Oók een beschermen van de mensen van de doorbraak
Prof. dr J. Severijn
Prof. van Ruler noemt in de tweede plaats een moment in de worsteling van de Hervormde Kerk om haar interne situatie, dat het Herderlijk Schrijven óók een beschermen van de mensen van de doorbaak is.
En hij merkt verder op. „dat de leiding van de Hervormde Kerk en de „Hervormde Kerk in haar optreden als „geheel nogal sterk in dit teken van de , , doorbraak staan". , , En moeten dan nog , , de doorbraakmensen extra beschermd , , worden? "
Gij vraagt wellicht wie prof. van RuIer eigenlijk bedoelt met die doorbraakmensen ? Gij vindt, dat het zo niet duidelijk is.
Bedoelt hij de ganse doorbraakbeweging ? Neemt de leiding en ook het Herderlijk Schrijven het pleit op voor de Partij van de Arbeid en voor haar organisaties? Ja, voor de beginselen, waardoor deze zich laten leiden?
Of bedoelt het Herderlijk Schrijven alleen de Hervormde doorbraakmensen, leden van de Hervormde Kerk, die deze beweging zijn toegedaan ?
Zijn deze dingen wel zo ver van elkander verwijderd? zo vraagt een nieuwe stem.
Als je doorbraak-mens, of beschermer van doorbraak-mensen ben, kun je dan met je sympathieën zover afstaan van het socialistisch streven, zoals zich dat openbaart in staat en maatschappij ?
Het lijkt mij niet waarschijnlijk, maar zeker is, dat die sympathieën nief vallen naar de zijde van de Christelijke organisatie. Zeker is ook, dat men veroordelend staat tegen het , , Christelijke" in de Christelijke organisaties.
In èèn opzicht kunnen de vragers een duidelijk antwoord vinden in wat prof. van Ruler schrijft op blz. 6, nog altijd in verband met die bescherming. Hij meent, dat , , als men let op de vanzelfsprekendheid, dat christenen natuurlijk christelijk georganiseerd zijn èn , , op de aanvallen-in-Gods-Naam van de , , door Kuyper beheerste Gereformeerde , , Kerken en christelijke organisaties èn op het latent gangbare gevoelens in de „Hervormde Kerk — het de taak van „de kerk kan zijn en is, deze pioniers en avonturiers van de doorbraak in bescherming te nemen tegen ondoordachte verwijten en verdachtmakingen".
Het gaat dus over de pioniers en avonturiers, zoals prof. Van Ruler zich uitdrukt.
Die ondoordachte verwijten en verdachtmakingen moeten dus komen van de zijde van de , , Christelijk georganiseerden".
In het midden gelaten of dit motief juist is, althans genoegzame grond vindt in de practijk, kunnen wij wel vermoeden, dat deze , .verwijten en verdachtmakingen betrekking zullen hebben op uitspraken aangaande het Christen-zijn van die , , pioniers en avonturiers" in de doorbraak.
Opmerkende, dat wij geen kenners der harten zijn, en dat ook Christenen kunnen dwalen in vele dingen, zouden wij daaraan nog willen toevoegen, dat deze zaken waarlijk nog niet zo eenvoudig liggen en dat men ook wat voorzichtig dient te zijn met dergelijke beschuldigingen van de motiverende en beschermende kant.
Reeds het gebruik van de termen , , pioniers en avonturiers" werpt een eigenaardig licht op de doorbraak-mensen. En wij vragen, of ook het „latent gangbare gevoelen", door prof, Van Ruler opgemerkt, niet roept om wat meer bezinning, dan waarvan het Herderlijk Schrijven bewijs levert.
Zijn de pioniers en de avonturiers niet al te zeer op theoretische gronden en idealistische voorstellingen omtrent een , , nieuwe tijd" te werk gegaan zonder zich rekenschap te geven, althans voldoende rekenschap te geven van de levende relaties tussen geloof, belijdenis, levens- en wereldbeschouwing en levenspractijk ?
Hebben zij er bij stilgestaan dat sympathieën en antipathieën ook, indien zij , , latent gangbare gevoelens" worden geheten, en dan nog te meer wortelen in de diepte, waaruit ook de bewegingen opkomen, die aan de oppervlakte uitbreken in conflicten ?
Het is waarlijk niet zo vreemd, dat geestelijk verwanten over verschillende levensvragen geestelijk-verwant denken en elkander aantrekken tot samenwerking.
