De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIE POOLSE JONGEN

Feuilleton

5 minuten leestijd

DOOR JAC. OVEREEM

— Zo zie je er weer jeugdig uit, zei Michel, die net terug kwam van een boodschap in het dorp.

— Nu vertel jij ons jouw verhaal maar eens Clauda, zei vader Broga.

Terwijl 't meisje de koffie opdiende, vertelde Clauda van haar wedervaren.

Het spreekt vanzelf, dat de oude inspectrice, mevrouw Doewitza, die zulk een grote plaats in het hart verkregen had, wel de hoofdfiguur van haar verhaal uitmaakte. Maar ook de boerenvrouw, die haar zo zorgvol met haar liefde had omringd, vergat ze niet.

Het werd die avond vanzelfsprekend later dan gewoon, hoewel Clauda zich had voorgenomen eens heerlijk vroeg naar bed te gaan. Maar als iemand verre reizen doet.

VII.

Het leven gaat verder.

De zomer ging voorbij.

Vader Broga had zijn wintervoorraad weer bij elkaar. Al vroeg begonnen de herfstvlagen te gieren over het ruige land.

De bladeren vielen van de bomen.

Michel wist zijn koeien in de warme stal.

En vader zorgde voor de fourage. Hij kan zonder bezwaar een dag wegblijven. Soms ging hij 's morgens vroeg op pad en kwam hij laat in de avond thuis. Met een kameraad uit de bergstreek ging hij dan op de jacht.

Hij was de laatste tijd stiller geworden. Een vrouw had zijn aandacht getrokken. Dat was in normale omstandigheden heel gewoon; maar ditmaal was het de vrouw die hij dagelijks zag en die woonde onder hetzelfde dak, waaronder hij sinds zijn geboorte had verkeerd.

Het was Clauda Tomkiewis.

Hij wist dat zij hem wel mocht, maar er was nog geen zekerheid omtrent leven of dood van haar man.

Wel was het bekend dat hij destijds zich bij het leger van Generaal Andersen gevoegd had en daar was opgeklommen tot de rang van officier, maar verder wist men niets.

Op een dag ontving Clauda een brief. Hoe die brief was overgekomen, was een raadsel, maar zij had haar bereikt.

Daarin vertelde hij, dat hij in Engeland was. Hij hoopte nog eens naar Polen terug te keren.

Clauda dacht er veel over. Maar uiteindelijk wanhoopte zij haar man ooit weer terug te zien. Hij was een vurige anti-communist. Het leger van Generaal  Andersen stond vanzelfsprekend in een kwade reuk bij de Sovjets. Polen was bezet gebied. De Russen zouden het vrijwillig nooit meer loslaten. Vooral nu de spanning tussen de Sovjet-Unie en Amerika toenam.

Zo verliep een jaar.

Clauda had de hoop dat haar man nog eens zou terug keren, laten varen.

Het ijzeren gordijn werd hoe langer hoe dichter. De gevaren veel talrijker, het was met recht, het ijzeren gordijn. Neen ! Joseph Tomkiewis zou nooit Polen bereiken, zolang deze toestand bestendigd bleef.

Indien ze zelf een mogelijkheid zag. naar Engeland te vluchten, ze zou het wagen ; maar ze zag die niet. Vreselijke verhalen deden de ronde, van mensen die in de valstrik gelopen waren en nu tot levenslange dwangarbeid waren veroordeeld. Denk je even in.

Siberië en daarbij dwangarbeid, d.w.z. het treurigste lot dat zich denken laat.

Neen, Clauda Tomkiewis was voor haar gevoel weduwe, hoewel haar man nog in leven kon zijn. Engeland, het leek haar eindeloos ver. En hier bij vader Broga had zij haar tweede leven gevonden. Hoe heerlijk waren de winteravonden bij het haardvuur. Welk een vaderlijke vriend was de oude man, in zijn onzelfzuchtige levenshouding.

En Michel; was hij niet de levenslustige, maar ook de toegewijde. Nooit kwam er een bitter woord uit z'n mond.

Maar hij was de laatste tijd zo stil.

Deze zomer was als een feest voorbij gegaan, maar zij had soms 'n schaduw over z'n gezicht zien glijden.

Michel dacht aan haar. Ze wist 't.

Hoe moest dat nu?

Wel had hij nog geen toespeling hierop gemaakt. Maar dat kwam ook daar vandaan, dat zij zich gedroeg als de vrouw van Joseph Tomkiewis.

Eén woord zou genoeg zijn. Dit was een hoofdstuk apart, dat nog voor haar lag.

Zij ontveinsde zich niet dat ze niet van Michel hield, maar er moest een moment komen, waarop het kon. Een zekerheid, dat Joseph Tomkiewis haar weg nimmermeer zou kruisen. Dat hij er eigenlijk voor haar niet meer zijn zou.

Zo is het gebeurd op een avond in November, dat Michel er over begon. Clauda had de jongens naar bed gebracht en vader Broga was naar een zieke boer in de buurt.

Het was stil in de keuken, 't Was aan' alles te merken, dat er iets broeide. Michel pakte uit de houtkist een paar heizoden en legde die op het vuur.

Hoog flikkerden de vlammen op. Het was een fantastisch gezicht als de vonken, in plaats van naar beneden, omhoog schoten, door de aandrift van het oplaaiende vuur.

Het sissen van de brandende heistronkjes was opgehouden. Rustig flakkerde het haardvuur.

't Werd Mieke te warm.

Hij schikte terug tot vlak bij de tafel. Daar zat Clauda en naaide een scheur in de broek van Jolchi.

— Clauda, begon Michel en er was nu toch iets onzekers in zijn stem.

Clauda keek op en zag het gezicht van de jonge boer.

Ze lachte naar hem, zoals een meisje lacht naar een jongen.

Toen begreep Michel in eens, dat hij lang genoeg gewacht had.

— Misschien word je boos, ging hij verder, misschien loop je weg, maar ik zou je niet meer kunnen missen. En daarom zou ik je willen vragen, blijf bij ons, met de jongens, om mijnentwil.

Clauda was nu toch verrast. Zij hield van Michel. En meest, omdat hij voor een robuuste jonge kerel, zoals hij was, zo zelfbeheerst, zo geduldig was geweest. Eindelijk kwam hij, nu op deze stille Novemberavond. Was dit niet iets om te bewonderen. Een fijn ding op zichzelf. En wat begon hij ook nu op een bescheiden wijze zijn genegenheid voor haar te verklaren.

Hij zei niet: — Wil je met me trouwen of zoiets, neen, hij zou haar niet graag willen missen. Hij zei dit anders, zoals men het zeggen zou, van een gewaardeerde huishoudster, die om haar werk node zou worden gemist.

No. 31

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 oktober 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's