Een gebed van een gevangene
en bekenne de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat!" (Efeze 3 vs. 19a).
De kruisheraut, Paulus, zit te Rome in de gevangenis. Niet langer kan hij het Evangelie alom verkondigen. Hij is aan banden gelegd. Denken we ons een ogenblik in, wat dit voor hem moet hebben betekend. Maar ook in Paulus' leven blijkt, dat het Woord van God niet gebonden is. Men zingt tegenwoordig veel een lied, dat heet: Er zijn geen grenzen aan Jezus' macht. En inderdaad, Hèm is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. En in Zijn koninklijke almacht weet Hij ook het verblijf van Zijn knechten en kinderen in de gevangenissen en in afzondering productief, vruchtbaar te maken voor Zijn eer. Zijn Koninkrijk en zo voor Zijn Kerk.
Behalve aan een Paulus te Rome, denken we als vanzelf aan de grijze apostel der liefde, verbannen op Patmos. Niet minder aan een John Bunyan, die in de gevangenis , , Eens pelgrimsreis naar de eeuwigheid" componeerde. Zie voor u een Maarten Luther, eenzaam ontvoerd naar de Wartburg, waar hij het Nieuwe Testament in het Duits vertaalt.
Zo blijkt niets te vallen buiten Gods voorzienig bestel. Zonder Hem is een paleis ledig, koud en vreugdeloos maar met Hem wordt een gevangenschap een paradijs. Want ook daar worden Gods kinderen geregeerd, niet door haat of nijd, maar door die Geest van liefde en vertroosting. Die in hun harten is uitgestort.
Wie zal ze scheiden van de liefde van Christus ?
Aan Paulus' gevangenschap te Rome hebben we verschillende gevangenschaps-brieven te danken, waaronder de brief aan Efeze. De gemeente te Efeze blijft voor Paulus onvergetelijk. Leest u eens na, wat hem, blijkens Handelingen 19 en 20, er wedervoer. Drie jaar achtereen had hij, met tranen, de mensen er vermaand, zich tot de Heere te bekeren. Op het strand van Milete heeft hij met de aldaar ontboden ouderlingen van Efeze geknield gebeden, voor en met hen.
Ook in Rome's gevangenis — terwijl niemand hem ziet, dan de Alziende alleen ! — knielt hij ; buigt hij zijn knieën, wat méér is: de knieën zijns harten voor de hoge God, Die hem is geworden : de Vader van onze Heere Jezus Christus.
In Efeze 3 is ons een kostbaar gebedskleinood van Paulus bewaard. Paulus is gegroeid, als een Johannes de Doper: Hij, Jezus Christus, moet wassen, en ik minder worden. In de grootste ootmoed noemt Paulus zichzelf niet alleen de geringste van alle heiligen en de voornaamste der zondaren, maar ook de minste der apostelen. En toch, hem is deze genade gegeven, om onder de heidenen, door het Evangelie, te verkondigen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus.
Paulus heeft een klaar gezicht op het eeuwen-lang verborgen geheim, dat in Christus Jood en heiden saamverbonden worden, krachtens verkiezende liefde, tot het éne lichaam van Christus : Zijn gemeente. En dat alles (vs. 10), opdat nu door de gemeente bekend gemaakt worde aan de overheden en de machten in de hemel, de veelvuldige wijsheid Gods ! Veelvuldige wijsheid, niet van menselijke makelij, en niet gemodelleerd naar de heersende modetheologie, maar „naar het eeuwige voornemen, dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus onze Heere!"
Paulus' banden en verdrukkingen moeten de gemeente te Efeze niet ontmoedigen, maar ze strekken ook haar tot eer en roem. Hij lijdt ook — in de navolging Christi — voor haar !
Het grote thema van Paulus' gebed in Rome's gevangenis kunnen we noemen : Gods raadsplan. Zijn heilsplan voor Zijn Kerk!
Daarin raakt Paulus niet uitgewonderd. Heel zijn gebed staat dan ook in het teken der aanbidding. Geen wonder, dat het slot een heerlijke doxologie, een lóf-verheffing bevat op die gezegende, prijzenswaardige God en Vader van Jezus Christus.