Wat men praat over , , verzuiling" kan de innerlijke bewegingen niet wegnemen, en is bovendien eenzijdig.
Intussen kan door al deze redeneringen alleen maar worden aangetoond dat levensbeschouvring, tegen levensbeschouwing staat, en men kan ook veilig spreken van geloof tegen geloof.
Als het Herderlijk Schrijven enerzijds erkent, dat geloof en levenshouding wel degelijk samenhangen, dan geeft dat uitdrukking aan wat in eigen boezem leeft.
Als het zegt, dat die Christelijke organisatie-mensen levens- en wereldbeschouwing tot geloot maken kan dit met evenveel recht of onrecht van de doorbraak mensen worden gezegd.
Daarom ware het te wensen geweest dat het Herderlijk Schrijven zelf wat meer uitvoerig, maar vooral meer principieel op deze verbanden ware ingegaan. Ook prof. Van Ruler volstaat met een enkele opmerking, zonder op deze zaken in te gaan, en wat ons het meest verbaast, dat hij van oordeel is, dat het Herderlijk Schrijven de stand van deze zaken principieel heeft gefundeerd,
(blz. 7).
En. het Christen-zijn en de relatie geloof—levensbeschouwing—levenspractijk worden door het Herderlijk Schrijven onverantwoord — men spreekt zo gaarne van verantwoord — oppervlakkig behandeld. Het ontbreekt ten enenmale aan een theologisch verantwoorde uiteenzetting. Men heeft die ook niet gezocht en heeft zich alleen bepaald bij enkele historische feiten en verschijnselen, terwijl men zich heeft laten leiden door een visie, die zich bezwaarlijk zal kunnen rechtvaardigen in het licht van de belijdenis der kerk.
Tal van vragen liggen hier ten aanzien van de ontwikkeling van de moderne Staat en van de maatschappelijke samenleving, van de moderne democratie, van de vrije vereniging, om maar enkele dingen te noemen, die onmiddellijk met ons Christelijk geloof te maken hebben, omdat wij er in leven en waarmede dus ook de kerk te maken heeft.
Kan de kerk zich zo maar losmaken van haar verleden en van haar belijdenis en zich solidair verklaren met de wereld van vandaag?
Heeft zij een roeping en is zij bevoegd om zich solidair te verklaren met die wereld en als men daarop ja antwoordt, zoals het Herderlijk Schrijven doet, betekent dat dan ook, dat die kerk de wereld maar heeft te aanvaarden, zoals die is ?
Of heeft zij een taak in de wereld, welke de wereld nooit kan waarnemen, omdat de kerk van de wereld niet is ?
Prof. Van Ruler vraagt ook naar de roeping der kerk ten aanzien van , , het volk in zijn geheel en in al zijn samenlevingsverbanden". Hij is van oordeel, dat de Hervormde Kerk zich daarvan bewust is.
Hij leest immers op blz. 31 van de Herderlijke brief, dat de Hervormde Kerk zich verantwoordelijk voelt voor het volk in zijn geheel en in al zijn samenlevingsverbanden. In dat verband spreekt hij van ideaal, van visioen en van droom, een droom van Katholiciteit en een droom van theocratie. En dat alles op grond van de hergeboorte der kerk in de zestiende eeuw, saamvallend met de geboorte van de natie en de Staat in hun vrijheid en zelfstandigheid, (blz. 7).
Dit klinkt toch weer anders dan de solidariteit met de wereld. Zijn visioen en droom, werpen een ander licht op de taak der kerk. Zoals hij zich voorstelt, moet er van de kerk waf uitgaan, dat in de wereld niet is, wat de wereld uit zich zelf niet ziet en ook niet begeert. Waarom droomt hij anders zijn theocratische droom ?
Het zal bij dromen blijven, als de kracht van het Christelijk geloof in gebreke blijft enige gestalte te geven aan de theocratie. En hoe zal het daartbe komen ? Door zich solidair te verklaren met een wereld, die daarvan niets moet hebben ?
Of zou iemand menen, dat de theocratische gedachte verenigbaar is met de geest der moderne democratie ?
Is het om het even, of men de Overheid belijdt dienaresse Gods te zijn, of haar houdt voor de administratie van de volkswil ?
Als wij ons van deze en dergelijke vragen rekenschap geven, zal het blijken dat de betrekkingen tussen geloof
en wereldbeschouwing nauwer zijn dan het Herderlijk Schrijven doet voorkomen en dat de roeping der kerk anders
ligt dan het voorstelt.
S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's