De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Sichem of Bethel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sichem of Bethel

7 minuten leestijd

Daarna zei God tot Jacob: „Maak u op trek op naar Bethel en woon aldaar". (Genesis 35 vs. la.)

Vader Jacob is teruggekeerd uit de ballingschap bij zijn oom Laban. Hij heeft zijn tenten opgeslagen in de buurt van Sichem. Hij heeft de pinnen blijkbaar zeer vast geslagen, want God zelf moet hem tot opbreken manen.

Het schijnt nu alles in orde te zijn. De vrede met zijn broeder Ezau is getekend. Hij heeft een groot gezin. De belofte, eens aan Abraham gedaan, kan overgaan op zijn nageslacht. Zo is die worsteling van zijn grootvader hem vreemd en onbekend. Ook woont hij in het land Kanaan, het land der belofte. Vrede heeft hij met allen, die rondom hem henen wonen. Hij bouwt zelfs een altaar.

Toch is Jacob geheel buiten de weg. Hij moest in Bethel wezen, naar z'n belofte. Hij heeft zich niet op de borst te slaan, noch gelukkig te prijzen. Jacob is buiten de weg ; hij loopt niet in Gods gareel, maar op zijn eigen pad!

Wat is vader Jacob hier echt mens : Een mens, die tevreden is als hij geen strijd kent en rustig kan voortleven. Eén, die roept: , , Vrede, vrede en geen gevaar". Gods genade heeft hij niet nodig en hij bouwt op zijn eigen werken. Zo staat het er toch met Jacob bij, als hij wijst op de verzoende houding met zijn broer; op de vrede rondom; het gekochte, eigen land en het altaar der dankbaarheid! Wat ontbreekt mij nog, dat ik zou missen ? 'i

Jacob mist echter alles, omdat hij buiten Gods— weg is. Zijn zelfvoldaanheid is zijn ellende en zijn dankbaarheid is Gode een gruwel: Niet dat zelf gekochte en zelf verdiende land hij Sichem, maar het door God geschonken en door God gewilde Bethel zal de woonplaats der ruste wezen.

Dat moet Jacob leren, want God heeft hem vast. Hij zal hem er brengen : Hij laat ook met Jacob het werk, dat Zijn hand begon, niet varen ! Zwaar zal de weg wel wezen, maar bewandeld moet ze worden; God zal hem thuisbrengen, opdat Hij de eer alleen zal krijgen en Jacob slechts beschaamd zal zijn, als hij Gods daden moet aanschouwen.

Een moeilijke weg, want Jacob heeft een harde hand nodig om uit zijn doodse rust opgeschrikt te worden! Allerlei verwikkelingen worden zijn deel. Die komen dus niet bijgeval, maar door Gods wil. Er gebeurt dan ook nooit iets bijgeval : Ook die tegenslag in uw zakenleven niet, die ziekte in uw gezin, die donkere dagen vol strijd, angst en aanvechting niet. Geen van al uw plagenstaat op zichzelf: 't Is Gods hand, die met u bezig is.

Mocht ge dat slechts, verstaan om dan open oor en ontsloten hart te ontvangen voor de stem des Heeren, die u tot hetere dingen wil lokken en leiden !

Zo gaat het Jacob ook. De moeilijke, niet gezochte, noch gewilde weg komt, móét komen.

Daar is Dina, die het gezin te schande maakt: Ze geeft zich al te snel aan de zoon van Hemor, de koning van Sichem. De jongen wil wel met haar huwen, maar de schande ligt er. Een zware slag voor vader Jacob : Eén dochter, en dan zo!

Simeon en Levi nemen dat niet en, als ze hun tijd gekomen achten, moorden ze Sichem uit wraak over het gebeurde geheel uit en ze roven wat ze roven kunnen. De éne zonde stapelen ze op de andere tot een groot verdriet voor hun vader.

Om dit gebeuren overvalt Jacob daarenboven de angst, dat het nu afgelopen is met de rust en veiligheid voor hem en de zijnen. Wat zullen de volkeren van Kanaan doen, als ze horen, wat z'n kinderen deden ? Zal hun leven nog één moment veilig zijn ?

