Wet en Evangelie
Zaterdag 24 September j.l. kwam de landelijke kring van Hervormd-geretormeerde intellectuelen voor de vierde maal te Utrecht bijeen, om te luisteren naar een referaat van prof. Severijn onder bovengenoemde titel.
Het opwerpen van de vraag naar de volgorde van Wet en Evangelie, aldus prof. Severijn, is uiting van een geest, die zich door de eeuwen heen telkens weer voordoet als een bestrijder van het strenge oordeel Gods over de mens en van het Evangelie van de souvereine genade Gods. Ook de nieuwe theologie plaatst het Evangelie vóór de Wet, als consequentie van een geheel andere beschouwing van fundamentele geloofsstukken als : de schepping en bestemming van de mens, zijn val, de waardering der zonde, en dientengevolge ook aangaande de herschepping, de verzoening en rechtvaardigmaking, heiliging en toekomstige heerlijkheid.
In het Nieuwe Testament wordt met , , Wet" niet altijd een zelfde omvang aangeduid. Het kan betekenen het Oude Testament zonder de profeten (Matth. 5 VS. 17 en 11 vs. 13), met de profeten (Matth. 5 VS. 18), de Mozaïsche Wet Matth. 12 VS. 5), terwijl ook de psalmen er onder kunnen vallen (Joh, 10 vs. 34). Het woord Thora, waarover het hier gaat, betekent: de openbaring Gods, en de Schrift als opgetekende openbaring. Men mag zo Wet en Evangelie niet als tegenstelling zien, omdat het Evangelie reeds in de Wet ligt.
De Wet profeteert, de Wet oordeelt, uit de Wet is de kennis der zonde, de Wet is heilig: ons ten leven gegeven, doch ten dode geworden, de Wet is geestelijk.
De Wet heeft in de eerste plaats betrekking op God Zelf, Zijn deugden en Zijn eer, maar dan ook op de mens, wiens wezen krachtens .zijn schepping naar Gods beeld in dat beeld Gods ligt. Zo ook geeft God aan Israël eerst de Wet, welke dus aan het begin staat van de weg des heils, die zal opengaan door de vervulling der Wet, waaruit het Evangelie als blijde boodschap opkomt.
Al zijn deze dingen geschied krachtens het welbehagen Gods om de mens niet aan het verderf over te geven. God begint dan toch met de Wet, die een opvoeder is tot Christus. Wij moeten niet tot kennis van God en van onszelf willen komen buiten de Wet. Wat wel wordt aangevoerd om deze orde te ondermijnen, is niet steekhoudend. In het Paradijs al leefde de mens onder de Wet, Gods wil geopenbaard in gebod en verbod. (Gen. 2 vs. 16, 17). De wetgeving op de Sinaï is een hernieuwde genadedaad, omdat de gevallen mens de kennis van God en van zichzelf door zijn ver duisterd verstand heeft ingeboet. Zo staat de Wet altijd aan het begin.
De bestrijding van de volgorde Wet- Evangelie waardeert de eerste Bijbelhoofdstukken als mythische visie, en gaat uit van een beoordeling van de mens, zoals hij nu bestaat, als normale situatie.
Ten aanzien van de dienst der Wet merkte prof. Severijn op, dat de Wet in de genadebedeling een rol speelt vanwege het recht der Wet.
De eerste dienst der Wet is, de mens te overtuigen van zijn eigen zwakheid en onreinheid.
De tweede taak der Wet is, de mens te weerhouden van een ongebreideld toegeven aan de macht der zonde.
Het derde gebruik der Wet heeft plaats bij de gelovigen ; dus geen afschaffing van de Wet voor hen, die gerechtvaardigd worden, maar een leiden tot heiliging, anders dan bij de Lutheranen, bij wie alle aandacht geheel op de rechtvaardigmaking valt, zodat het stuk der heiligmaking in het gedrang komt en ook voor de tertius usus der Wet geen plaats is.
De huidige theologische meningen staan onder invloed van deze Lutherse opvattingen.
De Wet moet vervuld worden, daarin ligt de' weg des behouds en de grond der zaligheid.
Wie moet de Wet vervullen? De mens, of: de menselijke. natuur. Daarom heeft God Zijn Zoon gevonden in het vlees om de Wet te vervullen en aan het recht der Wet genoeg te doen. Denken we aan de Wet in de ruimste zin, dan betekent dit tevens de vervulling van alle beloften Gods onder het Oude Verbond, de vervulling van de Raad des- Vredes. Zo is niet alleen de gerechtigheid in Christus, maar alle beloften Gods zijn in Hem ja en amen.
Wat wil men nu de vervulling der Wet, het Evangelie, vóór de Wet plaatsen? Zelf geeft God eerst de Wet, terwijl de vervulling der Wet door Christus de toegang opent naar het Vaderhuis.
Op het referaat, dat met grote aandacht werd gevolgd, sloot een bespreking aan, waaraan door een zestal aanwezigen werd deelgenomen.
Als datum voor de volgende vergadering werd vastgesteld Zaterdag 21 Januari 1956, waarbij als onderwerp zal worden ingeleid: De invloed van de industrialisatie op de Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's