De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

CRISIS DER ZENDING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CRISIS DER ZENDING

8 minuten leestijd

IV

Wij moeten nu aandacht schenken aan een ander feit, dat de situatie voor de zending mede bepaalt, n.l. aan het optreden van de Islam. Deze raadselachtige religie met meer dan 260 millioen aanhangers over de gehele wereld, omvat ook 't grootste deel der Indonesische bevolking (ongeveer 90 %). Wie de geschiedenis bestudeert, staat steeds weer verbaasd, als hij ziet hoe het Mohammedanisme na z'n ontstaan, in korte tijd grote triomftochten maakte naar het Zuiden en het Oosten en hoe verwonderlijk snel het beslag wist te leggen op grote delen van Azië. Na die eerste dynamische periode trad echter verstarring in. De Islam verkeerde in een sluimertoestand, die tot enkele tientallen jaren geleden heeft geduurd.

In onze tijd is door het binnendringen van het Westen ook de Islam wakker geschud. Enkele bewegingen, die ijverden voor vernieuwing van het oude geloof, deden zich voor. Sommigen verkondigen de gedachte, dat de gehele wereld voor de Islam gewonnen moet worden, het z.g. Pan-Islamisme.

Opmerkelijk is nu dat deze godsdienst gemakkelijk verbindingen aangaat met het nationalisme. Vroeger sluimerde de Islam rustig in een simpele, landelijke maatschappij, zonder veel vuur of ijver, veel heidense elementen in zich opnemend. Maar thans is dat niet langer mogelijk. Heroriëntering is eis des tijds. . Waar het Oosten politiek en sociaal geschokt werd, kon een schok op religieus gebied niet uitblijven. Gevolg was, dat de krachten der Islam gemobiliseerd zijn en volop deelnemen in de Oosterse strijd.

Uiteraard kent ook deze godsdienst elementen, die een rustig, beschouwelijk, mystiek bestaan bepleiten. Maar zeer veel Moslims willen nu een vooruitstrevende, moderniserende gedragslijn volgen en tot op zekere hoogte Westerse ideeën in zich opnemen. Van invloed was hier o.m. de Muhammadyahbeweging, die in 1-912 is opgericht. Deze verzet zich tegen een doodse vormendienst en legt de nadruk op een persoonlijke geloofservaring. Daardoor tracht zij de verwereldlijking en uitholling van het leven op te vangen. Waar zij het verouderde afweert en nieuwe actie bevordert, heeft zij de instemming van vele jongeren.

Zo zijn er meer bewegingen binnen de Islam te onderscheiden. Die links zijn gericht, zijn gebundeld in de Darum-Islam (huis der Islam = de staat). Dit is een zeer felle partij, die een staatsstructuur wenst volgens de voorschriften van de Mohammedaanse wetten, ontleend aan de Koran, het heilige Boek. De Masjoemi, eveneens een zeer grote partij, is verdraagzamer, maar vertoont ook weer een linker en een rechter vleugel. In de eerste plaats zetelt in de regering de nationale partij van Soekarno, die een overwegend Mohammedaans aantal leden telt. Waar men ook heenziet, overal is op te merken, dat de Moslims zich hun vitale kracht terdege bewust zijn. Er gaan zelfs stemmen op om de Islam als een derde macht te beschouwen tussen het Russisch communisme en het Amerikaans kapitalisme in.

Wat dit alles voor de zending betekent? Bekend is, dat de zending doorgaans zeer weinig vat heeft op Moslims, meestal ging zij de ontmoeting met hen uit de weg. Onder de heidense volksstammen won zij gemakkelijker veld, terwijl zij bij de Islam op een ondoordringbare muur stuitte .Maar in de komende tijd zal de zending niet langer om de Islam heen kunnen lopen. De kleinere primitieve religies, ook die der Toradja's, storten de een na de ander ineen en voor velen is er tegenwoordig maar één alternatief overgebleven : Christendom of Islam. Ongetwijfeld zal de komende Indonesische staat, althans grotendeels, de trekken van een Islamitische staat vormen.

De christenen zullen dan telkens bemerken. De tegenstellingen zijn in beginsel zeer wezenlijk en diepgaand. Beide, het christelijke geloof en het islamitische, hebben totalitaire aanspraken (in onderscheid met andere heidense godsdiensten, die zichzelf veel gemakkelijker betrekkelijk achten). Maar terwijl de Islam door en door verstandelijk is, kent het christelijk geloof een veel meer innerlijke, geestelijke beleving. Terwijl de eerste een starre wet predikt, predikt het andere het Evangelie. Terwijl de Mohammedanen geen persoonlijke vrijheid kennen vanwege de allesvernietigende souvereiniteit van Allah, weten wij van persoonlijke verantwoordelijkheid en van vrijheid in gebondenheid. Zij werken voor een rijk op deze wereld, wij binden ons niet aan deze wereld. Kortom, het gaat om een volstrekt afwijzen of aanvaarden van het Kruis.

Wanneer wij ons op al deze zaken bezinnen, komt tenslotte voor de zending één dringende vraag naar voren : hoe zal het gaan met de godsdienstvrijheid in dit gistende Oosten ?

De positie van de zending en van de jonge christelijke kerken is in het geding. Overal wordt gevochten voor vrijheid, maar dreigen de christenen hun vrijheid te verliezen? De nationale opleving in Indonesië verbindt zich graag met sommige godsdiensten, echter niet zozeer met de christelijke, althans niet wezenlijk.

