De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PREEK EN PREKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PREEK EN PREKEN

12 minuten leestijd

2

„Gouden appelen”.

Er zit aan een preek heel wat vast. De „boodschap" in een bepaalde, een gekozen tekst of Schriftgedeelte, moet ontdekt, beluisterd en vertolkt worden. Maar hoe komt men aan een tekst ? Natuurlijk heeft ieder theologisch student wel een aantal teksten, bij de studie tegengekomen, waarover hij, predikant geworden, wil preken. Maar die voorraad vermindert snel als men eenmaal in het ambt gaat werken. Dan wordt door contact met de werkelijkheid, de gemeente, wel spoedig gemerkt dat men over elke tekst in iedere gemeente niet zo maar kan preken, in elk geval niet, gelijk men zich voorstelde. En nu is zulk een aanvankelijk, noem het maar oppervlakkig contact, nog bij lange na niet, , wat de Schrift noemt , , het aangezicht uwer schapen kennen" (Spr. 27 vs. 23). Dat komt wel, als men daartoe , .naarstig is" in het huisbezoek.

De wisselwerking, hiervan uitgaande, doet de , , mooie teksten" wel menigmaal als minder geschikt oordelen. Ook zeggen de teksten, die men had aangestreept, bij diepere studie van het oorspronkelijke, meermalen niet dat, wat men er aanvankelijk in meende te zien. In dit alles is leiding, een leiding Gods, Diè zo tot Zijn Woord, gelijk het is, wil brengen. Een beproefd christen, die ik in mijn eerste gemeente ontmoette, zei heel treffend : , , de zak vol preken moet leeg, opdat God hem voor u vulle". Ach ja, het is waar : ook in dit werk moet een dominee arm worden om de rijkdom van de Schrift te ontdekken, en zo aan het preken te blijven.

Er moet vóór alles een dagelijkse omgang met het Woord zijn. Dat ligt voor mijn besef ook wel in de homilethische eis : , , nulla dies sine regula: elke dag een regel'. Maar dan nog is het niet al­ tijd gemakkelijk. Het is vaak een worstelen om tot een tekstkeuze te komen. Dat wil niet zeggen, dat ieder 't in dezen even moeilijk heeft, Maar het zal ieder predikant wel eens overkomen zijn, dat hij moeite had met de tekstkeuze, en laat op de Zaterdagmiddag of avond er nog geen had, , , De Bijbel staat vol teksten", zei eens iemand tegen mij, toen hij mijn moeilijkheid in dezen voelde en die eigenlijk niet kon begrijpen , , , Ik heb er maar één nodig en die heb ik juist niet", was mijn antwoord.

Een tekst moet ons hebben, en dan hebben wij er een. Dat kost dikwijls moeite. Maar ieder, die daarvan ervaring heeft, zal het met die predikant eens zijn, die in verband met de preekschetsen, welke in de bezettingstijd door de Synode aan de predikanten werden gezonden, schreef: , , al mijn zuchtend zoeken en worstelen getroost ik mij gaarne voor de weelde, zelf een tekst gevonden te hebben en er door gegrepen te zijn". Hij kon zich niet vinden in die , , schetsen", al nam hij gaarne aan, dat ze met de beste bedoeling gedistribueerd werden.

Wanneer men zich waagt aan , , vervolgstoffen", (het is waarlijk geen lichte taak, maar bij de gemeente zijn ze vaak zeer gewaardeerd) is de tekstkeuze gewoonlijk gemakkelijker. Maar ook dan geldt, dat men betreffende het onderwerp, of de onderwerpen, iets van het , , gegrepen zijn" moet kennen. Want dat is de weg om , , de boodschap" in de Schrift te ontdekken, en te bestuderen tot een vruchtbare vertolking.

