De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

CHRISTEN-ZIJN in de Nederlandse samenleving

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CHRISTEN-ZIJN in de Nederlandse samenleving

10 minuten leestijd

I.

Herderlijk Schrijven vanwege de Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk. (Vastgesteld in haar vergadering van 29 Maart '55). Gaarne voldoen wij aan het verzoek, om de inhoud wat nader bij te brengen en onze gedachten over deze herderlijke brief in een paar artikelen weer te geven.

Ter algemene bepaling van de voorstelling omtrent deze pastorale brief, vermelden wij eerst de inhoud : Behalve de , , Inleiding" bevat het schrijven 5 hoofdstukken, tezamen 38 blz. Voor een brief lang genoeg, zult gij zeggen, maar het onderwerp is zeker van belang. De hoofdstukken zijn dan achtereenvolgen Kerk en Cultuur, Kerk en Staat, Kerk en Maatschappij, Volkerenwereld en Oecumene, De kracht der verwachting. Ieder dezer hoofdstukken zijn dan weer onderverdeeld in 2 of meer paragrafen.

De. Inleiding begint met even terug te wijzen op de oproep, die de Ned. Hervormde Kerk in 1945 deed uitgaan tot het Nederlandse volk. Zij getuigde o.m. van dankbaarheid nu eindelijk de zo vurig begeerde vrijheid was weergekeerd en wees op de grote verantwoordelijkheid, welke de aldus herkregen vrijheid ons oplegde, en sprak: , , Bouw uw sociale leven op de grondslag der Christelijke gerechtigheid en de onderlinge verantwoordelijkheid". Verder wees zij op de nood der huidige samenleving, welke de kerk smartelijk en diep getuigde te gevoelen en aan het geweten wilde leggen van iedere Nederlander, (blz. 3).

Thans echter na 10 jaren is de situatie, waarin ons volk zich bevindt, veel gecompliceerder dan destijds, toen wij , , als een hongerig en uitgeplunderd volk, blij , , als gevangenen, die van hun ketenen , , zijn bevrijd, uit 't donker van de nacht , , van onze onderdrukking traden in het , , licht van de herwonnen vrijheid", zo vervolgt het herderlijk schrijven. Deze 10 jaren overziende, vindt de herderlijke brief wel, dat de ontwikkeling van ons sociale leven in menig opzicht een verbetering mag worden genoemd.

De brief neemt het op voor de , , visie op de verhouding van Kerk en volk, die ons in de oorlogsjaren opnieuw bewust werd", welke visie gestalte heeft verkregen in het artikel van de kerkorde, waar over het apostolaat wordt gezegd : , , dat de Kerk, als Christusbelijdende geloofsgemeenschap in de wereld gesteld „is om Gods beloften en geboden voor „alle mensen te betuigen, daartoe ook in , , al haar geledingen blijft strijden voor „het reformatorisch karakter van Staat , , en volk en zich in de verwachting van , , het Koninkrijk Gods, in de arbeid der , , kerstening wendt tot Overheid en volk, , , om het leven naar Gods beloften en geboden te richten. (Kerkorde, art. VIII), „blz. 4).

, , Vanuit dit gezichtspunt menen wij , , te moeten constateren, dat wij in elk , , geval nog niet zover op de , , weg tot , , waarachtige vernieuwing in gerechtigheid en vrede" zijn gevorderd, dat wij , , als Kerk en als volk gerust kunnen zijn over de toekomst", (blz. 4)

Wij nemen een en ander vrij uitvoerig over. Ten eerste, omdat, als over deze brief gesproken en geschreven wordt, men ook in onze kring weet, waar het over gaat, en in welke geest deze pastorale brief is gesteld.

Ten tweede, omdat wij willen waarderen wat waardering verdient en daarop aanspraak mag maken.

Ten derde, omdat wij ons van onze bezwaren tegen dit stuk niet In enkele critische opmerkingen willen afmaken.

Waardering verdient het zonder twijfel, dat de Synode aan hetgeen in artikel VIII van de Kerkorde is omschreven, niet als een onbetekenend artikel voorbijgaat. Ongeacht enkele opmerkingen, die wij vroeger en later hebben doen horen over het, , apostolaat", hebben wij verwachting gehad van dit artikel.

