De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

6 minuten leestijd

Het eigen geestelijk leven van de dominee. — Soms treffen, temidden van eindeloze reeksen langdurige en verveleden artikelen, die elke week de kerkelijke bladen vullen, ook stukken van een verrassende levendigheid onze aandacht. Doorgaans zijn dat stukken uit en voor het leven zelf of die er rechtstreeks mee in verband staan. Die niet met het hoofd, maar met het hart te maken hebben en regelrecht tot het hart gaan.

Dit is, dunkt me, het geval met een artikelenreeks van de hand van prof. Brilenburg Wurth in het (Geref.) Gereformeerd Weekblad, een blad, dat trouwens toch door zijn gedegen inhoud uitsteekt boven de doorsnee kerkelijke kranten, hoe eenzijdig die inhoud overigens ook is.

In deze artikelen handelt de schrijver over het eigen leven van de predikant. Dit is toch, zoals hij zelf opmerkt, geen particuliere aangelegenheid van de dominee zonder meer, maar staat in nauw verband met wat hij is en doet in zijn gemeente, en daarom ook voor hem van grote betekenis.

Ook de dominee heeft zijn eigen leven. Dat wordt met nadruk vastgesteld. Want wel legt zijn ambt, als het goed is, beslag op zijn hele persoonlijkheid en eist het de inzet van al zijn krachten. Hij is de dominee en er wordt van hem verwacht, dat hij dit is, Het moet aan de dag komen in zijn doen en laten. En vooral: hij moet een geestelijk mens zijn. Alleen maar, dat is hij niet zonder meer en niet altijd. Integendeel, hij is tenslotte ook een heel gewoon mens en niets menselijks is hem vreemd. Hij heeft zijn fouten en gebreken, zijn moedeloze ogenblikken, zijn twijfel en strijd. Vaak wordt van hem meer verwacht, dan hij op kan brengen en is hij innerlijk anders dan wat hij uiterlijk moet zijn. Dat is niet zo erg. Wèl erg, het ergste wat hem overkomen kan, is, dat hij wórdt wat hij is, d.w.z., dat hij helemaal dominee wordt, zich helemaal met z'n ambt vereenzelvigt, zijn eigen leven als mens verliest, en niet alleen naar buiten, maar ook naar binnen de dominéesrol gaat spelen, waardoor hij onherkenbaar misvormd wordt en een masker draagt voor anderen, zelfs voor zijn eigen huisgenoten en voor zichelf.

Hij moet een gewoon mens blijven en zijn eigen leven blijven leven, wil hij niet onherroepelijk en onherstelbaar ondergaan.

De hooggeleerde schrijver toont dit verder aan op verschillende punten.

Eerst op dat van de vrije tijd van de dominee. Die heeft hij vaak wel niet, maar hij móét die wel hebben. Anders wordt hij bij zijn werk een machine of een zenuwpatient. Wie niets doet dan altijd door maar werken, verliest het geestelijk evenwicht en wordt een misvormd mensenkind, en dat geldt vooral een predikant. Een vrije Zondag heeft hij toch al niet. Domweg een vaste vrije tijd nemen en de mensen, die dan bij hem komen met echte noden, maar buiten de deur laten staan, dat mag niet. Maar evenmin mag hij de hele week in zijn gemeente draven en Zaterdags zijn preek maken en verder nooit tijd voor zichzelf houden. Er moet gelegenheid zijn voor rustige studie en aanvulling van de geestelijke reserves, wil zijn werk geen routinewerk worden en wil hij niet het overzicht tegenover de gemeente verliezen.

Maar behalve voor studie moet er ook tijd zijn voor de gewone ontspanning. Als predikant draagt hij de lasten van heel zijn gemeente met ontzaggelijk veel noden. Dat gaat boven zijn krachten, als dat altijd maar doorgaat en dat moet op de duur zijn veerkracht verlammen.

Een tweede punt is zijn huwelijks- en gezinsleven. Wij kennen het coelibaat niet en erkennen, dat een geestelijk mens een gewoon en natuurlijk leven moet hebben en daar hoort het huwelijksleven bij. Maar een probleem is het zeker in veel pastorieën, en menige geplaagde dominee en dominéesvrouw zal wel in moedeloze momenten soms denken, dat Rome het nog niet zo gek bekeken heeft. Zijn ambt eist de dominee vaak helemaal op en zijn huwelijks en gezinsleven is vaak allerminst een idylle. En toch is een goed huwelijksleven voor een zielzorger zo nodig, om anderen een goed voorbeeld en een goed woord .der zedigheid te kunnen geven en met vaste gang het pad der deugd te blijven betreden, zonder ervan af te glibberen in de vele verzoekingen, die hem in zijn werk belagen, of in de problematiek van anderen een ongezonde compensatie te zoeken voor de lancunes in zijn eigen leven.

Dies moet hij een deugdelijke huisvrouw vinden, haar liefhebben zoals een getrouw en godvrezend man aan zijn wettige vrouw schuldig is, geen geheimen voor haar hebben, zonder haar intussen alles te vertellen.

Is het voor veel vrouwen een opgaaf, met een dominee getrouwd te zijn, niet minder ingewikkeld schijnt 't te wezen als domineeskinderen het levenslicht te genieten, hetzij papa een mislukte, hetzij hij een geslaagde dominee is. Geslaagd als huisvader schijnt hij nauwelijks ooit te kunnen zijn.

En dan tenslotte wordt zo'n man nog verondersteld er een geestelijk leven op na- te houden. Hij moet een geestelijk mens wezen en toch niet wereldvreemd, maar met zijn beide voeten op de begane grond. Hij moet een man vol des H. Geestes wezen en de hoorcommissie geve daar acht op. Maar dat hij een geestelijk mens is, sluit niet uit, dat hij ook zijn strijd en twijfel heeft. Een dominee is óok maar eens mens en een zeer gebrekkige bovendien. Hij heeft ook zijn narigheden, die hij vaak niet naar buiten openbaren mag. Hij moet preken tegen dingen, die hij bij zichzelf gewaar wordt, praten en bidden met anderen, terwijl hij met zichzelf soms geen raad weet. Dit moest ook de gemeente begrijpen en dan wat minder hard in haar oordeel zijn als de prediking niet altijd alles geeft. Om zo ook te leren met haar dominee mee te leven, want dat kan van zo groote waarde zijn. Van het grootste belang is daarbij dat de geestelijk gekwelde dominee in zijn 'strijd en twijfel eerlijk tegenover zichzelf blijft en die niet verdringt en wegduwt en er zo overheen leeft. Dat leidt tot een geestelijke verstarring die noodlottig is voor hem zelf en voor de gemeente.

U ziet, dat eigen leven van de dominee betekent nog al wat. De schrijver heeft er heel wat van te vertellen. Hij kan 't ook weten. En 't kan z'n nut hebben 't eens met zoveel woorden te zeggen. Dat is goed voor die dominee en goed voor de gemeente. Die dominee staat niet alleen tussen zijn collega's. En die gemeente mag het best eens horen ! Dank, professor ! En we houden ons aanbevolen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's