Daarbij moet er onzerzijds steeds op gewezen worden, dat het christelijk geloof niet slechts verzoekt om geduld te worden (dit wil men desnoods wel), maar aanspraak maakt op de principiële vrijheid tot bekering en tot de overgang naar het Evangelie voor ieder, die dit wenst.

Toen in 1948 voor de Verenigde Naties de z.g. Declaration of Human Rights, de verklaring der menselijke rechten, werd opgesteld, handelde art. 18 daarvan over de godsdienstvrijheid. Hiertegen kwam toen van drie kanten oppositie : van het communisme, van het Rooms Katholicisme en van de orthodoxe Islam. Zeer kenmerkend ! En bepaald voor Indonesië ook verontrustend. Gelukkig bestaat tot heden in de practijk meer godsdienstvrijheid dan uit de leer op te maken zou zijn. In Indonesië is er, voorzover de Republiek, democratisch wil zijn en wil meedoen in het internationale leven, een zekere soepelheid. In een voordracht, die Soekarno onlangs hield aan de universiteit te Djakarta, zei hij tot zijn Mohammedaanse vrienden, dat zij de christenen, die net als zij voor de vrijheid vochten, moesten eren om hun grote offers en waarderen als leden van de familie der vrije Indonesische volksgemeenschap. En dr. Leimena, oud zendingsarts, vroeger minister van volksgezondheid, legde er onlangs de nadruk op, dat de christenheid, 3 %  van de bevolking, toch niet als een minderheid tegenover een Mohammedaanse meerderheid gezien moet worden. Zij wil bewust deel uitmaken van de nationale staat. Feit is dan ook, dat de meeste christen-Indonesiërs geen reden zien om hun nationale gevoelens te verloochenen. Daar hebben ze inderdaad 'n zeker recht op (willen wij zelf óok niet bewust Nederlanders zijn !), mits zij maar blijven bedenken, dat het christelijk geloof uiteindelijk niet is gericht op een koninkrijk van deze wereld.

Er blijft reden tot zorg. Immers een moderne democratie lukt tot heden niet te best in het Oosten, En als de Republiek meer en meer het karakter gaat aannemen van een godsdienstige staat, i.e. een Islam-staat, is dat, met voorbeelden van elders voor ogen, niet bemoedigend. Het vraagstuk der godsdienstvrijheid zou dan op z'n best behandeld worden als het vraagstuk van gewetensvrijheid voor minderheden. De kerk wordt dan als een apart en eigenlijk sociaal inferieur deel van het volk bezien. Ook in het nationalisme schuilt gevaar. Men wil b.v. belangrijk christelijk werk, zoals onderwijs, medische en sociale zorg, aan de staat trekken. En de haast pseudo-religieuse kracht van het Indonesische vrijheidsstreven, kan een conflict wekken tussen het kerklid-zijn en het vaderlander-zijn.

Opvallend is ook de neiging tot syncretisme in Azië. Men wil dan aan de staat een syncretisch-godsdienstige onderbouw geven. Elke godsdienst vindt waardering, mits zij medewerkt aan het ideaal van de staat! Een voorbeeld : onlangs circuleerde een plaat, waarop Christus als religieus leider stond afgebeeld naast Gandhi, Buddha en Krishna ! Aan zulk een vanouds bekende verzoeking mag de kerk nooit toegeven.

Zo staat de zending in de crisis van het Oosten. Veler optimisme uit vroeger jaren is voorbij. Enige jaren geleden sprak men op een internationale zendingsconferentie veel over gesloten deuren. Oude mogelijkheden om te werken worden afgesneden, nieuwe weerstanden worden sterk. Intussen rijpen de jonge kerken in het Oosten snel tot volwassenheid en nemen zij de leiding van ons over. Zal de zending zich straks moeten terugtrekken? Nu nog roepen zij om hulp, ook de Toradja-kerk op Celebes.

Zij roepen om scholing voor inheemse predikanten om zelf de kudde te kunnen weiden in het Woord Gods, ook, om zelf verder zending te drijven. Zij roepen om christelijke lectuur (preken. Catechismusverklaring, dagboeken, enz.) om aan het volk een positief tegenwicht te geven tegen de scheepsladingen slechte en vuile lectuur, die van elders wordt aangevoerd. Hier liggen grote kansen voor ons, want zij hunkeren naar kennis en willen van alles lezen en onderzoeken. Zij roepen om goed onderwijs voor hun kinderen, en om dokters en zusters, die vol erbarmen hun handen naar hen uitstrekken in hun vaak zo ellendige omstandigheden. Zij roepen tot ons, niet om voogden en leiders, maar om broederlijke medearbeiders.

Vooralsnog ligt daar dus voor ons in Nederland een zeer grote taak, die veel liefde, levend gebed en waardige offers vergt; . Zending zij en blijve ons een heilige opdracht des geloofs, in vertrouwen op die God, die door gesloten deuren heenbreekt en midden in de crisis van onze dagen onverminderd doorwerkt. Hij roept en kent degenen, die de Zijnen zijn en in Christus is noch Jood noch Griek, noch dienstbare noch vrije. (Gal. 3 vs. 28). Juist in de meest benarde situatie maakt Hij Zijn Naam groot!

Zending is bij uitstek een werk der laatste dagen. Niet, dat dan de vruchten zo spectaculair en opvallend zullen zijn tussen de machten van onze tijd. Maar in de eeuwigheid zullen zij rondom Gods troon openbaar worden. Alleen met een geloof, dat daarop gericht is en dat ook heden afleert om op mensenkinderen te vertrouwen, kan onze taak volbracht worden. Het Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken, - en dan zal het einde komen. (Matth. 24 VS. 14),

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

CRISIS DER ZENDING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's