De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PREEK EN PREKEN 4

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PREEK EN PREKEN 4

9 minuten leestijd

„in zilveren gebeelde schalen".

Paulus zegt ergens, dat , , zijn rede en zijn prediking niet was in bewegelijke woorden der menselijke wijsheid". (1 Kor. 2 VS. 4). Is dit nu niet in flagrante tegenstelling met hetgeen in het vorig artikel werd aangeduid ? Ik meen van niet. Het is zeker waar, dat , , het Evangelie van Christus onze versiering niet nodig heeft; het is waar en schoon en rijk door zichzelf. Maar het gaat in dit verband om het in al die heerlijkheid aan de gemeente voor te stellen, om het te spreken in betoning van geest en kracht. En daartoe is voortdurende oefening en volhardende inspanning en liefdevolle toewijding geëist". (Bavinck , , De Welsprekendheid", (blz. IX en X).

In onze tijd wordt op veelvudige wijze —- men lette maar op annonces in vakbladen en dagbladen — propaganda gemaakt voor vlot en goed spreken. Er bestaan verschillende clubs en cursussen om zich daarin te oefenen. De macht van het woord wordt op velerlei wijze in het licht gesteld. In het zakenleven wordt met klem aangedrongen de kunst van correct en vrij spreken zich eigen te maken, tijd noch moeite daarvoor te ontzien, om mede daardoor zijn zaak tot meerdere bloei en grotere expansie te brengen. De dirigenten van onze zangkoren beijveren zich niet alleen om de leden muziekkennis bij te brengen, zij zien het ook als hun taak het koor te oefenen in de juiste uitspraak van de tekst en het hinderlijke streek-dialect af te leren. En een koor, dat vooruit wil komen, zal zijn uiterste best doen zijn uitspraak te cultiveren en zich toeleggen zo zuiver mogelijk de woorden te vormen, opdat het te zingen stuk te meer harmonisch worde uitgevoerd.

Meerdere a.s. predikanten en ook wel dienstdoende, nemen spraakles, om een groter klankvolume aan hun stem te geven en met minder inspanning te kunnen spreken. Of daarbij ook aandacht gegeven wordt aan fouten, die het gevolg zijn van herkomst uit bepaalde provincies — dialect en soortgelijke fouten — weet ik niet. Het schijnt soms van niet.

Uit wat ik hier, genomen uit de practijk, heb aangeduid, blijkt wel, dat er in allerlei kringen besef is voor de wenselijkheid of de noodzaak de techniek van het spreken onder de knie te krijgen. Er zal wel niemand zijn, die deze. voorbereiding en toerusting voor het preekwerk overbodig of niet noodzakelijk acht. Aan een dominee, die niet best te verstaan is, wiens stem niet sterk genoeg is, hij moge nog zo goed preken, heeft de gemeente niet dat, wat zij gaarne aan hem hebben wil. Het is heel begrijpelijk.

Maar zal dan ook niet de nodige inspanning, oefening en toewijding moeten ingezet worden, neen, niet alleen om zo duidelijk, zo men wil zo luid mogelijk te spreken, doch evenzeer om zo liefelijk en welluidend mogelijk te preken? Of, zo men wil, in een taal en toonaard en met stembuiging in overeenstemming met het schoonste ter wereld, het Evangelie Gods ?

Zie, er is gezegd: , , Preken is het schoonste werk, dat er op deze aarde te doen valt". Wie dit beaamt — en kerkvolk noch predikanten zullen er vermoedelijk aan denken het tegen te spreken ! — moet 't er mee eens zijn dat dit , , schoonste werk" geschiede op een wijze, waarin gestreefd wordt naar het uitnemendste, ook in voordracht en vorm.

