De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIE POOLSE JONGEN

Feuilleton

7 minuten leestijd

DOOR JAC. OVEREEM

Mika liet ze even wijs als ze waren en maakte er grapjes van, die kant, noch wal raakten.

Hij wilde een oude fiets zien te krijgen en zo over de Atlantische Oceaan naar Amerika sporten, had hij gegrapt.

Vanzelf moesten de eenvoudige boeren daar dan erg om lachen. Maar Mika vond 't goed.

Alleen zijn echte plannen hield hij voor zich. Daar had niemand, dan alleen z'n moeder mee te maken.

Moeder was zijn liefste wezen. Zij had uitvoerig over vader verteld en hij wist dat zij nog van hem hield.

Op een morgen zei hij: Moeder, ik ga vandaag naar Breslau. Ik kom weer terug, maar ik wil eens gaan kijken. Ik moet 't reizen leren.

— Maar jongen, Breslau ligt niet vlak naast de deur! Weet je dat ?

— Engeland ook niet, en dat weet u ook, zei Mika vlug.

— Dat is waar, lachte Clauda. — Jij hent me er een! Ga maar, hoor.

Clauda zocht een flinke tas op, die hij -gemakkelijk om de schouder zou kunnen hangen en begon direct maar brood voor hem klaar te maken.

— Kijk hij zich eens wassen onder de pomp, zei ze toen ze door het raam naar buiten keek. Hij staat toch nergens voor.

Alhoewel de Meimaand in het land was en deze het aanzien van veld en beemd veranderd had, was het nog tamelijk fris.

Clauda legde zijn jasje klaar. Hij had een behoorlijke broek aan. Die had ze zelf gemaakt van een oude soldatenjas.

Mika haalde flink de blauwe handdoek langs z'n gezicht.

Zo, daar was hij lekker van opgefrist.

Hij ging eens naar z'n fiets kijken of die in orde was. De banden waren nog behoorlijk hard. Dat zou wel gaan.

Hij liep naar binnen. —• Ik ben zover, moe !

Clauda hielp hem de jas aantrekken en slingerde hem de broodtas over de schouder.

— Als iemand verre reizen doet, dan kan hij wat verhalen, zei moeder lachend. — We zullen zien, wat er van komt.

Mika liep nog eens over het deeltje waar grootvader de koeien borstelde.

— Nou opa, ik smeer 'm, zei hij laconiek.

— Dag Mika, tot vanavond dan maar.

Mika deed de knopen van z'n jasje dicht en zette z'n wollen muts op.

Buiten stond de snelle racefiets. Hij omhelsde z'n moeder.

— Dag.hoor, vent. Niet te laat thuis, hoor.

— Daaaaag ! beloofde hij, waarin opgesloten lag, dat hij z'n best zou doen.

Daar ging hij dan.

Clauda keek hem na, tot hij om de hoek van de schuur verdween.

Waar was de tijd gebleven? De tijd, dat hij lag als baby in de wieg, terwijl zij bij hem zat onder de lindeboom.

De jaren gaan en keren nooit terug.

Mika reed met een rustig gangetje de hobbelige straatweg op.

De zon kroop juist over de heuveltop. Hij voelde haar warmte op z'n handen en gezicht. Dat was fijn. Vóór hem lag de tocht. Een paar uur fietsen ging er mee heen, had hij gehoord van de zoon van Klovars.

Dus kon hij tegen een uur of tien in Breslau zijn. Het was niet druk op de weg. Zo nu en dan passeerde hem een vrachtauto.

Hij voelde eens naar achteren onder z'n jas. Zijn dolk zat nog stevig in het étui.

Toen hij op de grote weg kwam, werd het veel drukker. Voor het merendeel waren het legerauto's. Soms schoten ze rakelings langs hem heen.

— Pas op Mika! Dat scheelde niet veel, zei hij tegen zichzelf.

Eigenlijk gevaarlijk, een straat zonder een behoorlijk fietspad. De fietser kon er per gratie, gebruik van maken.

