De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIE POOLSE JONGEN

Feuilleton

2 minuten leestijd

DOOR JAC. OVEREEM

Mika was in zijn gedachtenwereld jaren ouder. Er groeide in hem een zucht naar vrijheid, die niet te temmen was. Hij beet de tanden op elkaar. Hij was niet bang, maar een overmacht velde hem neer. Hij was gevangen man.

Daar stond het brood. Vooreerst nog niet! Vooreerst nog niet!

Hij, brood eten van die ploerten ! ? Het kon bijna niet. Alleen de honger zou hem er toe drijven. Honger is een scherp zwaard; daar hebben duizenden mensen hun geweten om verkocht.

Hier, in deze cel van drie bij twee, begon Mika staag te prakkizeren over z'n tocht naar Engeland. Wat ter wereld er mocht gebeuren, hij moest naar Engeland ! Hij moest zijn vader zien en met hem spreken en bij hem blijven. Maar ook ! moest zijn vader zijn zoon zien. Zijn zoon, die hier nu zat, die als kind hier binnen ging, maar als man er uit zou komen.

Mika tartte de drijvers ; hij schaamde zich, dat hij gehuild had. Het werd donker. Nu was het dus ongeveer tien uur in de avond. Mika strekte zich uit op de brits. Hij dacht aan z'n moeder. Aan haar had hij zoveel te danken. Hij rees overeind.

Enkele weken geleden had zij ernstig met hem gesproken.

Op een avond was ze met hem meegegaan naar de slaapkamer.

— Jongen had ze gezegd, nu heb je altijd een klein versje als gebed opgezegd voor je ging slapen. Van nu en voortaan, moet je dat gebedje maar aan de kinderen over laten.

Even was het stil geweest. — Moeder, wat bedoel je? had hij toen gevraagd.

— Ik bedoel, dat je nu zelf moet gaan bidden. Dus niet meer dat versje bidden.

— Maar moeder, ik kan niks anders bidden, had Mika gezegd.

— Dat kun je wel, jongen. Zowel als je mij voor iets kunt bedanken, kun je het de Heere ook. Of gelijk je mij iets vraagt, kun je dit toch ook aan God vragen.

Nu, op deze, heel eenzame avond, komt het gesprek Mika duidelijk voor de geest.

Hij begrijpt dat hij vooral nu, tot God moet bidden, want de mensen zijn wreed. Dat is duidelijk gebleken.

Wat zal hij dan bidden ? Bidden, dat is iets van God vragen, met heel je hart. Om iets vragen, wat geen mens je geven kan.

Mika kruipt van de stromatras en buigt de knieën. Hij bidt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's