In Efeze 3 vs. 14—21 mogen wij ademen in de zuiverste wierook der gebeden. Het is een gebed, dat uit Gods Geest geboren, ook tot God wederkeert! En het is, om Christus' wil, de eeuwen door verhoord geworden. Want: Gods heilsplan gaat dóór. Ook al stoppen de vijanden Gods knechten in gevangenissen. Het Woord des Konings heeft eeuwige heerschappij in zondaarsharten.
In onze meditatie-tekst bidt Paulus de gemeente toe, dat zij bekennen mag de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat.
Het verstand laat immer na, de ware grond van het weldoen op te merken. En zelfs het geheiligd, vernieuwd verstand van Gods kinderen staat voor hoogten en diepten, lengten en breedten in het machtige Gods-werk ten behoeve van zondaren, dat men alleen, vol ontzag en in aanbidding kan uitroepen: O, diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennisse Gods !; hoe ondoorzoekelijk zijn Zijne oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen. (Rom. 11 vs. 33). En Psalm 139 zong ervan :
Hoe dierbaar zijn m' Uw wonderdaan ! Zij zijn onmoog'lijk na te gaan.
Ja, Gods wonderen zijn , , nlet af te malen". Eén van de grootste wonderen, die de eeuwen door stof tot aanbidding vormen, mag wel zijn : de liefde van God, en de liefde van Christus.
De Vader heeft de Zoon lief, en de Zoon de Vader. In de stille vrederaad nam de Zoon op Zich, Gods wil plaatsbekledend te volbrengen. Mens geworden, was het Zijn diepste begeren, al de wil Zijns Vaders te volbrengen. Van kribbe naar kruis ; van opstanding via hemelvaart en Zijn voorspraak-zijn bij de Vader, tot Zijn wederkomst; want de Vader heeft al het oordeel Zijn Zoon in handen gegeven.
We raken hier het hart van het Evangelie.
Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. (Joh. 3 vs. 16).
Alleen: ken uw ongerechtigheid, dat ge tegen God gezondigd hebt, en wil uw Rechter om genade bidden.
O, theoretisch-verstandelijk weten we het allemaal zo goed, dat de Heere Jezus alleen en volkomen zalig maakt van zonde en schuld. Maar hebben wij Zijn reddende kracht ervaren ? Zijn we bij God als onze Rechter geweest, met de schuldenlast, niet te dragen, voor Hem neergelegd ? Hebben we het vonnis aanvaard, omhelsd : de ziel, die zondigt, zal sterven? Is het Evangelie, blijde boodschap geworden voor uw ziel: om Christus' wil zal Ik, uw Rechter, thans uw Vadei: zijn, en op u niet meer toornen of schelden?
Laat ons enkele aspecten van die liefde van Christus nog nader bespreken. Het is een eeuwige liefde. Evenals de Vader Zijn Kerk van eeuwigheid beminde, stelde Zich Christus van eeuwigheid Borg voor haar. Neen, zij hebben Hèm niet uitverkoren, maar Hij heeft het hen gedaan. Het is een vrije, souvereine liefde, die geen oorzaak vindt in het schepsel, maar in Gods vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog. God heeft Zijn volk en Kerk lief, gedreven door dat eeuwige welbehagen, zodat Hij Zijn deugden en eigenschappen wil verheerlijken in zondaren. De deugd van Zijn recht, maar ook de deugd van Zijn liefde en genade. Zie dan de liefde van Christus ! Wie kan de diepte van Zijn nederdaling, Zijn menswording onder ons peilen ? Ten vólle kunnen wij deze diepte nooit en te nimmer begrijpen. Wij zien het, horen en ervaren er iets van, maar begrijpen doen we het niet!
Let eens op Christus' werk tijdens Zijn rondgaan op aarde. Hij keek om naar het verlorene. Die ons leven verlost van het verderf, zo zong Psalm 103 van Immanuël! God zoekt 't verlorene. Christus' liefde gaat uit tot de armen en ellendigen, lammen, blinden en kreupelen ; zonde-melaatsen, geestelijk-doden door de misdaden, roept en zaligt Hij.
Mateloze, eindeloze, gadeloze liefde ! In verrukking en aanbidding mag Paulus er zich in verlustigen. Hij wist van de schrik des Heeren. Hij is als dood neergevallen op weg naar Damascus. Maar ook werd hem geopenbaard en meegedeeld: de liefde van Christus. Ergens stamelt hij het uit: Die....mij! (eeuwig wonder!) liefgehad heeft, en Zich voor mij (eeuwige dankensstof!) tot in de kruisdood heeft overgegeven.
