O onrust...
I.
O Onrust, die mijn morrend hart vervult, en wrange wrevel over Uwe daden, waar Gij me voert langs ongewilde paden,
en staag mijn levensweg in neev'len hult
o Felle pijn van martlend ongeduld,
Uw hoog bestel mijn zoetst verwachten tartte ;
teleurgestelde hope krenkte 't harte,
dat sarrend vraagt : „Heeft God Zijn woord vervuld ?
" En 'k zie geen uitweg in dit labyrint :
de loop der dingen is ons in alles tegen.
Een stemme fluistert: zijt ge wel Gods kind ?
Is nu dit lot de u toegezegde zegen ?
Weet ge wel zéker u in Zijne hand ?
Was uw „geloof" slechts werking van. 't verstand ? '
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's