Niemand mene, dat dit strijdt met wat de Schrift ons in dezen voorhoudt. Ik zou kunnen wijzen op de schoonheid van de prediking van de Heere Jezus. Ze is naar inhoud en vorm wel het schoonste van alles, wat geschreven is. Maar de Heere Jezus is geheel enig in Zijn verschijning. En daarom neem ik Paulus als voorbeeld. Bij hem een ijveren om met inzet van heel zijn persoon zich te geven voor de „verkondiging". Luister slechts : , , Ik bedwing mijn lichaam en breng het tot dienstbaarheid". (1 Kor. 9 VS. 27). Het verband — hij trekt daarin een parallel met hen, die zich voor de wedkamp trainen, — zegt wel, dat hij met dit woord bedoelt de inzet van zichzelf „om des Evangelies wil", opdat hij , , allen alles zij en zelf niet verwerpelijk bevonden worde".

Dat zegt wel welsprekend, dat de prediking van het Evangelie, alle inspanning, liefde en volle toewijding waard is, wat de inhoud aangaat, zeker, maar evenzeer de vorm, opdat prediken waarlijk uitkome als , , het schoonste werk op aarde".

Willem Rooyaards — hij was niet een der onzen — een groot leraar der welsprekendheid, heeft eens gezegd: , , Er zijn drie soorten van mensen, die het woord hanteren, namelijk Praters, Sprekers en Redenaars". En A. Ingwersen, uit wiens artikel ik reeds iets citeerde, voegt daaraan toe : , , Voor de preek — gezien haar grote betekenis — zijn vóór alles Redenaars nodig. Wij weten nu wel dat het corps Predikanten van alle kerken, voor het grootste gedeelte bestaat uit Praters, dat een klein deel Sprekers is en dat een Redenaar in onze tijd tot de uitzonderingen behoort". (Elseviers Weekblad d.d. 2 Juli 1955).

Ik kan de juistheid van deze uitspraak niet beoordelen, aangezien ik zelden onder een preek zit. Ik moet dit woord dus geheel voor rekening van de schrijver laten.

Waarom heb ik dan die scherpe critiek op ons, predikanten, overgenomen? Allereerst, omdat de dominee's gewoonlijk weinig critiek horen, en die toch wel nodig hebben. Maar dan voorts, omdat ik de schrijver wil zien als , , 'n vriend, die ons onze feilen toont", uit liefde tot het Evangelie en de zaak van Gods Kerk. En dan doet ieder, die zich geroepen weet tot het , , wondere ambt", verstandig dit woord niet naast zich neer te leggen, doch er winst mee te doen. , , Liefde is liefde's wetsteen".

Nu weet ieder, dat men voor redenaar niet kan studeren. Dat gaat wel voor doctoraal examen. En de aandrang daartoe kan wel eens nodig zijn, als het aantal doctores dermate klein is, dat door een bepaalde kerkelijke stroming de haar toekomende hoogleraarsplaatsen niet kunnen bezet worden.

Een redenaar is een gave Gods. Dat geldt zowel op algemeen als op kerkelijk erf. De groten uit de geschiedenis, Demosthenes, Cicero, Burke, Mirabeau, alsmede wie in Gods Kerk op dit gebied uitblonken, een Augustinus, Peter van Amiëns, Episcopius, Bavinck en Biesterveld, zijn er het bewijs van. Doch evenzeer hiervan, dat ze in die gave zich hebben moeten oefenen, ze hadden te cultiveren. Met name is dat bekend van Demosthenes, de grote orator van oud-Hellas, die geen moeite en inspanning schuwde om zijn spraakgebrek te overwinnen om met het woord, dat hij voelde tot zijn volk te moeten spreken, zó bezielend en machtig de Atheners aan te vuren, dat ze uit hun lauwheid en apathie opwaakten en zich met enthousiasme gaven voor de vrijheidskamp.

Die man voelde het als roeping. In hem is te zien van wat het spreekwoord zegt: pectus, quod disertos facit, d.w.z. het hart maakt welsprekend. Ieder onzer zal dat wel eens hebben kunnen constateren bij mensen, die gedreven door een ideaal, in vakbeweging of op politiek terrein, soms in de gloed der overtuiging een welsprekendheid aan de dag legden, welke ontroerend was.