Lezer (es), wat is Christus u waard? Is Hij u reeds Alles geworden? Het is een reddende liefde. Toen Gods kind niet anders dacht, in het uur der afsnijding, dan voor eeuwig te zullen wegzinken in de oorden der rampzaligheid, kwam die dierbare Borg tussenbeide. De Heilige Geest verklaarde Hem niet alleen, maar deelde Hem mee aan het hart. Hij is een geschonken Borg, onze Koning is van Isrels God gegeven! Laten we bedenken, dat we met een gestolen Jezus niet sterven kunnen; ook niet met het belijden met verstand en lippen volstaan kunnen De apostel zegt ergens : wij geloven met het hart en belijden met de mond. Liefde is geen zaak, om te beredeneren, maar om zalig te ervaren.
Gij, zegt een Hiskia, hebt mijn ziel lieflijk omhelsd. Christus werd Borg voor hem. Onze tekst spreekt er dan ook van, dat de Efeziërs zouden bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat. Bekennen houdt meer in zich dan: kennen (zoals de N.V. vertaalt). Bekennen drukt een gemeenschap, een deelgenootschap uit. Het bekennen der liefde gaat de kennis te boven. Als uit de rechtszaal, wordt Gods kind in de trouwzaal geleid. God spreekt om Christus' wil de zondaar vrij van vloek en doem. Door de wet sterven ze aan de wet. En nu verwijst God ze naar de Zoon: Deze is Mijn welbeminde Zoon, hóórt Hem ! De Heilige Geest verbindt ze tesamen. Christus, als Borg, wil Zijn in zichzelf zwarte bruid met Zich ondertrouwen in geloof!
Onbegrijpelijke, onnaspeurlijke liefde! Verwondering en aanbidding vervullen de harten dergenen, bij wie deze Ziele-bruidegom binnenkomt, en met Hem God als Vader, verzoend en bevredigd door het bloed van Zijn Zoon. Uit het klaaghuis voert Christus de 'bruid in het wijnhuis, en ze roept uit:
God heb ik lief, want die getrouwe Heer', hóórt mijne stem, mijn smekingen, mijn klagen!
Liefde wekt immers weder-liefde. Ik heb lief ! Een vijand van God, zonder éen grein ware liefde, krijgt God lief in Zijn deugden. Het verstand begrijpt het niet. U begrijpt het zelf niet. Dit werk is niet uit de mens te verklaren; het is door Gods alvermogen, door 's Heeren hand alléén geschied.
De liefde van Christus bekennen, dat betekent: jezelf in en aan Hem verliezen. Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus lééft in mij ! Ons leven, belijdt Paulus, is met Christus verborgen in God. Hij is de mijne en ik ben de Zijne ! Wie zal ons scheiden van deze liefde ? God Zelf heeft Zijn Sion begeerd als woning, om aldaar geëerd, Zijn heerlijkheid te tonen ! Wie eenmaal Hem toebehoort, zal niet meer verloren gaan. Christus' liefde houdt al Zijn schapen in Zijn handpalmen vast; daar zijn ze Hem, n.l. door den Vader, toebetrouwd; ja, erin gegraveerd.
Lezer (es), hoe staat ge tegenover deze liefde?
God is liefde ! Inderdaad, maar heilige liefde voor de onbekeerde zondaar. Hij is vol zegenende liefde over degenen, die zich tot Hem bekeren, Hem zoeken. Zijn hulp verbeiden, en door Immanuël zich laten leiden. O, legt uw vijandschap tegen vrije genade eens af. Zoekt niet langer uit de werken uw gerechtigheid voor God op te bouwen. Kom eens zoals ge zijt, gans hulpeloos, tot Hem gevlucht! De Kerk bidt het u toe en bidt om het 'behoud van nog menige zondaar : wij bidden van Christuswege, alsof Gód door (middel van) ons bade: laat u met God verzoenen! Het kan nog. Het is nóg genade-tijd. Eenmaal, wie weet hoe spoedig reeds, zal het te-laat zijn. Onbekeerd te moeten sterven, vreselijke zaak ! Weg te zinken onder Gods doemvonnis : gaat weg van Mij!, Ik, heb u nooit gekend. Roept Hem nog aan in de dag van uw benauwdheid.
Hij kan en wil, en zal in nood ; zelfs bij het naad'ren van de dood, volkomen uitkomst geven!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's