De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Psalmgezang

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Psalmgezang

10 minuten leestijd

I.

Het is een vrij hachelijke onderneming om over dit onderwerp, waaraan zovele kanten zijn en waarover de meningen zo uiteenlopen, iets te beweren. Allicht vindt men twee of drie sectoren der kerk tegenover zich. Waarschijnlijk is zelfs in eigen kring over dit onderwerp niet een woord te zeggen, dat aller instemming heeft. Het heeft vele kanten, die waarover alleen de musicus, die waarover de dichter en dan die, waarover de theoloog kan oordelen. En theologisch heeft dit vraagstuk dan nog een dogmatische, een liturgische en een kerkordelijke zijde. Nooit is hierover het albeslissende woord gesproken en het zal er in deze aardse en betrekkelijke bedeling wel niet over gesproken worden. Het is met het psalmgezang als met het leven der kerk. Het laat zich niet gemakkelijk leiden en het is zelfs maar moeilijk te overzien en te beschrijven. Toch zijn er bepaalde stromingen in aan te wijzen en ook wel bepaalde regels voor te geven.

Maar wie zal dat doen ?

Deze overwegingen moeten zeker ook ons tot bescheidenheid nopen. Intussen is het psalmgezang altijd een brandende quaestie geweest en het is het in ons Nederlands kerkelijk leven nog en het is het in ons Hervormd kerkelijk leven niet weinig. Het behoort dunkt mij tot de middelmatige dingen, maar voor menig predikant en voor het doorsnee-gemeentelid is het dat blijkbaar niet. Het staat in orde toch niet gelijk met het , , Wat gelooft gij en hoe gelooft gij", met het , , Wat belijdt gij en hoe belijdt gij". Toch speelt het kerklied daar wel doorheen. Het geloof in de drieënige God en het bijbels geloven in Hem, bepalen toch weer de waarde van het kerklied. In het lied belijdt de kerk metterdaad, hoe dan ook. Het is dus ook wel te verstaan, dat dit door de levende gemeentevan Christus niet als één der middelmatige dingen wordt gezien. Hierin onder andere is de gemeente actief betrokken. Aan dit oordeel, dat de gemeente over deze quaestie heeft, is meer gelegen dan men denkt. De theologie is niet alleen een zaak van de hogescholen, ze leeft op een of andere wijze ook in de gemeente. De liturgie is niet alleen een zaak van hem, die de leiding heeft bij de dienst; het deel wat de gemeente er in heeft, wordt niet bepaald kritiekloos van de liturg opgevolgd. Zelfs kerkordelijk spreken de wil en de opvatting van de gemeente hun woord mee. Heel wat regels kunnen door de leiding van een kerk gemaakt worden, die nooit worden gebruikt, terwijl vaak wèl gedaan wordt, wat niet werd voorgeschreven. Het is dus niet eens gemakkelijk te zeggen, welke plaats het psalmgezang in de kerk inneemt, een eerste of een tweede plaats. Voor ons persoonlijk dan een tweede plaats. Het geloof is uit het gehoor en het gehoor is door het Woord Gods, en dan is wel allereerst te denken aan de prediking.

Het kerkelijk lied heeft al heel wat voeten in de aarde gehad. In onze, Her­vormde kerk heeft men alzo de psalmenbundel en diverse gezangenbundels. De kleine gezangen-bundel achter de Psalmen, die men bij de Dordtse Kerkorde instelde, de oude gezangenbundel met zijn twee vervolgbundels en dan de nieuwe gezangbundel, terwijl men hier en daar dan nog ter hand neemt bundels, die bij andere kerken in gebruik zijn. Een waarlijk chaotische toestand, zoals wel geen kerk het zal hebben. Bij mijn weten hebben noch de kerkorde, noch het dienstboek hier orde en perk weten te stellen. Het probleem is eigenlijk meer een gezangenprobleem, dan een psalmenprobleem. In Schotland zingt men in de Free Presbyterian Church en als ik het wel heb ook in de Free Church alleen - de psalmen zonder meer. Kerkordelijk bewandelde de Gereformeerde Bond tot nu toe de meest ordelijke weg, n.l. die van Dordt. Sindsdien heeft de kerk nooit een algemene en door allen aanvaarde weg gewezen. Was het voorheen zó, dat de Confessionelen geen gebruik wensten te maken van de vervolgbundels, nu is het zó, dat het niet verboden is b.v. de bundel van de Protestantenbond te gebruiken en dat de eenheid in het gebruik van de Nieuwe Gezangenbundel onder de gezangenvoorstanders maar een zeer betrekkelijke is.