De tekst moet bestudeerd worden. Niet om de gemeente op allerlei geleerdheid te vergasten. Dat is voor iemand, die een studietijd van ca. tien jaar achter de rug heeft, geen kunst. Maar juist om eenvoudig te preken, wat oneindig veel meer voorbereiding eist, dan het andere. Eenvoudig — niet te vereenzelvigen met oppervlakkig —, is hier bedoeld als duidelijk, helder, klaar en doorzichtig en tevens diep. Wie 't voorrecht genoot van te.spelevaren op het meer van Luzern, doorzichtig als glas, heeft onder dat watervlak een diepte gespeurd, die deed huiveren!

Nu zullen we de diepte der Schrift eerst recht kunnen peilen bij het wonder-ontdekkend licht des Heiligen Geestes. En bij alle studie van de Schrift is het onderwijs van die , , innerlijke leermeester" het allereerst nodige. Maar dat onderricht ontheft niet van bestudering van de tekst, maar eist ze, en dringt er toe aan. De Heilige Geest is immers de allereerste auteur der Schrift. Juist de grondige voorbereiding onder het licht van die Geest, leert prediken naar , de zin en de mening des Geestes". In dit verband geldt nog altijd de slagzin — ik meen, dat hij van prof. J, H. Gunning is — , , wie niet studeert, is niet bekeerd".'

Nu is het hier de plaats niet om te handelen over de techniek van die bestudering. Alleen een enkele opmerking worde in dit verband geplaatst. Het is de rijkdom van een academisch gevormd predikant, al heeft die rijkdom ook wel eens een verarmende inslag, dat het Woord Gods voor hem meer omvat dan een vertaling van de Bijbel. Ik bedoel er mede, dat hij de grondtekst kan en moet lezen. Het Woord Gods is verder voor hem niet alleen de aanvaarde tekst van het Hebreeuwse of Griekse Testament; maar die teksten met heel het handschriftenmateriaal, dat hem ter beschikking staat, of nog anders gezegd : de tekst met het , , critisch apparaat". Zo kan hij indringen in de fijnste woordnuancering, waarin , , de boodschap" is vervat. Wie dat ernstig doet, kan niet buiten de Auteur, de , , innerlijke leermeester".

Bij dit alles kunnen vertalingen helpen, eveneens de commentaren, onder welke de Schriftuitlegingen van Calvijn een eerste plaats moeten innemen. En dan voorts, hoe verdienstelijk , , De Korte Verklaring" en , , Tekst en uitleg" ook mogen zijn, daarmee mag m.i. niet volstaan. En zich beperken tot uitsluitend geestverwante verklaringen lijkt me evenmin raadzaam. Men leert soms nog meer van zijn tegenstanders, mits die de tekst laten spreken. Maar vooral de concordantie, naar de auteur ook wel een , , Trommius" genoemd —• hij verdient een standbeeld van de theologen ! — is een hulpmiddel dat onmisbaar is en veel te weinig gehanteerd wordt. Want men wordt ' er door gedrongen zich in de Schrift zelve te verdiepen om, naar de gulden regel van ouds, , , Schrift met Schrift te vergelijken".

Ja, aan een preek zit heel wat vast. Het gaat om de boodschap Gods voor Zijn volk. Er moet iets in doorklinken van het , , zó zegt de Heere". Dat is het gezag van de preek als ambtelijke bediening.

Moet een preek uitgeschreven en van het manuscript uitgesproken, of wil men liever, voorgedragen worden ? Van v. d. Palm — zijn preken worden misschien nog wel eens geraadpleegd en gelezen — is bekend, dat hij de geschreven preek voordroeg, waarna het manuscript naar de drukker ging en hij van de uitgever er de som van ƒ 100.— voor ontving. Prof. Van Oosterzee schreef de preek, ook uit. Dr. A. Kuyper Sr. eveneens, in tegenstelling van dr. Ph. J. Hoedemaker.

