat op te merken. De toepassing van de middelen kan een voorbehoedmiddel zijn tegen zekere ziekten, maar kan mogelijk niet onschadelijk zijn, zodat het organisme bloot gesteld wordt aan andere storingen of ziekten. Het maakt niet uit, of dit meer of minder veelvuldig het geval is, maar dat het alzo kan zijn.

Indien dit zo is, en het wordt aangenomen ten aanzien van de vaccinatie tegen de pokken, dan moet men zulks weren en zal de overheid zodanige behandeling niet dwingend opleggen, maar aan de vrijheid overlaten.

Een bezwaar tegen de vaccinatie als voorbehoedmiddel tegen ziekte of krankheid, welke ons mogelijk kunnen overkomen en mogelijk epidemieën kunnen veroorzaken, die in het verleden talloze slachtoffers hebben gevraagd, kan juist daarin goede grond hebben, dat men voorbehoedmiddelen aanwendt tegen ziekten, die ons mogelijk kunnen treffen en mogelijk vele slachtoffers vragen, maar die niet actueel zijn.

Heel anders staat de zaak, als een ziekte veelvuldig gaat voorkomen en besmettingsgevaar verspreidt, waartegen men zich moeilijk kan beschermen in onze dicht bevolkte steden, bij het veelvuldig gebruik van openbare vervoermiddelen en wat hier verder ware te noemen. Dan wordt het een zoeken van bescherming in het gevaar, dat aanwezig is, dat rondsluipt, maar voorbehoedmiddelen tegen mogelijkheden lijkt wel heel veel op een verzekering in de geest van : , , wat kan mij gebeuren ? "

En nu de veeinjecties. Behalve de opmerkingen hierboven over de gehoorzaamheid aan de overheid, moge er de aandacht op gevestigd worden, dat het daarbij gaat — als ik althans goed ben ingelicht — om de bestrijding van tuberculose in onze veestapel. Als daartegen nu middelen zijn, is er dan bezwaar, dat deze ziekte, die niet alleen voor de dieren, maar ook voor de mensen, die met de dieren in aanraking komen, gevaarlijk is, wordt bestreden?

Vergeet toch niet, dat het in dit geval in de eerste plaats gaat om de bescherming van het leven van de mens tegen die boze krankheid. En ik houd het er voor, dat men niet haastig moet zijn met die dingen af te keuren, die het leven van de mens beschermen, indien zij althans op zichzelf niet schadelijk zijn.

Overigens, als iemand in het geweten bezwaard is, moet hij het nalaten, desnoods tegenover de overheid, maar dan ook geheel voor eigen persoonlijke verantwoordelijkheid.

, , Het vrouwenkiesrecht wordt door de S.G.P. veroordeeld", zo vervolgt de vrager, en hij vraagt: , , Gaat dit niet te ver ? Halen ze hier de zaken niet door elkander en verwarren zij het vrouwenkiesrecht niet met de vrouw in het ambt ? "

Kennelijk bedoelt de vrager dus' het actief vrouwenkiesrecht toe te staan, maar het passief vrouwenkiesrecht af te wijzen.

Hij verdedigt het eerste al weer met een beroep op de overheid, die het verplicht stelt en daarom de verantwoordelijkheid draagt.

Hier boven hebben wij reeds toegestaan, dat daarin wel een argument ligt, maar dat men niet kan volstaan met dat beroep op de overheid, De zaak op zichzelf moet bekeken en, indien men tegen maatregelen van de overheid gewetensbezwaar heeft, zal men ernstig moeten overwegen, of men niet moet weigeren. Men komt dan in conflict met de overheid.

Wij denken b.v. aan beperkende bepalingen ten aanzien van de godsdienstvrijheid, als die er zouden zijn. Doch weet wèl, dat men zulk een weigering geheel op eigen verantwoordelijkheid doet! Niemand minder dan Calvijn wijst daarop nadrukkelijk!

Een ander argument om de vrouw te laten stemmen, als het eenmaal verplicht is, ziet hij daarin, dat niet stemmen bevorderlijk is aan ongeloof en aan een niet-Christelijke regering. Hieruit blijkt dus dat hij het vrouwenkiesrecht enerzijds afkeurt, anderzijds toch als politiek strijdmiddel aanvaardt.

Immers als de niet-Christenvrouwen stemmen en de Christenvrouwen niet stemmen, wordt de niet-Christelijke politiek versterkt. Zijn bezwaar tegen het actief kiesrecht van de vrouw is dus niet zo overwegend.

De vrager noemt dan ook geen enkel argument tegen het actief vrouwenkiesrecht. Hij zegt alleen , dat de S.G.P. het veroordeelt. Dat is op zichzelf geen argument en hij heeft wellicht ook niet onderzocht, of de vrouwen in de S.G.P. zich daaraan houden.

Men zou wel een argument kunnen brengen, als men het zó stelt, dat het kiezen van degenen, die zullen plaatsnemen in regeercolleges, op zich zelf een daad van regeren of heerschappij is. Hierover valt echter nog te discussiëren. In de revolutionnaire beschouwingen omtrent de volkswil is dat wel zo. En men behoeft zich dan ook niet te verwonderen dat vanuit de geest der revolutie steeds werd aangedrongen op individueel en algemeen kiesrecht voor man en vrouw. Het is ook duidelijk, dat dit streven verzet moest vinden in Christelijke kring ; met name het kiesrecht van de vrouw. Verdedigde dr. Kuyper niet het , , huismanskiesrecht" voor het gezinshoofd ? Ook als dit gezinshoofd een weduwe was. Dat is trouwens juist en past in zulk een organische beschouwing, welke voortreffelijker is, dan die van het individualisme.

Doch het algemeen en individueel kiesrecht is een feit geworden in ons staatkundig bestel en hoewel er zeker in de toenmalige generatie vrouwen zijn geweest, die niet naar de stembus gingen, practische redenen hebben er toe geleid, dat het actief vrouwenkiesrecht gewoon is geworden en principieel wordt er eigenlijk niet meer over gepraat.

Het is zó gewoon geworden, dat in kringen, die aan de geest der revolutie verwant zijn, ook het passief kiesrecht, dus waarbij de vrouw gekozen wordt in overheidsbetrekkingen en regeringen, als een gewone zaak wordt genomen en zelfs in de Christelijke politiek ziet men de weerstand daartegen gebroken.

De kerkelijke pers heeft zich de laatste jaren zozeer bezig gehouden met de , , vrouw in het ambt" en de argumenten daartegen werden ook in ons orgaan herhaaldelijk en duidelijk en van verschillende zijde genoemd en toegelicht, zodat het overbodig mag heten, althans in deze onopzettelijke behandeling daarop weer uitvoerig terug te komen.

Het hoofdargument is en blijft voor ons altijd gelegen in de onmiskenbaar duidelijke uitspraak van de Schrift, dat de man het hoofd is der vrouw en van Godswege tot het hoofd der vrouw is gezet. Dat is niet alleen afdoende op het terrein der kerk om de vrouw niet toe te laten tot het ambt, maar geldt nog sterker op het terrein der overheid, omdat de Schrift de vrouw niet toestaat over de man te heersen. Het hoofdschap van de man wordt daarin bevestigd en men dan de actuele werking en 'betekenis van deze goddelijke bestemming niet tot het huwelijk beperken. Zij heeft haar consequenties voor heel de saamleving,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HOE TE DENKEN OVER....?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's