Soms voelde Mika de neiging in zich opkomen, achter de bomen te fietsen, maar dat ging toch niet. Er was geen pad. Wel kuilen en gaten.

Telkens als er getoeter weerklonk, waarna de één de andere auto passeerde was het echt levensgevaarlijk.

Mika zette er nu flink de gang in.

Straks zou hij op de hoofdweg naar Breslau komen. Dan was rechtuit-rechtaan.

De zon rees al hoger. Mika's oren gloeiden onder zijn muts. Hij greep het ding van z'n hoofd en duwde het in de tas. Hij haalde even z'n vingers door z'n haar.'Zó, dat was een opluchting.

Zonder ongelukken bereikte hij de stad. Eerst was het vrij rustig. Een half uur fietste hij door een deftige straat met aan weerszijden villa's. Melkboeren stonden geduldig met hun pan te wachten, tot het dienstmeisje hun de orders kwam brengen.

Mika nam alles in ogenschouw. Hij wilde zo'n stad eens goed opnemen.

Ginds was een vijver en daarom heen een kring bomen, als een beschermende gordel. Hier en daar stond een bank voor de wandelaars.

Wat was het daar rustig en stil.

Mika stapte van z'n fiets en zette die tegen een boom.

Hij was wel een beetje moe. Wat ontspanning zou hem goed doen.

In het water was 't één en al leven en beweging. Enige tientallen kwakertjes leken wel bezig met een vrolijk spel.

Mika liep naar de kant van het water. Hij zag hoe de kwakertjes hem als spelbreker aankeken, alsof ze tevens zeggen wilden: •— bemoei je niet teveel met ons doen en laten. We leven hier op een vrijgevochten waterplas.

Mika greep naar z'n tas en haalde er een boterham uit. Daar zouden ze wel wat van lusten, dacht hij.

Maar ook hij zelf was er niet afkeurig van.

Hij wierp een paar brokjes van het brood in het water en toen volgde een vrolijke wedstrijd.

Met plezier stond Mika er naar te kijken, terwijl hij zelf een flinke hap van het brood nam. Hij proefde de boter tussen het hartig laagje worst.

Moeder had weer goed voor hem gezorgd, merkte hij. Ja, moeder was altijd goed voor hem geweest. En vader zou hij ook eens ontmoeten, maar wanneer ? Het leek hem niet zo eenvoudig. Dat ijzeren gordijn stond hem danig in de weg. Maar hij was er nog niet aan toe. Eerst nog iets meer van de wereld zien. Een grote stad eens bekijken. Eens zien wat de Russen eigenlijk uitvoeren en zo... . En dan straks naar Engeland!

Vader was in Engeland. Vader, over wie hij in Siberië voor het eerst had horen spreken. Waar het verlangen in hem was beginnen te groeien en dat nu eindelijk zou worden vervuld.

Engeland!

Het leek hem een eind weg. Nog een zee over. Soms wilde hij het uit z'n hoofd zetten, maar dat kon hij niet. Vader zat dieper dan z'n hoofd. Vader had een plaats in zijn hart. En het verlangen was soms ondraaglijk; hem te zien en met hem te «preken.

Mika werd uit zijn peinzen opgeschrikt door het plotselinge loeien van sirene's.

Ginds om de hoek van de straat kwamen rijen vrachtauto's, die langzaam verdwenen in de richting vanwaar hij gekomen was.

Mika sprong op de fiets en koerste verder de stad in.

De deftige straat liep ten einde. Aan de grotere drukte en de hoger wordende huizen, merkte hij, dat hij de binnenstad naderde.

Maar wat was dat daar ?

Het wemelde er van politieagenten. Een oudere man die hem voorbij fietste zei: — Maak dat je weg komt, dat zijn commumisten!

— Zo, dacht Mika, communistische politie-agenten.

Daar had hij 't helemaal niet op begrepen. Die hadden het op alles voorzien.

Onwillekeurig zette hij er de gang in; maar het was al te laat.

No. 34

(Wordt vervolgd);

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's