Wie zou daaraan ook onder ons niet gaarne medewerken : strijden voor het reformatorisch karakter van Staat en volk. En, hoe zou men dat anders willen verstaan, dan dat stilzwijgend wordt ondersteld, dat de Kerk zelf strijdt voor het behoud van haar reformatorisch karakter ! Wie zou zich niet verblijden in onze kringen in de arbeid der kerstening, welke zich wendt tot Overheid en volk, om het leven naar Gods geboden en beloften te richten? En wie. die de naam van Christus noemt, zou daaraan niet wensen mede te werken ?

De , ,visie" echter, die zegt in dit artikel gestalte te hebben verkregen, is in de laatste 10 jaren wel gebleken te zijn opgekomen uit een geest, die onder het reformatorisch karakter van Kerk en Staat toch heel wat anders verstaat dan de leermeesters der reformatie. Ook is gebleken, dat deze geest heel anders denkt over de betekenis en toepassing van Gods geboden. En het is diezelfde geest, welke zich ook in deze herderlijke brief telkens verraadt, — in ieder geval zich openbaart.

Het gevolg daarvan is, dat , , de weg tot waarachtige vernieuwing in gerechtigheid en vrede" in die , , visie" ook anders wordt voorgesteld dan met een waarlijk reformatorisch streven zou overeenkomen. En als de Kerk naar het oordeel van deze brief niet zover op die weg is gevorderd, als zij klaarblijkelijk had gehoopt of verwacht, is er dan geen aanleiding voor haar de visie, waarbij zij zich laat leiden, eens te herzien?

Mogelijk kreeg men dan ook een ander gezicht op de nood. Men spreekt van nood en het heeft er wat van, dat men elkander soms gaat nadeunen over nood, maar de symptomen van nood, die men ziet, wijzen volgens het eigen getuigenis van de herderlijke brief niet op beterschap !

Het probleem van het mens-zijn-met de-ander, dat van de gemeenschap is steeds acuter geworden, zegt de brief op blz. 4.

Hier is welbegrepen geen sprake van een probleem van het mens-zijn-met-de ander, een minder gelukkige uitdrukking voor gemeenschap, maar het probleem ligt in de vraag, hoe zal men het steeds doorwerkend individualisme, de erfenis van de na-reformatorische wijsbegeerte en de daarop gebouwde moraal, bestrijden en het volk terugleiden tot een waarlijk sociaal leven?

Het woord , , probleem" ligt velen zo voor in de mond. In een probleem ligt altijd iets onverwachts, iets van verrassing, omdat men een andere uitkomst had verwacht. Mogelijk is dat ook zo met de hier aangesneden kwestie van individualisme en gemeenschap. Dan wordt het wel een probleem en dan kan men zulk een uitspraak begrijpen.

Ook wij verheugen ons er over, dat de positie van zovelen, die voorheen in de hoek der verdrukten, achtergestelden en noodlijdenden waren gedrongen, in menig opzicht verbetering heeft gezien. Meestal is dat geschied ten laste van de openbare kas. Nog eens, wij verheugen ons over alle werkelijke verbeteringen en erkennen gaarne, dat de sociale voorzieningen velen uit de zorg hebben gehaald en ook voor velen de zorg in het gezin hebben verlicht.

De herderlijke brief verheugt zich daarover ook, maar als hij daarna opmerkzaam maakt op het steeds acuter wordende probleem van het individualisme, dan vragen wij aan de Synode : Wat dunkt u, als de sociale voorzieningen niet uit het sociale leven zelf komen, maar alles door vadertje Staat wordt verzorgd, kan men dan redelijkerwijze verwachten, dat dergelijke voorzieningen een andere vrucht zullen voortbrengen dan individualisme? Allerwege hoort men van socialisme en roept men om sociale voorzieningen, maar het ontbreekt ten enenmale aan waarachtig sociaal leven.

Hoe zou het anders in een tijd van voortgaande ontkerstening, aangezien de wortel van de ware sociale gevoelens en van hechte gemeenschap is gelegen in de religie, Bijbels gezegd: in de vreze Gods ?

Het herderlijke schrijven zegt het op zijn wijze: „Velen in ons volk en in onze Kerk leven buiten de ware geloofsverbondenheid met de in Zijn Woord sprekende God, van waaruit het menszijn met de ander alleen in het recht licht kan worden gesteld", (blz. 4 v.).

De formulering is een beetje stroef, zonder aan helderheid te winnen.

Als het over God gaat, gaat het over de God der Schriften, want een andere God is er niet. Dan gaat het over onze Schepper, die de mens uit énen bloede geschapen heeft en eist, dat wij elkander zullen liefhebben. Doch wat zal dat voor ons betekenen, als wij Hem niet kennen, en zo wij al menen Hem te kennen, althans iets van Hem te weten, en wij vrezen Hem niet?