Het volgen van de liturgie van Dordt heeft méér voor, dan alleen een goede orde. Het heeft theologisch veel voor. De tijd is voorbij, dat men in de bestrijding van het Dordtse standpunt de teksten uit Efeze 5 : 19 en Coloss. 3 : 16 hanteerde. Men heeft het onhoudbare van deze argumentatie wel ingezien. De klacht raakt ook over, dat men het gebruik van de Dordtse liturgie eenzijdig Oud Testamentisch vond. Men durft niet meer zo stellig te zeggen dat de Gezangen het Nieuwe Testamentische lied zouden zijn. Dat zijn ze ook bepaald niet. Vrije liederen zijn het. En men durft ook niet meer zo te zeggen, dat de Psalmen niet van Christus zingen. Wij zijn wel veel dank verschuldigd aan dr. H. F. Kohlbrugge's dissertatie over Ps. 45, waarin hij het Christologisch getuigenis over Christus in die tijd van opkomend modernisme heeft blootgelegd. , , Ik zegge mijn gedichten uit van een koning, mijn tong is een pen eens vaardigen schrijvers. Gij zijt veel schooner dan de mensenkinderen; genade is uitgestort op Uwe lippen; daarom heeft U God gezegend in eeuwigheid". , , Daarom heeft U, o God, Uw God gezalfd met vreugdeolie boven uwe medegenooten". Ja, dat is bepaald wel Christus, die de Psalmist bezingt. Sinsdien zijn wij, wel op het spoor van Kohlbrugge, Christus gaan ontdekken hier en daar en overal in de Psalmen. Als men de eenheid van Gods Woord erkent — en dat doen we toch weer meer en meer — dan heeft de vraag naar het lied der vervulling ook niet zoveel klem meer. Een belangrijk ding is toch óok wel dit, dat de Psalmbundel de enige liturgische bundel is, die God in Zijn Woord geschonken heeft. Men moge dan in enkele verspreid staande dichtregels in het Nieu­ we Testament zoeken het vroege bestaan van meerdere liturgische bundels in die tijd, maar dit bestaan zal dan eerst nog aangetoond moeten worden. Het heeft blijkbaar de Heilige Geest behaagd het bij deze ene Psalmbundel in de bijbel te laten. Trouwens onze Reformatorische vaderen waren niet mannen, van theologisch klein formaat. De quaestie over het vrije lied was toen ook wel bekend. Bewust hebben zij Luther op dit spoor niet gevolgd. Ook niet de reformatoren van de Zuidelijke Nederlanden, waar Luther persoonlijk contact mee gehad heeft. De Nederlandse Reformatoren, denk aan de geleerde Statenvertalers, kan men ook nauwelijks toedichten dat zij niet Nieuw Testamentisch genoeg dachten. De kanttekeningen bij de Statenvertaling leggen daar een onverdacht getuigenis van af. En het zijn deze mannen geweest, die onze kerk deze liturgische bundel hebben geschonken en voorgeschreven. De keuze van psalmberijming blijve hier buiten beschouwing. Het was voor hen, die zich aan Rome's vroomheidstype ontworsteld hadden, Christus voor en Christus na. Merkwaardig is ook dit, dat zij die zo grondig afrekenden met het ceremoniële Oud Testamentische van Rome's kerkleer, de Psalmen en de Psalmen alleen aan de kerk opdroegen te zingen. Uit vrees voor het insluipen van ketterijen door de poort van het vrije lied, beperkten zij het vrije lied tot het uiterste. Ook in deze vrees delen wij hun standpunt volkomen. De geschiedenis van onze kerk heeft hen helaas in het gelijk gesteld. Wij willen niet ingaan op de vaak kleingeestige en onoordeelkundige wijze waarop de voorstanders van het vrije lied ons, en daarin de Dordtse vaders, bejegenen. Wij willen trachten ook niet kleingeestig de gezangen te hekelen, zoals wederkerig veel geschiedt. Daarmee zijn noch de voorstanders, noch de tegenstanders gebaat. Wij willen in de kerk als mannen met elkander spreken, kon het zijn tot opheldering van de verschillende inzichten. Daarom hebben wij het positieve laten voorafgaan. Als wij thans het negatieve summierlijk willen bespreken, dan is het alleen om tot enige klaarheid in ons kerkelijk samenleven te komen.