Zo is Jacob vastgelopen in zijn ongehoorzaamheid, want alles komt op hemzelf af: Was toch naar Bethel, 't Huis Gods, gegaan. Dat was een veilige woonstede geweest onder Gods eigen bescherming en nog wel naar uw eigen belofte, afgelegd toen God u verscheen op uw vlucht voor Ezau!

In deze, schier hopeloze situatie, spreekt de Heere de woorden : , , Maak u op, trek op naar Bethel en woon aldaar". De Heere Zelf wijst hem de weg naar de vrijheid en de vrede. Hij verkondigt Zijn evangelie ! Ja, daar zal Jacob een altaar mogen bouwen, een dankaltaar, niet meer voor zijn eigen deugden, maar voor Gods genade en goedheid.

Zo keert God alles om in het leven van deze mens. Maar of Jacob er blij mee geweest is ? Hij heeft gebeefd, meer dan ooit tevoren! Want opbreken en naar Bethel gaan betekent dat hij kwetsbaarder wordt dan ooit tevoren ! De vijanden zullen vrij spel met hem hebben op het vlakke veld:

„Duizend zorgen, duizend doden Kwellen zijn angstvallig hart".

' Toch kan hij niet loskomen van Gods gebod ! Hij wordt er werkzaam mee en dan is het einde dat hij opdracht geeft om alles voor vertrek gereed te maken en naar Bethel te gaan..

Dat is de wonderlijke werking van 's Heeren Woord : Het legt beslag op een mens; het veroordeelt hem en klaagt hem aan. Het beveelt hem ook en eist van hem. Maar gelukkig als we onder dat beslag komen en de eis ons onder haar dwang hrengt: Dan kunnen we er niet meer van loskomen en moeten we gehoorzamen. Geen overwegingen, geen gevaren spreken meer mee : alleen het gehoorzamen blijft over.

Maar laten we dan zien met Wien we te doen hebben : Geen harde God, geen onverbiddelijke tyran, maar een liefdevol Leidsman, ook al lijkt het of we ten dode zijn opgeschreven.

Zo gaat 't Jacob ook: De gevaren zijn niet gering, maar hij weet met Wien hij te doen heeft. Hij noemt Hem „die God, die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid en met mij geweest is op de weg, die ik gewandeld heb".

Hij denkt aan de dagen van ouds, aan de tijd, dat het hem goed was nabij God te zijn. Ziende op Hem gaat hij naar Bethel. Hij doet de vreemde goden weg en roept allen op, om zich te reinigen en de klederen te veranderen. Zó alleen kunnen ze mee optrekken naar Bethel, huis Gods : Alles, wat met Gods heiligheid niet kan bestaan, moet weg. Niets mag er zelfs nog maar wijzen op een hinken op twee gedachten. Alleen de Heere en niemand meer mag hun hart vervullen: Zo gaat het naar de plaats der belofte en rust, naar het heilig dankaltaar. Het is de door God gewilde en gegeven plaats, waar Jacob slechts Gods genade kan prijzen.

Op dan naar Bethel en weg van Sichem ! Weg van de wereld, want talloos vele zijn de gevaren, die daar lichaam en ziel bedreigen. De Heere roept het u toe, voor 't eerst en bij vernieuwing, opdat het u wèl ga. Kies dan het leven en kies de dood niet!

Zijt ge op weg ? Ge kondt niet anders dan optrekken en scheiden van 't uwe ? 't Valt u niet gemakkelijk en u vreest ? Lees dan, hoe God zal zorgen: , , En zij reisden heen; en Gods verschrikking was over de steden, die rondom hen waren, zodat ze de zonen van Jacoh niet najoegen" (vs. 5) ! De vijanden zijn niet machtiger dan God toelaat en goed acht tot beproeving en loutering.

Eens wordt Bethel, echter bereikt Dan is de strijd volstreden, het leed geleden. Dan wordt het heilig dankaltaar opgericht: Nu in deze wereld door de drang des Geestes en tot gehoorzaamheid in een leven der dankbaarheid.

Zeker, met vallen en opstaan, in een afsterven van de oude mens en een opstaan van de nieuwe. Maar straks volkomen en ongestoord:

„Dan ga ik op tot Gods altaren. Tot God, mijn God, de bron van vreugd. Dan zal ik, juichend, stem en snaren Ten roem van Zijne goedheid paren. Die, na kortstondig ongeneugt. Mij eindeloos verheugt".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Sichem of Bethel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's