Het Evangelie Gods is machtig in de, wondere begenadiging des Heiligen Geestes, het hart oneindig rijker te bezielen dan welk ideaal van deze wereld. Waar de roeping Gods uitgaat tot een mens om te staan naar en in het allertreflijkste ambt, het ambt van dienaar des Woords — minister van de hoogste Koning ! — heeft die roeping in zich alles, wat moet dringen om het uiterste, wat men kan geven, in te zetten voor de , , verkondiging". De heilige roeping, de vocatio, vraagt de exercitio, de oefening. Als zo de Geest het hart ontsteekt in liefde tot het Evangelie en de zielen, wordt er geestdriftig en bezielend gepreekt. Dan verdwijnt het genus , , Praters", niet alleen onder de dominee's, maar evenzeer in de gemeente. Want ook daar zijn ze legio !

Ik betrok daar ook de gemeente bij de dingen, welke ons in dit verband het hart moeten raken. De eis om wèl te spreken is, naar we van Bavinck hoorden (zie vorig artikel) eis voor ieder christen. Daarom moet er wisselwerking zijn tussen de gemeente en haar leraar. Niet in de zin als ze er was in de oude kerk, waar de gemeente soms haar Instemming betuigde door applaus, gelijk Augustinus en anderen wel ten deel viel. Maar naar Paulus het vraagt, „en voor mij, dat mij gegeven worde " Dat gaat dieper. Dat vraagt van gemeente en predikant de weg naar het bidvertrek, en het gebed om het Woord wèl te spreken.

Ik haalde hiervóór aan het spreekwoord : pectus, quod disertos facit. Het is treffend waar. Uit het hart zijn de uitgangen des levens. En daarom, als dat hart begenadigd wordt door de Geest, dan gaat in dat hart de waarheid Gods leven, dan gaat Christus, de Waarheid, er leven en heersen over al die uitgangen. Dan komt er een spreken uit de schat des harten tot eer van Hem, Die , , veel schoner is dan de mensenkinderen" (Psalm 45 vs. 1). In Hem is de harmonie van woord en vorm.

Welsprekend zijn is niet hetzelfde als redenaar-zijn. Van Apollos wordt gezegd, dat hij , , een welsprekend man" was. Wellicht een redenaar, gevormd in de scholen van Alexandrië. Hij leerde zijn gave in dienst stellen van Christus, doordat Aquila en Priscilla hem onderrichtten , , in de weg des Heeren". Zijn gaven waren rijk. Maar zijn gaven waren het niet, die de , , velen" toebrachten tot het geloof. Dat deed , , de genade" (Handel. 18 vs. 24—28).

Die genade werkte ook door Paulus. Van hem staat niet, wat wij lezen van Apollos. Toch wist hij zijn woord te gieten in de vorm die ook de rhetoren van oud-Hellas, of Rome, eigen was. (Zie o.m. Handel. 26). Hij wist de Areopagus te boeien. Wie is meer, Apollos of Paulus ? In Korinthe waren er, die niet aarzelden in hun keus.

Beiden waren groot door Christus; ieder op zijn wijze welsprekend door de Geest Gods. Die tekent ons Apollos, niet om te imiteren, maar als hij, ons met wat God ons gaf, in te zetten voor Zijn Evangelie. Maar Paulus predikt nog onder ons door zijn brieven — hij was geroepen Apostel — waarin het exempel voor alle preek gegeven is in het: , , gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade". Waar dit gebed in het hart leeft, zal er zijn een zich beijveren om alle gave in te zetten voor het grote werk, en wordt  de preek welsprekend : , , een rede op zijn pas gesproken als gouden appelen in zilveren geheelde schalen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PREEK EN PREKEN 4

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's