Wie de moeite doet de eerste gezangenbundel, die in de vorige eeuw in de kerk werd aangeboden, door te lezen, zal worden getroffen door de vrijzinnige geest, die daaruit spreekt. Deze bundel draagt, zoals elke bundel, het stempel van zijn tijd. Men heeft dit ook wel ingezien, want vele liederen werden in de loop van de tijd niet meer gezongen. Zelfs gezangen, die burgerrecht verkregen hadden, vielen toch tenslotte voor de kerkelijke rechtbank van de gematigde rechtzinnigheid. Hoe lief en hoe vertrouwd zij ook geworden waren bij de gemeente, zij vielen in ongenade.

Ik denk hier aan een wel zeer bekend Oudejaarsgezang als : , , Uren, dagen, maanden, jaren". De latere bundels droegen meer een piëtistisch stempel. Heel wat liederen werden opgenomen in de Nieuwe Bundel. De oude ethischen (de heersende richting van die dagen) vonden hierin uitgedrukt datgene, wat zij als geloofsbeleving kenden. De dwang tot het laten zingen laten wij maar weer bulten bespreking. De Confessionelen vonden in de gezangenbundels maar matig wat hun aanstond. Zij vonden een betrekkelijk klein aantal gezangen, wat hun dogmatisch bevredigde en zij maakten er een matig gebruik van. Eén gezang per dienst, vooral wat achteraan in de dienst en daarvan niet te veel verzen, bij de bediening van de tafelen liever niet.

Toen de dwang van het gezangen zingen overging, lieten een aantal Confessionele predikanten van de strakkere lijn het geheel na en met hen ook de vrienden van Kohlbrugge. Deze strakke Confessionelen gingen later vormen de Gereformeerde Bond. In hun hart waren zij liturgisch, evenals de Afgescheidenen en de Dolerenden, blijven hangen aan de opvattingen van Dordt.

In de Nieuwe Bundel ging een woord meespreken het opkomend oecumenische gevoelen. Ook deze bundel is kind van zijn tijd. Uit de schat der kerk, in de ruimste zin genomen, werden liederen opgenomen. En dan uit de aard der zaak ook wel liederen van Roomse herkomst. De grote midden-orthodoxe stroming in onze kerk weerde in haar kerklied het barre modemisme, hoewel niet gezegd kan worden, dat het geheel geweerd werd. Het is misschien een ondeugende gedachte van mij, als ik denk, dat men toch ook aan die grote vrijzinnige groep in de kerk moest denken. Overigens maken sommige vrijzinnigen nog wel gebruik van de oude bundel, als ik 't wel heb. Intussen is de nieuwe bundel niet bepaald klassiek Gereformeerd te noemen, 'k Heb de moeite genomen zo de bekende en veel gezongen Gezangen eens door te nemen, samen met een jonge ingenieur. We hebben ze nog gezongen ook. 'kBen er nu al jaren aan ontgroeid. Maar 't verwonderde mij, hoe vlak zij zijn in doorsnee. Van de meeste zijn slechts erikele coupletten te zingen. In hun geheel beschouwd, konden wij er weinig het rechtziimig gevoelen in vertolkt vinden. Telkens haakte er wat. Enkele klassieke liederen als het Te Deum, enkele lijdensgezangen van Duitse origine, enkele liederen van Revius en het Lutherlied daargelaten, kunnen ze mij persoonlijk met de beste wil niet bevredigen. Van het beroemde gezang , , Jezus, Uw verzoenend sterven", is het alleen maar dit ene vers, wat te gebruiken is.

Ook als wij déze bundel toetsen aan het Gereformeerd belijden, dan vallen wij weer terug op de Dordtse liturgie, waar wij ons ook wél bij thuis voelen, echt in bijbelse sfeer. Waarvan wij dan ook voorshands niet voornemens zijn af te wijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Psalmgezang

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1955

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's