Het verschil tussen Kuyper en Hoedemaker in dezen is als volgt getypeerd: „Bij Kuyper een sierlijk opgestelde, nauwkeurig gememoriseerde of ingestudeerde rede, glashelder van begin tot einde ; bij Hoedemaker een tevoren diep overdacht woord, maar waaraan eerst onder het uitspreken een vorm werd gegeven". (Gedenkboek, blz. 115). Prof. Daubanton hield ons altijd voor, de preek uit te schrijven. Dat lijkt mij het veiligst, vooral de eerste jaren. Wie de gave heeft om van , , schets" te preken, zal allengs daartoe overgaan. Een ieder heeft zijn gave te onderkennen. Wel lijkt mij gewenst, wat men heeft te brengen, hetzij in schets, hetzij uitgebreider, op schrift vast te leggen. Men kan bij iiet instuderen vaak taal- en stijlfouten corrigeren en weet wat men uitspreekt. Bovendien bewaart het er voor telkens weer hetzelfde te zeggen of in herhaling te vervallen.

Er is echter voor het voorgaande een argument, dat nog belangrijker is. De , , boodschap" moet bezorgd worden aan hen, voor wie ze gegeven is. De kudde moet geweid woeden. Wil men het anders : er moet „onderscheidenlijk" gepreekt worden, er moet „separatie" in de preek zijn. Dat snijdt diep in. Het stelt ons voor de eis van de sleutelmacht, de toetssteen van het ware en valse geloof. Dat houdt meer in dan een zeggen: Wie het gelooft, heeft het; die niet gelooft, heeft het niet.

De gemeente zal moeten horen verkondigen wat men heeft, als er geloof is en niet heeft, als in ongeloof volhard wordt. Dan gaat 't om de heerlijkheid en de schatten van de Heere Jezus. Er moet verkondigd worden, wat nu de heerlijkheid van Christus is, en waarom Hij gepast is voor het verloren, onbekeerlijke, ongelovige en twijfelzieke hart; welke schatten er in Hem zijn verborgen, en wat voor heil zij brengen, als de Geest daarvoor plaats maakt in het zondaarshart en ze uitdeelt als medicijn voor de dodelijke krankheid in haar velerlei nuancering in het leven van de mens, die zonder de Heere Jezus en Zijn genadegaven wegsterft onder de schrikkelijke vergelding Gods. We zijn er niet klaar mede dit alles in algemeenheden aan te raken. De dodelijke krankheid en arglistigheid van het hart moet blootgelegd al naar de tekst het eist. De rijkdom van het leven des geloofs, de ellende van het onwillige en onmachtige en zich verhardende hart, ze moeten beide ontdekt worden in de verfijnde nuanceringen, die de Schrift ons openbaart en welke het hart, dat geraakt werd, moet toestemmen.

Bij zulk een prediking, welke, naar wel eens wordt uitgedrukt in , , de toestanden" komt en die uitermate actueel is, zal gevoeld worden dat er ontdekkend gepredikt wordt. Dan worden de zielen ook, indien het leven der genade hun geschonken werd, ontdekt, om op hoop tegen hoop te leren geloven. De ouden hadden het in dit verband over het , , bakeren" der zielen.

Ja, het werk van prediken is veelomvattend. En hoe nodig is ook in de voorbereiding het zich rekenschap geven van de onderscheidene noden. Een dok­ter moet meermalen lang zoeken naar de kwaal. Een apotheker heeft zorgvuldig de medicijnen naar het recept af te wegen en te bereiden. In de , , verkondiging" gaat het over de mens in zijn totale existentie, die er een van nood en bedreiging is. Daarom heeft men zich er terdege rekenschap van te geven, wat men moet zeggen. Wij kunnen niet volstaan met , , een woord voor de onbekeerden, voor de bekommerden en Gods volk". Dat schema, gevarieerd herhaald, wordt afgezaagd. Natuurlijk is er die onderscheiding, in veelvuldige variatie. Doch als schema doet het de harten verdorren. Preken is vechten tegen de vijandschap des harten, en de macht van wereld en duivel, om dat hart voor Christus te winnen en het kindschap Gods tot zijn deel te ontvangen.

Dit alles vereist kennis van het hart van de mens in zijn driften en tochten, neigingen en streven. Maar daarvoor is niet allereerst studie, van de psychologie nodig, hoezeer die ons kan dienen. En kennisneming van een der vele en uitnemende handboeken der psychologie is aan te bevelen.