Maar goed. Dat bedoelt de herderlijke brief wellicht ook, maar de vrees voor de beschouwelijkheid doet het nu eens heel anders uitdrukken.

Iets verder spreekt de herderlijke brief immers van een toenemende geestelijke ontworteling, waardoor een nihilistische en neutralistische gezindheid dreigt te ontstaan, die, als ze verder om zich heen zou grijpen, alle verbanden zou aantasten en ondermijnen. Dat is ook zo en dat zal niemand ontkennen.

, , Daarbij komt nog", zo gaat de brief verder : , , 'het feit, dat die groeperingen, die nog wel door waarden van geloof of levensbeschouwing bijeen worden gehouden, hoe langer hoe meer van elkander dreigen te vervreemden".

, , Bijzonder pijnlijk is het, dat ook Christenen van reformatorischen huize en de kerkgemeenschappen, waartoe zij behoren, in menig opzicht als vreemden tegenover elkaar staan wanneer 't gaat om de verwerkelijking van hun geloofsinzichten in het staatkundige en maatschappelijke leven", (blz. 5).

Een en ander is zeker meer te betreuren, nu in onze dagen, , , in een mate als wij tien jaar geleden niet konden vermoeden, het karakter van ons volksleven, voorzover dit door de reformatie is bepaald, in het geding is en op het spel staat", (blz. 5).

Al te gader feiten, die wij wel zeer ernstig mogen nemen en die ons ook niet ontgaan zijn.

Maar over groeperingen gesproken, die hun geloofsinzichten in het staatkundige en maatschappelijke leven trachten te verwerkelijken, zoals het in de aangehaalde zinsnede luidt, wil het ons voorkomen, dat wij hier o.a. bij onze politieke partijen worden bepaald en wel bepaaldelijk bij de Protestants politieke partijen. Helaas moeten wij hier meervoudig spreken.

Verder in de herderlijke brief wordt het wel wat duidelijker, dat de Synode niet onverdeeld vriendelijk staat tegenover deze groeperingen met hun levens- en wereldbeschouwingen. Men schijnt er eigenlijk, althans als Christen, geen levensbeschouwing of wereldbeschouwing op na te mogen houden. Daarentegen schijnt het wel geoorloofd een visie te hebben en te verdedigen.

In verband met het individualisme, waarover de herderlijke brief schrijft, kon men wel eens bedacht hebben, dat de Christelijke actie op maatschappelijk en staatkundig terrein juist organisaties heeft gevormd in de strijd tegen het individualisme, dat bij toenemend verval van het kerkelijk leven de saamleving aantastte, zijnde de vrucht van levensen wereldbeschouwelijke elementen, welke niet aan het. Christelijk geloof, maar aan wijsgerige onderstellingen waren ontleend.

De geest van het individualisme heeft geen gemeenschap met de Christelijke levensbeschouwing, maar men moet zich niet verwonderen, dat ook haar aanhangers niet onbesmet zijn gebleven te midden van het moderne leven. En daarvan getuigt de verdeeldheid onder degenen, die krachtens geloof en belijdenis behoorden één te zijn. Dit euvel betreuren wij ten zeerste en het geeft aanleiding dat het geloof wordt verduisterd in een wereld, welke alleen door het geloof in de Christus Gods en der mensen kan worden gered.

De geest, die het meest heeft bijgedragen aan ontwrichtende factoren in de ontwikkeling van de moderne samenleving, vindt in de verdeeldheid der orthodoxie zo gemakkelijk een argument om zich zelf te blijven.

Handelend ook over , .belangrijke meningsverschillen" (sic) in hervormde kring, die in sommige gevallen zelfs de kerkelijke gemeenschap verstoren, vindt de herderlijke brief het des te meer te betreuren, , , nu in onze dagen in een mate als wij tien jaar geleden niet konden vermoeden, (cursivering van mij, S.) het karakter van ons volksleven, voorzover dit door de reformatie is bepaald, in het geding is en op het spel staat. (blz. 5).

Met name de door ons gecursiveerde zinsnede dringt bij ons de vraag op, of ook dit geen aanleiding zal zijn voor de Synode om eens te overwegen, of haar visie op de kerk en haar waardering van de Heilige Schrift en de belijdenis, wel bevorderlijk zijn aan de onderhouding en aan het herstel van het reformatorisch karakter der Hervormde Kerk •—• om daarmede eens te beginnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

CHRISTEN-ZIJN in de Nederlandse samenleving

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's