Maar de Schrift is nog altijd het beste boek om het mensenhart te leren kennen. Want ze legt het op bladzijde na bladzijde bloot. Ook wat de litteratuur in dezen geeft, kan dienen. Ons geslacht leest niet meer Bosboom-Toussaint, of hoogstens een van haar werken als exameneis. Maar wie eens onderduikt in haar Gideon Florisz, het boek, waarin deze, een jonge begaafde predikant, de hoofdpersoon is, die een tijd hofprediker van Leicester was, zal versteld stan, hoe ze weet te schilderen het worstelen van dié predikant om de graaf te ontdekken aan de gecompliceerdheid van de zonde zijns harten, zijn zonde hem aan zegde, om hem in zijn ellende schuldverslagen te doen vluchten naar de gekruiste en opgestane Christus. Maar genoeg. Zolang de preek in onze eredienst het hoofdbestanddeel is, — en de Schrift eist, naar ik meen, dat ze het zij ! — zal er voor gewerkt en gebeden moeten worden — gebeden ook door de gemeente ! — zal er iets van terecht komen en de grond ontnomen worden aan de beschuldiging , , dat er in onze tijd ontstellend slecht gepreekt wordt".

Daarom geen moeiten te veel voor de preek, óok niet het uitschrijven.

, , Is er voor zulk een voorbereiding de tijd ? " zal deze en gene vragen. Ik meen, dat die tijd — maar dan om te werken en hem goed te gebruiken — er voor moet worden afgenomen. Want nooit in de week bereikt de predikant met zijn woord de mensen, die hij Zondags rondom de kansel ziet. En natuurlijk, de een kan vlugger werken dan de ander. De gaven zijn verschillend. Als er maar met de gaven en de tijd gewoekerd wordt.

Wordt echter, zo de dingen stellend, niet teveel van de studie en te.weinig van de Heilige Geest verwacht ? Dat is mogelijk. Daarom had ik het telkens over het gebed om de Geest. Want zonder Hem is alle voorbereiding , , hout, hooi en stoppelen".

Maar het beroep op de Heilige Geest mag nooit een vrijbrief zijn voor luiheid. , , Prediken uit de Geest" moge vroom klinken, het is, gelijk men dat woord soms in practijk brengt, in-goddeloos. Ik kan die predikantsvrouw begrijpen — zij en haar man zijn beide reeds gestorven — die haar man, toen hij in deze lijn ging, toevoegde : , , als je zo meent te moeten doorgaan, zie je mij niet meer onder je gehoor".

Daar kunnen tijden zijn, noodsituaties, dat men onvoorbereid moet optreden. Wie altijd consciëntieus was in de voorbereiding, zal dan merken hoezeer de Heilige Geest dat alles ook voor die bepaalde uitzonderingssituatie wil zegenen.

En dan tenslotte : overschatten we bij deze ons te stellen eisen de gemeente niet? Kan ze het dragen? Zonder de juistheid te ontkennen van prof. Huizinga's beoordeling in zijn , , In de scha­duw van de morgen" van de tegenwoordige generatie —• hij gewaagt van , , De algemene verzwakking van 'het oordeel" en , , Daling van de kritische behoefte" (c VII en c VII) — kan ik toch ook nu niet loskomen van de waarheid, welke de oude dominee in Ulfer's Oostloorn vertolkt in deze woorden, zijn gemeenteleden betreffende : , , 'Denkt niet te laag en te min van hun verstand en stelt hen hoog; dat is braak land, wat daar in hun hersenkas ligt; en zaait maar op dit land, de oogst zal daar groter zijn, dan op al dat andere land, waar alle jaren op is gebouwd", (blz. 24). Want het gaat om het zaad des Woords, dat zijn werk doet krachtens de souvereine genade des Geestes, maar daarom juist moet zijn: , , een rede, die is al gouden appelen". Ja, gewis, maar: , , in zilveren geheelde schalen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PREEK EN PREKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's